VOORBEELD VOOR DE JONGE GENERATIE

Hij speelt ijshockey vrijwel zonder strafminuten. Ron Berteling is al 35 jaar oud, maar eindigt bij conditietesten nog bij de besten. De aanvoerder van het Nederlands team bracht gisteren het nationale record op 207 interlands. “Met ijshockey heb ik alles meegemaakt. In het amateurvoetbal was ik een van de velen geweest.”

De kunstijsbaan in Eindhoven loopt langzaam leeg. Het Nederlands team heeft zijn laatste wedstrijd kansloos verloren van Polen. Vrijwel niemand - noch de twee Poolse fans, noch de tweehonderd aanhangers van toernooi-winnaar Groot-Brittannië - is geïnteresseerd in de daarop volgende ontmoeting tussen Bulgarije en Roemenië. In de winkel met ijshockeyspullen bij de uitgang van de baan staat de aanvoerder van het Nederlands team, Ron Berteling, met drie meter naast hem bondscoach Larry van Wieren. Een uur na de nederlaag zoeken ze naar de juiste maat tussen de rijen t-shirts, petten, jassen en andere modieuze parafernalia van de National Hockey League, de Amerikaans-Canadese profcompetitie. Hun kinderen willen een t-shirt. Die willen meedelen in het enthousiasme voor de sport van hun vader.

De beide vaders, de bondscoach en de aanvoerder, blijven lachen. Verliezen met 7-1 doet pijn, zeker voor tweeduizend toeschouwers op de laatste dag van het wereldkampioenschap voor B-landen. Ze kwamen één overwinning te kort om mee te mogen doen met het kwalificatietoernooi voor de Olympische Spelen in Lillehammer, volgend jaar. Maar die teleurstelling verwerken speler en coach thuis, vanavond en de komende dagen. Een oversized t-shirt van de Montreal Canadiens bezorgt zoons en dochters een mooie herinnering aan een toernooi, dat misschien wel hun laatste was voor het Nederlandse ijshockey.

Ze zijn voor een deel met elkaar vergroeid, tot elkaar veroordeeld. Ze werden in 1979 samen kampioen van de B-poule, speelden in 1980 op de Spelen in Lake Placid. Het waren De Gouden Jaren. De generatie Nederlandse Canadezen van Van Wieren leerde de generatie Berteling - en zijn neef Henk Hille, met 36 de oudste van het huidige team - ijshockey. Nu leert Berteling zelfs het coachen van Van Wieren. Samen met een groep oud-internationals volgt hij een cursus bij de bondscoach.

Berteling is 35. De charges en de checks hebben geen littekens achtergelaten op zijn gezicht. Zijn lange, golvende donkere haar en zijn donkere ogen zouden het op een vrijgezellenavond goed doen in de café's rond het Amsterdamse Leidseplein, die ooit een inzameling hielden om zijn Amsterdamse club in leven te houden. De aanvoerder eindigt bij de conditietesten nog altijd bij de eerste drie van de selectie van ruim twintig man, vertelt Van Wieren. “Als we er meer hadden zoals hij, was het Nederlandse ijshockey een stuk verder. Hij is een voorbeeld voor de jonge generatie. Hij is een van de degenen in het team die ik niet hoef uit te leggen dat hij in de zomer zelf de discipline moet opbrengen om te trainen.”

Als de kinderen naar bed zijn, bestijgt Berteling in de zomer iedere avond de trap naar zolder. Daar werkt hij een uur op de schaatsplank, twee buizen met voeten erop die heen en weer kunnen glijden. Afgesteld op de korte slag voor ijshockey. “Soms sta ik eerst beneden te hangen, vijf minuten niets te doen. Dan zegt mijn vrouw: "ga nou maar'. En als ik niet ga, voel ik me ook schuldig.”

Vanaf zijn zevende staat hij op het ijs. Hij komt uit een basketbalfamilie en had met zijn lengte van 1.87 en gewicht van 81 kilo een goede point-guard kunnen worden. Maar hij werd een keer door een vriendje meegetroond naar de ijsbaan en raakte verslaafd. Hij heeft geen moment spijt gehad dat hij niet heeft gekozen voor voetbal of tennis, zijn twee andere sportieve liefdes. Een topvoetballer, een toptennisser verdient leuk, maar de aanvoerder van het Nederlands ijshockeyteam speelt voor een onkostenvergoeding. “Maar wie weet hoe ver ik was gekomen. Met ijshockey heb ik alles meegemaakt, ben ik op de Spelen geweest, heb ik de wereld gezien. In het amateurvoetbal was ik een van de velen geweest.”

Veel spelers verwisselen om de paar jaar van team, maar Berteling staat voor trouw en loyaliteit. Toen Amsterdam op het hoogste niveau speelde, kwam hij daar voor uit. “Je speelde met je vrienden, wat wil je nog meer. Ik hoefde niet weg.” Nadat de sponsor in de hoofdstad verdween, verhuisde hij naar Rotterdam. Een club, zegt Berteling, met een goede organisatie. Het beviel, hij bleef. Jammer dat Rotterdam slechts 200 toeschouwers per wedstrijd trok en Geleen en Nijmegen wel duizend. Maar Rotterdam is een uur rijden vanaf zijn woonplaats Monnickendam. Dat is net te doen. Voor het echte zuiden had hij moeten verhuizen.

