Achterberg, een watje Literatuur 1993/2. ...

Achterberg, een watje Literatuur 1993/2. Amsterdam University Press, 61 blz. ƒ 12,50

Aanbeden vaders Atlas 5, Onze vaders. Atlas, 150 blz. ƒ 14,90

Wonderlijk rommeltje Een wonderlijk rommeltje, dat nog te zwaar leunt op onbekend talent. Archipel 1. Jan Van Rijswijcklaan 7 (Bt 2) B-2018 Antwerpen.

Achterberg, een watje

P.J. Verkruijsse slaat de redactie van zijn eigen tijdschrift Literatuur op de borst met de woorden van de subsidie-commissie van het Produktiefonds, die dit academische tijdschrift met vijf andere indeelde in de hoogste categorie: “Literatuur levert een belangrijke bijdrage aan de bestudering en de actualisering van het Nederlandse literaire erfgoed. (-) De bijdragen, die een brug slaan tussen de academische kennis van vakspecialisten en de algemene interesse van lezers, zijn goed geredigeerd en zeer leesbaar. Door de aandacht voor de intertekstuele relaties met moderne literatuur krijgen de historische teksten in Literatuur geen pronkgraf, maar een dikwijls opmerkelijk actuele waarde.”

Eerlijkheidshalve moet gezegd dat Literatuur sinds de vrijwillige opheffing van Het Oog in 't Zeil nog het enige literair-historische tijdschrift van Nederland is, wat bij de keuze van de commissie zeker een rol zal hebben gespeeld - er moest ook zo'n blad in de hoogste categorie zitten. Ten gunste van Literatuur valt verder op te merken dat er zeer veel aandacht is voor Vlaamse letteren; wat gezien de historische aanpak vanuit het middelnederlands een logische beslissing is.

Het aanbod in het nieuwe nummer: de Tweede Wereldoorlog in het werk van Gerrit Achterberg, lectuur in zeventiende-eeuwse almanakken, de internationale invloed van de Franse eroticus Paul de Kock ("het meest erotische aan De Kock blijkt zijn naam te zijn'), trouwadviezen in middeleeuwse etiquetteboeken, en een interview met de Vlaamse hoogleraar Hugo Brems. Bovendien de vaste rubrieken "De recensent' en "Het graf', en een geestig stukje van Gé Vaartjes over literatuuronderwijs. “Als tijdens de behandeling van een tekst van Achterberg door iemand gemompeld wordt "Wat een watje' ervaar je dat, in de ontstane vertrouwelijke sfeer, als een persoonlijke belediging.”

De leesbaarheid van Rita Bonte's artikel over Achterberg en de oorlog laat te wensen over, precies zoals verwacht kan worden van poëzie-analyse per woord en regel. Ton Anbeek vergelijkt de critici van De ontdekking van de hemel met elkaar op één punt: hun reactie op Mulisch' metafysica. Erg jammer dat hij nog niet over al die gedegen recensies uit de Duitse bladen kon beschikken.

Hugo Brems uit Leuven komt in Leiden drie colleges geven. “Wat ik in Leiden dus vrees aan te treffen, is een totaal gebrek aan kennis wat betreft België in het algemeen en de Vlaamse letteren in het bijzonder.” Omgekeerd, weet hij, kennen Vlaamse literatuurstudenten Vestdijk, Ter Braak of Du Perron niet.

Literatuur 1993/2. Amsterdam University Press, 61 blz. ƒ 12,50

Aanbeden vaders

Het jongerentijdschrift de XXIe eeuw begon met veel bravoure twee jaar geleden met een themanummer over "vadermoord' en ging vier nummers later ter ziele. De vijfde aflevering van Atlas, dat zich met gerijpte zelfverzekerdheid "Het beste tijdschrift voor de echte lezer' noemt, heet eerbiedig "Onze vaders'. Het gaat hier dan ook, op één uitzondering na, over eigen vaders van eigen bloed. Alleen Richard Holmes, de Engelse schrijver van bijzondere biografieën, schrijft over de opstandigheid van een zoon tegen zijn vader als "een van de grote bevrijdende thema's in de laat-Victoriaanse literatuur', waar volgens hem de moderne biografie enorm van geprofiteerd heeft. Pionier Edmund Gosse schreef met Father and Son een hooggeprezen boek over het verschrikkelijke gevecht dat hij met zijn vader voerde; een moedige onderneming in 1907 want: “Wij, in onze post-freudiaanse wereld, nemen maar al te snel aan dat de "strijd' een soort geboorterecht is, bijna een plicht, en de verwoording daarvan in biografische geschriften legitiem en onvermijdelijk”.

