Expansie Thailand loopt vast in ecologische chaos

De razendsnelle industriële expansie in Thailand leidt tot welvaart, maar ze vormt tegelijk een ernstige bedreiging voor zijn milieu. Strengere voorschriften, betere controle op naleving ervan en financiële steun moeten paal en perk aan de milieuproblemen stellen.

“Ze zeiden dat de kinderen in de buurt zouden doodgaan en de groente die op het eiland werd verbouwd, werd op markten in Bangkok geweigerd en teruggestuurd”, vertelt directeur Yeap Soon Sit. Zijn familiebedrijf, Thai Tantalum Industry, was in 1986 in aanbouw op het door menig Westers toerist zo bejubelde Thaise tropenparadijs Phuket-eiland. De onderneming zou het zeldzame metaal tantalium gaan maken (verwerkt in produkten variërend van draadloze telefoons tot en met het ruimtevaartuig Space Shuttle). Afgezien van afvalstoffen als zwavelzuur en ammoniak vereist het chemische produktieproces het gebruik van een potentieel sterk reactief zuur, dat tot ontsteltenis van de eilandbewoners dwars door Phuket-stad moest worden aangevoerd. “In speciaal beveiligde tankauto's”, verzekert directeur Soon Sit.

Het mocht niet baten. Een maand voordat de produktie kon beginnen, werd het bedrijf - een investering van 54 miljoen dollar - door woedende milieudemonstranten platgebrand. Het was de climax van een politieke rel die tot op het hoogste niveau in Bangkoks regeringsburelen werd uitgevochten. Tegelijk was het een uiting van de toenemende bewustwording bij de Thaise bevolking dat de razendsnelle industriële expansie, behalve meer welvaart, ook een ernstige bedreiging voor hun milieu oplevert.

Het is in veel Aziatische landen slecht met het milieu gesteld en Thailand is geen uitzondering. Pagina's grote artikelen verschijnen bijna wekelijks in de Thaise pers met het laatste nieuws over weer een nieuwe ramp: van ongezuiverd afvalwater en gevaarlijk afval dat illegaal wordt gedumpt tot en met vrachtwagens met gastanks die midden in het stadscentrum van Bangkok verongelukken, waardoor tientallen mensen levend verbranden. Tezamen met Thailands gehalveerde bosgebied, Bangkoks kanalen met gitzwart water en zijn beruchte verkeerschaos met verstikkende luchtvervuiling, heeft dit het "Land van de Glimlach' internationaal een van de beroerdste milieureputaties opgeleverd.

Het accent van het economisch beleid lag de laatste decennia op industrialisatie en export en wie alleen naar de groeicijfers kijkt, moet de Thai feliciteren. In 1988 was Thailand met 13,2 procent de snelst groeiende economie ter wereld en over de laatste acht jaar genomen groeide het Thaise bruto nationaal produkt met maar liefst 25 procent (in Bangkok en de vijf omliggende provincies zelfs met 100 procent).

De investeringen in de infrastructuur namen in die zelfde periode met slechts 10 procent toe. De overheid kon de particuliere sector met zijn miljarden aan buitenlandse investeringen niet meer bijbenen. De tot op de dag van vandaag met 7 tot 8 procent groei voortrazende Thaise economie dreigt daardoor in haar eigen vuil vast te lopen.

“Als je ziet hoe ze hier tekeergaan - daar krijg je tranen van in je ogen”, zegt de Nederlandse milieu-consultant H. Kiestra van het in Bangkok gevestigde Siam DHV. Volgens hem zijn wel milieucriteria op papier gezet, maar zijn die door de Thaise overheid niet serieus genomen bij haar beleid om investeringen in het land actief te bevorderen. Het leidde ertoe dat van de fabrieken die naar Thailand kwamen in 1979 29 procent gevaarlijk afval produceerde en dat dit in 1989 gestegen was tot 58 procent.

