Wat moet dat met die schoteltjes?

In sommige wijken van Amsterdam hebben lokale autoriteiten het offensief ingezet tegen naar hun mening ontsierende satellietschoteltjes aan gevels. Die moeten naar het dak, of naar de achterkant van de huizen, zo heet het. De maatregel treft vooral Turkse televisiekijkers, die de schoteltjes gebruiken om enkele niet via het Amsterdamse kabelnet verspreide Turkse zenders te zien.

Wat een stad ontsiert, is natuurlijk een hogelijk subjectief gegeven. Zo lijkt het mij esthetisch alleszins te rechtvaardigen, alle auto's uit het straatbeeld te verwijderen, en alle woonboten uit de grachten. Dat dit niet gebeurt, ofschoon ik in mijn mening geenszins alleen sta, hangt samen met het feit dat auto's en woonboten een zekere praktische gebruiksfunctie hebben, die voor de maatschappij kennelijk zo zwaar weegt dat volledige verwijdering kennelijk niet als een realistische optie wordt gezien.

Waarom ligt dit voor satellietschotels anders? Het argument dat de schotels naar dak of achterzijde moeten worden verplaatst kan nauwelijks serieus worden genomen: verplaatsing naar het dak brengt aanzienlijke investeringen en problemen met de woningeigenaar met zich mee, om over het risico van diefstal nog maar te zwijgen. De grootmoedig toegestane verplaatsing naar de andere kant van het huis getuigt van een diepgaand onbegrip der autoriteiten ten aanzien van satellietontvangst: de schotels moeten in het zicht van de geostationaire satellieten staan, en die staan in het zuiden. Slechts één kant van het huis is dus geschikt.

Nee, het offensief tegen de schoteltjes - geenszins alleen een Amsterdams probleem - lijkt me vooral ingegeven door de aloude neiging van Nederlandse (en andere) autoriteiten, zich te bemoeien met de consumptie van audiovisuele signalen. Nu op landelijk niveau het decennia lange streven, deze consumptie te beperken tot de Hilversumse zuilen en beschaafde dansmuziek, schipbreuk heeft geleden op piratenzenders, kabeltelevisie, RTL4 en wat niet al, komen de gemeente- en wijkraden hun duit in het zakje doen.

Wat moet dat eigenlijk, zo'n schotel, is het meest gehoorde argument, er worden via het gemeentelijk kabelnet toch zeker voor elk wat wils programma's verspreid, 23 in het Amsterdamse geval? Maar ja, daar is maar één Turks programma bij, en mijn Turkse buurman ziet niet in waarom hij van die andere twee verstoken zou moeten blijven. Mijn Italiaanse buurman taalt naar meer Italiaanse zenders dan die ene (christen-democratische) RaiUno.

Ik sta van harte naast mijn buurlieden, ofschoon het Turks en Italiaaans niet machtig. Ik bijvoorbeeld zou graag het Spaanse "TVE Internacional' zien, het Frans-Duits-Belgische culturele programma "Arte' en twee Russischtalige zenders - alle programma's die via het Amsterdamse kabelnet niet worden verspreid. En weer anderen popelen om zich op het pornokanaal "Red Hot Dutch' te abonneren, haken naar de door de Nederlandse omroepen geboycotte nieuwszender "Euronews' of snakken naar de dag dat zij in Amsterdam de Japanse televisie kunnen aanzetten.

Het punt is, dat de capaciteit van de meeste kabelnetten in Nederland allang niet meer in een redelijke verhouding staat tot het aanbod aan televisieprogramma's per satelliet, ongeveer honderd meen ik, maar de ware enthousiastelingen weten er misschien nog wel meer te vinden. Net als bij het per kabel verspreide pakket zijn daaronder programma's die mij als individuele consument koud laten of zelfs weerzin in mij opwekken, terwijl zij mijn buurmans leven opfleuren.

Voor de beperking van het aanbod op de kabelnetten bestaat een reeks van argumenten, de een wat beter dan de ander. Zo zou het doorgeven van al die honderd, en over een paar jaar misschien wel tweehonderd signalen investeringen vergen die de exploitatie van het net te duur zouden maken. Daar zit wat in, ofschoon er bij mijn weten geenszins een brede volksbeweging of koopkrachtige vraag bestaat voor de thans in het Amsterdamse gepleegde investeringen voor de verspreiding van D-Mac-signalen.

En verder is ook de Amsterdamse kabelexploitant (een gemeente-instelling) natuurlijk ook gewoon een ambtelijk orgaan met regeltjes, hobby'tjes en bedilzucht. Voorbeeld: 's nachts wordt het 24 uur per dag uitzendende Franse TV-5 enkele uren door de Amsterdamse centrale uitgezet. “Wegens contractonderhandelingen”, zegt de man achter het klachtennummer gewichtig, maar die zijn voor mij als consument niet interessant.

Zeker lijkt dat het kabelnet nog tientallen jaren niet in staat zal zijn mij een onbekommerde kijk te bieden op de in de ether voorhanden satellietsignalen. Als ik nu bereid ben indivueel de nodige investeringen te doen om signalen van mijn keuze op te vangen, welk recht heeft een overheid dan eigenlijk, te proberen mij daarvan af te houden? Geen enkel recht natuurlijk, zoals de beschikbaarheid van buitenlandse of Nederlandse kranten niet kan worden beperkt met een beroep op de houtstand of het ontsierend karakter van kiosken. En die schoteltjes, ach, over een jaartje of wat zijn die net zo gewoon als lantaarnpalen, of die intens lelijke en ontsierende, door de gemeente zonder blikken of blozen overal geplaatste glasbakken.