Russen sceptisch over humanitaire initiatieven; "Hulp komt bij mafia terecht'

MOSKOU, 5 APRIL. Sasja, "biznisman' in Moskou, heeft de afgelopen twee weken twee nieuwe Mercedessen aan gort gereden. Ze waren onverzekerd. De harde valuta waarmee hij de wagens afgelopen jaar contant heeft gekocht is hij kwijt.

En toch is Sasja niet vóór humanitaire hulp uit het Westen. Als het moet zal hij president Boris Jeltsin te hulp snellen in zijn machteloze strijd tegen parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov, de Tsjetsjeen uit de Kaukasus. Sasja heeft zelf namelijk zo zijn eigen problemen met de “Tsjetsjeense mafia”, die zijn oliehandel indertijd heeft voorgefinancierd en nu haar geld onverhoeds opeist. Maar voor het overige is hij gelukkig met het Rusland van vandaag. De wanorde van de vaderlandse economie speelt hem alleen maar in de kaart. Hoe minder organisatie, hoe meer hij kan verdienen. Nu kan hij als makelaar in olie zijn eigen gang gaan, niemand weet hoe hij er aan komt en hoe hij zijn exportvergunningen bij elkaar scharrelt. Mocht Rusland een gereguleerd kapitalistisch land worden, dan is hij die vrijheid kwijt.

Sasja staat niet alleen in zijn scepsis jegens Westerse steun. Hij heeft weliswaar een persoonlijk belang, maar menig landgenoot deelt zijn visie. Sinds Europa en de Verenigde Staten drie jaar geleden met hun humanitaire hulp op de proppen kwamen heeft het begrip in Rusland een hilarische lading gekregen. Het is een woord op zichzelf geworden. Onduidelijke sigaretten, tweedehands autowrakken, illegale whisky, Poolse vieux die "Napoleon-cognac' wordt genoemd, noodrantsoenen voor soldaten: alles wat eigenlijk onnodig is maar waarvoor je als burger vorstelijk moet betalen, wordt nu “humanitaire hulp” genoemd. Kortom, de burgers hebben het gevoel dat deze hulp ter plaatse door de 'criminele structuren' commercieel wordt geëxploiteerd.

De Amerikaanse regering heeft in Vancouver niettemin de oude lijn doorgezet. Het bedrag dat Bill Clinton heeft uitgetrokken is wederom nauwelijks bestemd voor structurele projecten. “Ik zie er niets in”, aldus Lena, een academica in de chemische wereld die de stap naar het grote geld tot nu niet heeft gemaakt. “Serieuze investeringen, daar hebben we wat aan. Humanitaire hulp verdwijnt toch op straat. Maar ik begrijp best waarom het Westen er wel vertrouwen in heeft. Het komt jullie van pas. Het Westerse bedrijfleven kan exporteren wat in eigen land niet meer verkocht kan worden en jullie kunnen je ook nog eens moreel verschoond gaan voelen. De Russen komt het eveneens goed uit. De handel kan zich er meester van maken, de overheid kan corrupt blijven en de gewone Russen hoeven zich niet aan de nieuwe tijd aan te passen, maar kunnen blijven leven als horige slaven die hun hand moeten ophouden.”

Pag.5: "Een top meer of minder verandert niets'

Lena is met die visie nog optimistisch. Ze heeft althans een alternatief in haar hoofd. Edoeard, een geprivatiseerde postbode, vindt de hele top in Vancouver hoe dan ook tijdverspilling. “Natuurlijk, jullie zij bang voor Chasboelatov. Als het aan de macht komt, keert het stalinisme terug. Maar daar gaat het nu niet om. De kwestie is deze: denkt Clinton echt dat hij met twee miljard dollar Jeltsin kan redden? Rusland is een groot land, begrijp je, dat altijd zijn eigen weg is gegaan. Daar verandert een topconferentie hier of daar niets aan”.

Op het politieke niveau in het Kremlin worden deze volksstemmen uiteraard nog niet gecopieerd. Net als zijn Sovjet-voorganger Michail Gorbatsjov is ook president Boris Jeltsin, nu hij in eigen huis in het nauw zit, bezig met een buitenlandse campagne die hem binnenlands prestige moet opleveren. Maar ook daar neemt de ergernis over het Westen toe. “Een heel jaar lang hebben onze Westerse crediteuren geweigerd om de vraag te bezien, hoe de Russische schuld serieus besnoeid kan worden. En nu, nu we zogezegd in de klem zitten, zal zo'n beslissing klaarblijkelijk genomen worden. Dat wil zeggen: kunnen ze die nemen, zoals ze willen”, aldus adjunct-hoofdredacteur Aleksej Poesjkov van het hervormingsgezinde weelblad Moskovskije Novosti afgelopen weekeinde.

“We hebben te veel gehoopt op Westerse steun”, zo zei Jeltsin tien dagen geleden zelf al in een toespraak tot het Congres van Volksafgevaardigden. Dat was niet alleen een handreiking in de richting van parlementsvoorzitter Chasboelatov die een week eerder gekscherend zijn sympathie had betuigd met de “Amerikaanse arbeiders die niet wensen te betalen voor onze fouten”. Dat was ook een hartekreet van een man die zich realiseert dat hij tot nu toe, met zijn herhaaldelijke belofte dat het allemaal snel veel beter zou, te veel heeft gegokt op immaterieel crediet.