Pag.16: Tijd van ongeremde industriële expansie is voorbij

De helft van Thailands fabrieken staat in Bangkok, waar ze zorgdragen voor driekwart van de totale industriële toegevoegde waarde en tevens de gezondheid van menig hoofdstedeling verzieken. Installaties voor afvalverwerking ontbreken of schieten in capaciteit hopeloos tekort. Voor gevaarlijk afval is er sinds 1987 precies één fabriek - het Bang Khuntien proefproject - die per jaar slechts 40.000 ton verwerkt. Veel wordt onbehandeld op fabrieksterreinen opgeslagen en veel wordt illegaal gedumpt. Industrieel en huishoudelijk afvalwater - slechts 2 procent van Bangkoks huishoudingen heeft riolering - verdwijnt tot op de dag van vandaag veelal linea recta in rivieren en kanalen en reduceert het zuurstofgehalte in Bangkoks levensader, de Chao Phraya rivier, tot een gevaarlijk laag niveau.

De wetenschappers annex regeringsadviseurs van het gerespecteerde Thailand Development Research Institute (TDRI) voorspellen sombere tijden als de regering het milieu niet serieus neemt. De cijfers van hun "basis-scenario', dat uitgaat van business as usual, klinken onheilspellend. De komende twintig jaar stijgt de omvang van het gevaarlijk industrieel afval van 1,9 miljoen ton per jaar naar 5,8 miljoen ton. De benodigde hoeveelheid zuurstof voor het biologisch afbreken van het overige industriële afval zal verviervoudigen tot 2 miljoen ton. Terwijl de nationaal en internationaal aan de luchtvervuiling gestelde grenzen in Bangkok nu al bijna worden overschreden, gaan de TDRI-deskundigen ervan uit dat de uitstoot van zwaveldioxyde en stikstofoxyden vervijfvoudigt en die van kooldioxyde verviervoudigt. De nietsontziende economische expansie en het Thaise massatoerisme werden gesubsidieerd door een agrarische sector met haar overvloed aan goedkope arbeidskrachten en natuurlijke rijkdommen. Sinds 1960 is de omvang van het Thaise bosgebied teruggebracht van 30 miljoen hectare naar de huidige 14 miljoen hectare.

De directeur-generaal van het Koninklijk Departement voor Bosbouw (RFD), Pong Leng-ee, heeft in interviews duidelijk geen trek: “De boerenbevolking kapte het bos voor nieuwe landbouwgrond en de houtindustrie hield zich niet aan de voorwaarden bij de door ons verleende concessies”, is zijn korzelige verklaring voor dit catastrofale beleid.

Critici binnen de milieubeweging, zoals Witoon Permpongsacharoen, directeur van het onder meer door het Nederlands Novib gesteunde Project for Ecological Recovery in Bangkok, zeggen dat het RFD - en veel van haar ambtenaren - aan de houtkap flink hebben verdiend. De taak om voor aanplant van nieuwe bomen te zorgen, was financieel niet interessant en bleef dan ook gedurende de jaren 1961-1989 beperkt tot een schamele 650.000 hectare. Terwijl de Thaise regering zich officieel ten doel heeft gesteld dat Thailand weer voor 40 procent uit bos moet bestaan, weet geen mens hoe dat lovenswaardige streven precies moet worden gerealiseerd.

Urgenter zaken dienden zich aan. De jaarlijks in heftigheid toenemende droogte - mede als gevolg van de ontbossing - dreigt deze zomer niet alleen menig Thaise provincie te teisteren maar ook hoofdstad Bangkok droog te leggen. De reservoirs bij de twee grote rivierdammen Sirikt en Bhumibol zijn slechts met een derde van de normale hoeveelheid water gevuld. Het risico dat het gros van Thailands industrie en toeristenhotels zonder water komen te zitten, moet de autoriteiten nachtmerries hebben bezorgd. Het besluit om een miljard liter water voor de hoofdstad te reserveren werd in de lokale pers echter als "diefstal' betiteld. Thailands plattelandsbevolking - 60 procent van alle Thai - waarvan een aanzienlijk gedeelte onder de armoedegrens leeft, was volgens de kranten weer het kind van de rekening. Zelfs bij de Thaise Industrie Federatie (FTI) realiseerde men zich dat de jaren van ongebreidelde economische expansie voorbij zijn. “De Thai moeten worden gestopt, anders verwoesten ze het hele land”, liet FTI-voorzitter dr. Chokchai Aksaranan zich in een vraaggesprek ooit ontvallen.

