Kerken: hulp nodig voor aanvragers "Kostolijst'

AMSTERDAM, 6 APRIL. De gemeente Amsterdam moet hulp en opvang bieden aan de ongeveer honderd slachtoffers van de vliegramp in de Bijlmermeer die nog een procedure hebben lopen om aan te tonen dat ze in een van de 230 getroffen flats woonden. Op basis hiervan zouden zij aanspraak kunnen maken op legalisering. De gemeente heeft haar handen van deze groep afgetrokken, en dat strookt niet met de beloften van burgemeneester E. van Thijn dat alle slachtoffers van de ramp - legaal of illegaal - recht zouden krijgen op opvang.

Dit is de mening van de taakgroep vluchtelingen van de Raad van Kerken die zich het afgelopen half jaar voor deze groep heeft ingezet. “Waarom krijgen deze mensen niet dezelfde behandeling als asielzoekers die nog niet uitgeprocedeerd zijn?” vraagt voorzitter B. Grandia.

Grandia is verontwaardigd over de wijze waarop de gemeente met de groep is omgesprongen. Ondanks de belofte na de ramp dat de gegevens van illegalen die zich meldden niet zouden worden doorgespeeld aan de vreemdelingenpolitie, zijn er toch mensen opgepakt.

Daarnaast wil de gemeente nog steeds geen inzicht geven in de criteria die de ambtenaar van de burgelijke stand hanteert om te bepalen wie wel en wie niet in de getroffen flats woonden. De lijst van illegalen die volgens de gemeente in de flats woonden wordt aan staatssecretaris Kosto (justitie) voorgedragen voor legalisering.

Tot nu toe staan 91 mensen op deze zogeheten Kosto-lijst. Op dit moment hebben nog ongeveer 100 mensen bij de rechter een procedure lopen om via getuigenverklaringen te bewijzen dat ze in de flats woonden.

De gemeente meent voldoende voor deze mensen te hebben gedaan. In oktober werd er een eerste schifting gemaakt van de mensen die voor legalisering in aanmerking kwamen.

Van de 1797 mensen die zich meldden, lieten zich 903 registreren. Nadat in december 156 aanvragen waren waren heroverwogen, werden door de gemeente nog eens 18 namen aan de Kosto-lijst toegevoegd. Burgemeester Van Thijn is van mening dat iedereen “volop de gelegenheid heeft gekregen om overtuigend aan te tonen dat ze in de getroffen flats woonden.”