LAMSKOTELETJES MET EEN KRUIDENKORSTJE

Om het kruidenkorstje mooi heel te laten, worden de koteletjes gefrituurd in een wok met een bodempje olie. Door de bolvorm van de wok is er minder olie nodig, terwijl er toch ruimte genoeg is voor de koteletjes. Als u geen wok hebt, kunt u een gewone frituurpan (met ruim olie) of een braadpan (met een bodempje olie) gebruiken.

Voor 2 personen:

4 lamskoteletjes van elk circa 100 gram

zout, peper

3-4 eetlepels bloem

1 ei

8 eetlepels wit broodkruim

2 eetlepels geraspte oude kaas

1 theelepel gedroogde basilicum

1/2 theelepel gedroogde rozemarijn

1/2 theelepel knoflookpoeder

olie om te fituren

voor de saus:

2 eetlepels (arachide) olie

2 knoflookteentjes, fijn gesnipperd

2 eetlepels gesnipperde verse basilicum

1 deciliter kippebouillon (uit een pot)

1 eetlepel oestersaus

2 theelepels sojasaus

1-2 theelepels sambal tjampoer

1/2 theelepel suiker

2 theelepels mazena, opgelost in 1 eetlepel kippebouillon

Bestrooi de koteletjes met zout en peper en wentel ze door de bloem; schud de overtollige bloem eraf. Klop het ei los in een diep bord en vermeng het broodkruim, de kaas, de kruiden en de knoflookpoeder in een ander diep bord. Wentel de koteletjes eerst door het ei en vervolgens door het gekruide broodkruim; druk het broodkruim stevig aan en zorg dat de koteletjes rondom bedekt zijn.

Verhit een bodempje olie van circa 5 centimeter in een wok tot ongeveer 180 graden celsius en frituur de koteletjes in 8-10 minuten goudbruin en rosé; keer ze halverwege.

Maak intussen het sausje: verhit de olie in een steelpan en fruit de knoflook- en basilicumsnippers 1-2 minuten. Roer de bouillon, de oester- en de sojasaus, de sambal en de suiker erdoor. Breng het sausje al roerende aan de kook en bind het met het mazenapapje.

Laat de koteletjes uitlekken op keukenpapier en serveer ze met de saus.