ING koopt rechtbanken voor 700 mln

ROTTERDAM, 6 APRIL. De Rijksgebouwendienst van het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu heeft vanochtend de grootste huurovereenkomst uit de Nederlandse geschiedenis afgesloten met Internationale Nederlanden Groep (ING).

Het contract betreft de bouw en verbouw van dertien gerechtsgebouwen en heeft een waarde van 700 miljoen gulden.De Rijksgebouwendienst zal in twaalf steden ruimte huren voor de huisvesting van twaalf rechtbanken, één kantongerecht en enkele andere rijksdiensten. De panden zullen na oplevering minstens twintig jaar door de RGD worden gehuurd. Na dertig jaar kan de RGD alle huurcontracten opzeggen. Minister Alders van VROM, die het contract tussen het rijk en de ING Bank mede ondertekende, sprak van een unieke onroerend goed transactie.

Drs.ing.C. Maas, lid van de raad van bestuur van Internationale Nederlanden, roemde de samenwerking met het Rijk, ondanks het feit dat de bank zich terugtrok uit het IJ-oever project in Amsterdam.

De financiering van de rechtbanken is het derde grote publiek-private project waarin Internationale Nederlanden deelneemt. Eerder financierde de bank (destijds nog de Postbank) de tunnel onder de Noord, de Wijkertunnel en de parkeergarage onder het Museumplein in Amsterdam.

“Er gaat geen dag voorbij of in politiek Den Haag wordt duidelijk hoe groot de behoefte is aan structurele voorzieningen en hoeveel moeite de overheid heeft om hievoor op adequate wijzide middelen vrij te maken”, aldus Maas. Hij wees daarbij op de Betwue spoorlijn en de tracees voor de hoge snelheidstrein.

Volgens Maas was de overeenkomst met de rechtbanken niet eenvoudig. “Beleggers bleken niet bereid het produkt rechtbanken als pakket in hun portefeuille op te nemen”, aldus Maas. Hij eiste vervolgens van het Rijk dat niet een paar rechtbanken, maar alle rechtbanken eigendom zouden moeten worden van ING.

Na voltooïng van de gerechtsgebouwen zal de Maatschappij voor Bedrijfsobjecten, een dochteronderneming van ING, de gebouwen verkopen aan institutionele beleggers. De mogelijke winst wordt gedeeld door de ING en het Rijk. Het gaat om rechtbanken in Roermond, Assen, Middelburg, Alkmaar, Arnhem, Groningen, Haarlem, Zutphen, Utrecht, Den Bosch, Amsterdam, Lelystad en een kantorenproject in Groningen.