Beurzenstelsel van voor 1986 was duurder dan huidige

DEN HAAG, 6 APRIL. Het huidige stelsel van studiefinanciering is goedkoper dan het vorige. Dit blijkt uit een vergelijking van beide stelsels, die het Bureau Berenschot in opdracht van het ministerie van onderwijs heeft uitgevoerd. De Tweede Kamer had om deze vergelijking gevraagd.

In de Kamer en daarbuiten bestond de vrees dat het huidige stelsel, dat in 1986 door de toenmalige minister Deetman werd ingevoerd, duurder was dan het vorige omdat sinds 1986 iedere student ongeacht het ouderlijk inkomen een basisbeurs van ongeveer 600 gulden krijgt. Berenschot heeft berekend dat als in 1990 het oude beurzenstelsel nog had gegolden, de overheid minimaal 30 miljoen gulden duurder uit was geweest en maximaal 1100 miljoen. Het verschil tussen beide varianten zit in de schatting van het aantal studenten dat een beroep op het stelsel zou hebben gedaan. In de gemiddelde variant zou de overheid 550 miljoen gulden meer hebben moeten uitkeren.

Aan het oude studiebeurzenstelsel zelf zou in 1990 veel minder zijn uitgegeven dan het nieuwe stelsel heeft gekost: 2,4 miljard gulden (in de gemiddelde variant) tegen 3,9 miljard in werkelijkheid. Het grote verschil is gelegen in de uitgaven voor de kinderbijslag. In het oude stelsel kreeg ongeveer de helft van de studenten studiefinanciering, de andere helft kreeg vaak drievoudige kinderbijslag. In 1990 zou daarom onder het oude regime voor de studenten 2,2 miljard gulden aan kinderbijslag zijn uitgegeven (in de gemiddelde variant). In werkelijkheid was dat nu maar 137 miljoen.

Mogelijk is het huidige studiefinancieringsstelsel nog goedkoper dan Berenschot heeft berekend. Het bureau schrijft in zijn vergelijking niet de (extra) inkomsten te hebben meegerekend, die het ministerie onder het huidige stelsel ontvangt doordat de studieleningen sinds 1986 rentedragend zijn geworden. In het oude stelsel waren deze renteloos. Daar staat tegenover dat het bureau evenmin rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat de toename van het aantal studenten sinds 1986 gedeeltelijk door het nieuwe stelsel kan zijn veroorzaakt.

De studiefinanciering kost in 1993 volgens de begroting 4,3 miljard gulden. Het aantal studenten met studiefinanciering is sinds 1990 gestegen van 566 duizend tot ongeveer 590 duizend.