De voormalige regering van zakenman en ex-premier Anand, profiterend van bijzondere volmachten in een periode waarin Thailands politici door de militairen weer eens de mond was gesnoerd, wist de afgelopen twee jaar in recordtijd een nieuwe Nationale Milieu Wet door het parlement te jagen. Overige milieubepalingen zijn aangepast. Het principe “de vervuiler betaalt” werd leidraad van de nieuwe wetgeving. Een overkoepelende Nationale Milieu Raad, met de premier als voorzitter, kreeg de macht om de naleving van de wet desnoods zelf af te dwingen. Gebrek aan deskundigheid en corruptie maken dat de ministeries het te vaak laten afweten.

Een reeks financiële lokkertjes - zoals laagrentende leningen - moet bedrijven stimuleren te investeren in afvalverwerkende installaties. Een fonds met 400 miljoen gulden moet de bouw van centrale afvalverwerkende installaties financieren en leningen van internationale financiële instellingen als de Wereldbank moeten daarvoor nog veel meer geld opleveren. In Bangkok begon in 1991 een project van 300 miljoen dollar voor de aanleg van riolering en zuivering van afvalwater. Het is onderdeel van een nationaal afvalwaterplan waarvan de totale kosten circa een miljard dollar bedragen. Het gebruik van loodvrije benzine wordt bevorderd en nieuwe auto's moeten binnenkort een katalysator hebben. Belangrijk is de voor volgend jaar en in 1995 geplande gereedkoming van drie installaties waarmee gevaarlijk afval kan worden verwerkt. Twee extra staan er op stapel. De grote Thaise schoonmaak lijkt begonnen.

Bedrijven worden gestimuleerd om zich op industriegebieden buiten Bangkok te vestigen. Na het drama van Phuket opende Thai Tantalum in november van het afgelopen jaar een splinternieuwe fabriek op het enorme Mab Ta Put industriegebied aan Thailands oostelijke zeekust. Het gevaarlijke zuur wordt door een buurbedrijf geproduceerd en door een ondergrondse pijpleiding in de fabriek van Thai Tantalum gebracht. Phuket is er ondertussen niet al te veel mee opgeschoten. “Het massatoerisme bedreigt Phuket nu meer dan de aanwezigheid indertijd van Thai Tantalum”, zegt directeur Soon Sit meesmuilend. De nieuwe milieuwetgeving moet de eilandautoriteiten dwingen de verloedering een halt toe te roepen. De huidige, democratisch gekozen regering van de alom gerespecteerde premier Chuan Leekpai moet volgens sommigen nu bewijzen dat milieubescherming, armoedebestrijding op het platteland en democratie samengaan. Voorlopig heeft Chuans openlijke steun voor de aanleg van meer rivierdammen hem de woede van de milieubeweging opgeleverd.

Volgens de jurist en regeringsadviseur die aan de wieg stond van de nieuwe milieuwetgeving, Panat Tasneeyanond, is het belangrijkste dat de overheid de naleving van de nieuwe milieubepalingen nu eens eindelijk echt zal afdwingen. Hij is er niet gerust op. Tasneeyanond: “We hebben een groot gebrek aan deskundigheid op de ministeries en in de meeste Thaise politici heb ik het vertrouwen al lang geleden verloren. De mensen moeten dat betere milieu echt willen, anders komt het er in Thailand niet.”