Zelfs voor Berteling beginnen de jaren te tellen. Dit seizoen had hij voor het eerst morele steun nodig van zijn coach. Twee jaar geleden had hij daar nog geen behoefte aan, maar dit jaar wilden zijn gedachten voor een wedstrijd in de kleedkamer wel eens afdwalen. Een topsporter moet zich volledig concentreren op de wedstrijd die hem staat te wachten. Maar hij droomde weg zonder dat hij er erg in had. Na een nederlaag vroeg hij voor het eerst aan zichzelf of hij "het' was kwijtgeraakt. “Daar heb ik toen lang met Larry over gepraat. Hij had hetzelfde gehad. Vroeger waren we jong, was er niets anders dan ijshockey. Nu heb je een gezin, heb je je werk.”

De aanvoerder is dan ook overtuigd van de kwaliteiten van Van Wieren. Teamgenoot Robert Herckenrath liet zich deze week voorzichtig ontvallen dat een nieuwe coach misschien iets extra's zou kunnen toevoegen aan de ploeg, maar Berteling denkt daar anders over. Hij zal Van Wieren altijd steunen. Alleen een Nederlandse coach weet hoe veel de Nederlandse spelers wel en niet voor hun sport over kunnen hebben. “We zijn amateurs, we hebben onze studie, ons werk. Eeuwig oefenen op de powerplay zit er voor ons niet in. Tijd en geld ontbreken. Larry kan ook moeilijk tegen een van de spelers uit de selectie zeggen: ga jij maar naar huis, jou hebben we niet meer nodig. Er staan geen honderden jongens in de rij te wachten. Maar dat is nu eenmaal ijshockey in Nederland. Het heeft geen zin daarover door te zeuren.”

Zowel Berteling als Van Wieren blijft voorlopig ontkennen dat dit het laatste grote toernooi was in dienst van Oranje. “Dat hangt onder meer af van wat onze vrouwen daar van vinden”, antwoorden ze beiden. Van Wieren beslist eind deze maand of hij nog een jaar blijft als bondscoach. In de zomer heeft hij zijn Masters-degree in sportmanagement. Mocht er een aanbieding van een Noordamerikaanse universiteit komen, dan lijkt hij verloren voor het Nederlands ijshockey.

Berteling neemt een weekje vrij. Daarna begint hij weer met trainen - “je wordt wat ouder, je moet wat meer doen” - en zal hij 's avonds op de zolder beslissen of hij er nog een jaar aan vastknoopt. “Je denkt in seizoenen. Na de zomer begint het schaatsen weer. Als ik al stop, zal ik het verschrikkelijk missen.”

Hij weet als geen ander hoe groot de risico's zijn in een contactsport met hard ijs, harde randen en scherpe schaatsen. In de bekerfinale van dit seizoen speelde zijn club, de Gunco Panda's Rotterdam, tegen de Meetpoint Eaters uit Geleen. Griep noch koorts kon hem van het ijs houden. Zijn club speelde die week vijf wedstrijden in zeven dagen. Hij zou en moest de belangrijkste meedoen. Maar als zijn vrouw na die ontmoeting had mogen meepraten over het al dan niet verlengen van zijn carrière, had zij het wel geweten.

In de eerste periode was hij zo misselijk geworden dat hij een rustperiode tijdens het wisselen gebruikte om over te geven in de wc in de kleedkamer. In de tweede periode kreeg hij een mislukte heupcheck te verwerken, vloeg hij door de lucht en kreeg hij de punt van een schaats van een tegenstander vol tegen zijn hoofd. Precies tegen de voorkant van het doorzichtige stuk plexiglas dat aan de verplichte helm vastzit en zijn neus en ogen beschermt. Juist op dat moment schakelde de televisie "live' over naar het ijshockey. Berteling in beeld, uitgestrekt op het ijs, buiten westen geweest en nog groggy. Zijn vrouw schrok zich dood. Maar zijn vader, de teammananger van de Panda's, wist dat het zijn taak was haar zo snel mogelijk per telefoon gerust te stellen.

Zelf heeft Berteling nauwelijks strafminuten opgelopen. Een overtreding van hem is zeldzaam. “Hij is hard maar sportief, de sympathiekste en sportiefste speler in Nederland”, vertelt Nederlands meest ervaren scheidsrechter Ad Stuiver. “Hij wordt zelden kwaad, zodat als hij kwaad wordt, je ook bijna zeker weet dat hij een reden heeft.”

De nederlaag tegen Polen doet pijn, de excuses zijn vederlicht. Er zaten wat straffen tegen, verzucht Berteling. De Polen benutten vrijwel iedere powerplay en lieten Nederland niet meer in de wedstrijd komen. Het was het verschil tussen Nederlandse amateurs, die aan het einde van een loodzwaar toernooi hun pijntjes voelen, en Poolse semi-profs, die bij een derde plaats zonder prijzengeld naar huis hadden gemoeten, maar voor de tweede plaats een bedrag van ongeveer 500 gulden van hun bond krijgen.

IJshockey is een klein wereldje, zegt Berteling tijdens het gesprek op de tribune. Als bewijs wordt hij gegroet door de helft van de mensen die langs loopt. Een fan komt hem zelfs de hand schudden. “Tot ziens, prettige zomer.” Want de zomer is voor een ijshockeyer het wachten tot er weer ijs ligt.