Battle beschikt over lenig en smetteloos geluid

Concert: Kathleen Battle (sopraan) en Sandra Rivers (piano). Programma: liederen van H. Purcell, R. Schumann, R. Strauss, G. Bizet en A. Previn. Gehoord: 4/4 Concertgebouw Amsterdam.

De sopraan Kathleen Battle heeft een prachtige stem en dat wil ze weten ook. Nog voor zij zondagavond de trap van het Amsterdamse Concertgebouw afdaalde, naar links en rechts knikkend als een vorstin, had ze de spanning in de Grote Zaal al opgevoerd door net iets langer op zich te laten wachten dan andere wereldberoemde solisten. Eenmaal aangeland op het podium zorgde ze voor lichte opschudding door tussen de liederen omstandig en hoofdschuddend haar keel te schrapen. Gelukkig verdween het stofje op haar stembanden weer snel en toen ze later op de avond haar zevende toegift - de spiritual Swing low, sweet chariot - eindigde op een loepzuivere, eenzame hoge noot was iedereen het kleine ongerief al lang weer vergeten.

Voor Kathleen Battle is de muziekgeschiedenis een doos handgemaakte pralines waaruit ze met een exquise glimlach blijft presenteren. Henry Purcell ligt er vlak naast Robert Schumann, Georges Bizet en Richard Strauss. Uit het oeuvre van deze componisten koos ze zonder uitzondering langzame liederen waarin ze lange vocale lijnen kon spannen. Battle beschikt in alle registers over een lenig en smetteloos geluid en doseert haar vibrato met smaak. Maar door de nogal eenzijdige en onsamenhangende samenstelling van het programma, waarin weerhaakjes zorgvuldig waren vermeden, kon de indruk ontstaan dat ze haar repertoire vooral uitzoekt om met haar stem te kunnen epateren.

Tussen de onverbloemd romantische opvatting van twee liederen van Purcell en de smeltende wijze waarop Battle Schumann neerzette, bestond te weinig verschil. Dat gebrek aan variatie in stijlopvatting deed zich minder voelen in de liederen van Strauss en Bizet, omdat ze er beter in slaagde haar ego ondergeschikt te maken aan de inhoud van de muziek. Battles tekstbehandeling was geraffineerd, maar ontaardde even vaak in behaagzieke maniërismen.

Op het eerste gezicht leek de door dirigent André Previn speciaal voor Battle gecomponeerde liederencyclus die begin vorig jaar in de Carnegie Hall in première ging, de gelegenheid te geven haar voordracht van enkele tegendraadse accenten te voorzien. Jammer genoeg toonde het flinterdunne modernistische idioom - een atonaal fragmentje hier, een dwars motiefje daar - geen nieuwe aspecten van haar stem. Dat na zoveel smakelijkheden het verzadigingspunt toch ruimschoots was bereikt, weerhield Battle er niet van de onstuimige toejuichingen te honoreren met een uitgesponnen medley van spirituals en operettenummers.