In het openingsstuk, van Geert Mak, is daarvan geen sprake. Hier wordt niet gestreden maar aanbeden; Mak diepte zelfs oude schoolopstellen van zijn vader op en de Schiedamse Courant van diens geboortedag in 1899. Chris van der Heijden komt, als enige, dichter in de buurt: “Ik keek naar hem en zag mezelf. Ik deed mijn ogen dicht en zag hem. Ik schrok want dit wilde ik niet. Ik wilde het verdomme niet.” Yvonne Kroonenberg toont in "Uitgang' hoofdzakelijk medelijden voor haar door oorlogservaringen en dertig onderwijsjaren gekwelde vader; Rudi van Dantzig wordt sentimenteel ("Malle, bewonderenswaardige levensgezel, die alleen lagere school had gedaan') en Kristien Hemmerechts geeft goede raad - “Het hij-of-zij-is-zoals-ik kan als toverformule werken om angst en onzekerheid op een veilige afstand te houden, maar zodra de verschillen niet langer kunnen worden genegeerd, volgt ontgoocheling of frustratie, en wordt het anders-zijn ervaren als een afwijzing”.

Uiterst koel maar even doeltreffend is de bijdrage van H.M. van den Brink. “Mijn verwekker ben ik de afgelopen vijfentwintig jaar nog maar een handvol keren tegengekomen. Geen ontmoetingen om over naar huis te schrijven. Er is niets meer wat ons bindt. Zelfs geen schuldgevoelens. We kennen elkaar niet meer en dubieuze debiteuren schrijf je af.” Ook Tracy Metz treft de lezer met haar "Dear Daddy', waarin een wijze dochter zich optrekt aan haar vader om de wreedheid van haar moeder aan te kunnen. Ze richt zich rechtstreeks tot hem, die ze verafgoodt, en weet daarbij heel precies afstand te houden van kleffe clichés en flodderig sentiment. Nicolaas Matsier en ook Flip Schrameijer schrijven over hun eigen vaderschap.

Lang niet alle auteurs in Atlas wisten goed raad met dit zo kortbij liggende, intieme thema.

Atlas 5, Onze vaders. Atlas, 150 blz. ƒ 14,90

Wonderlijk rommeltje

Op zijn drieënzeventigste begint de Antwerpse Belg Alain Germoz met een franstalig internationaal tijdschrift, Archipel, dat twee maal per jaar moet gaan verschijnen. In een als een vers gevormde inleiding, "La littérature malgré tout', poneert Germoz zijn opvattingen. "Ni doctrine, ni théorie,/ mais un souci constant'. Archipel wil allerlei verschillende soorten teksten opnemen, voor lezers die zich willen laten "desoriënteren' - "qui prérèrent les mots/ au bruit qu'ils font'.

Op het omslag belijdt Germoz zijn volstrekte afkeer van elk dogma en elk -isme. Zich beroepend op maar liefst drie beroemdheden laat hij ten slotte de lezer aan zijn lot over. Camus: Seul le risque justifie la pensée. George Steiner: To write is to oppose. Georges Braque: Ne pas adhérer.

In het eerste nummer vallen vier grotere gehelen op, en, in de beste Belgische traditie, een toneeltekst. Met dit theaterdebuut van de jonge Donald George, die ook gedichten en filmscenario's schrijft, wil Germoz die traditie nieuw leven inblazen. Het ouderwets surrealistisch aandoende, verrassende stuk van George (1965) gaat over het uiteengaan van een eiige man (een "hommelet') en een meedogenloze vrouw; tenminste een van hen is geestelijk gestoord.

Opmerkelijk is verder de aandacht voor de flamingant Michel Seuphor ("Le calme de Mondrian contre la fougue de Marinetti'); de aan Columbus opgedragen Indianen-gedichten en -verhalen; en de zes van een omvangrijke serie gedichten "La grande muraille de Chine' van de Nederlands-Chinese Henk ter Brenk (1925): "En op al mijne vragen/ het antwoord/ van hun haast onverdraagbare/ hulpeloze/ en verwoestend-zachte/ glimlach...'. Als dissidenten die in 1917 tóch gelijk hebben gehad worden Mandelstam en Tsvetajeva opgenomen.

Een wonderlijk rommeltje, dat nog te zwaar leunt op onbekend talent. Archipel 1. Jan Van Rijswijcklaan 7 (Bt 2) B-2018 Antwerpen.