Psychiater wordt vervolgd wegens hulp bij zelfdoding

DEN HAAG, 5 APRIL. Justitie heeft vervolging ingesteld tegen een psychiater in Haarlem wegens het verlenen van hulp bij de zelfdoding van een 50-jarige vrouw uit Ruinen. De zaak dient woensdag voor de rechtbank in Assen.

De psychiater heeft de vrouw in september 1991 in haar woning in aanwezigheid van getuigen middelen gegeven waarmee zij zichzelf vervolgens om het leven heeft gebracht. De vrouw had na de traumatiserende dood van haar twee kinderen en het mislukken van haar huwelijk te kennen gegeven niet langer te willen leven. Naar het oordeel van de raadsman van de psychiater, mr. E.P.R. Sutorius, gaat het hierbij om een medisch-ethisch en juridisch principiële zaak. “Uiteindelijk gaat het om de vrijheid tot zelfbeschikking omdat de ondraaglijk lijdende vrouw geestelijk en lichamelijk waarschijnlijk wel gezond was”, aldus Sutorius, die verder weigerde op de zaak in te gaan.

Het verlenen van hulp bij zelfdoding is, net als het plegen van euthanasie, formeel nog steeds strafbaar in Nederland met respectievelijk maximaal vier en twaalf jaar cel. Op 9 februari hechtte de Tweede Kamer echter goedkeuring aan een regeling die artsen onder strikte voorwaarden de mogelijkheid biedt een einde te maken te maken aan het leven van patiënten. Zo moet onder meer het lijden van de patiënt uitzichtloos en ondraaglijk zijn en de wens om te sterven meermalen bewust zijn herhaald. Het doel van de regeling is het toetsbaar maken van het medisch handelen van artsen rond het levenseinde. Zij moeten daartoe onder meer gevallen van euthanasie of hulp bij zelfdoding melden bij de gemeentelijke lijkschouwer, die in geval van onnatuurlijke dood Justitie waarschuwt. Of het OM vervolging instelt tegen de medicus hangt ervan af of hij voldaan heeft aan een lijst met 28 zorgvuldigheidseisen. In de zaak van de Haarlemse psychiater heeft de vergadering van procureurs-generaal, de hoogste ambtenaren binnen het OM, besloten tot vervolging over te gaan juist omdat de vrouw niet leed aan een ziekte. De procureurs-generaal, formeel voorgezeten door minister Hirsch Ballin (justitie), toetsen alle gemelde gevallen van euthanasie en hulp bij zelfdoding.

De goedkeuring die de Tweede Kamer gaf aan de euthanasieregeling veroorzaakte opschudding in het buitenland. De oorzaak hiervan lag in de meldingsprocedure die gelijk is voor gevallen van "doding op uitdrukkelijk verzoek' ("echte' euthanasie of hulp bij zelfdoding) en het doden van patiënten die niet (langer) in staat zijn hun wil kenbaar te maken. Hierbij gaat het in de meeste gevallen om comateuze patiënten, ernstig gehandicapte pasgeborenen of ernstig demente bejaarden. Doordat beide categorieën zijn opgenomen in dezelfde meldingsprocedure ontstond in het buitenland het idee dat Nederland op ruime schaal het medisch doden accepteert van "wilsonbekwamen'. Zo werd de Nederlandse aanpak vergeleken met de euthanasie-praktijken in nazi-Duitsland.

Pag.3: Positie psychiater is juridisch paradoxaal

Feit is dat door al dit rumoer euthanasie en hulp bij zelfdoding tijdelijk extra beladen onderwerpen zijn. In het geval van de Haarlemse psychiater, die voordat hij tot zijn daad kwam, zes deskundigen om advies vroeg, draait het bovendien om een soort juridische paradox: wanneer het verzoek van de vrouw opgevat wordt als een symptoom van een psychiatrisch ziektebeeld, kan dat haar wilsvrijheid hebben aangetast zodat zij niet meer in staat was haar wil te bepalen. In dat geval is het de vraag of een medicus op een dergelijk verzoek mag ingaan. Wanneer er echter vanuit wordt gegaan dat de vrouw geen psychiatrisch ziektebeeld vertoonde, over haar volledige geestescapaciteiten beschikte en weloverwogen haar verzoek om hulp deed, is het evenzeer de vraag of de medicus op het verzoek van de vrouw had mogen ingaan: zij leed dan immers niet aan een “ziekte”.

Hiermee hangt samen de vraag of de psychiater toen hij besloot in te gaan op het verzoek van de vrouw, handelde in “noodtoestand” omdat hij in een conflict van plichten verkeerde. Dat is de strafuitsluitingsgrond waarop artsen zich binnen de huidige regeling structureel kunnen beroepen wanneer zij zijn overgegaan tot euthanasie of hulp bij zelfdoding. De redering is dat deze handelingen strafbaar zijn, maar dat een arts die met inachtneming van de strikte zorgvuldigheidseisen ingaat op het verzoek van een patiënt die uitzichtloos lijdt, verkeert in zo'n situatie van conflicterende belangen.

Binnen de Nederlandse vereniging voor psychiatrie is inmiddels het inzicht gegroeid dat zelfmoordneigingen niet altijd een symptoom hoeven te zijn van een geestesziekte. Dat blijkt uit een vertrouwelijk standpunt van de Commissie Ethiek van de Vereniging. De commissie schrijft onder meer: “De vraag of hulp bij zelfdoding in overweging mag worden genomen bij personen met een psychische ziekte of een psychische handicap dient bevestigend te worden beantwoord.” Wel zouden de gecompliceerde omstandigheden waaronder verzoeken om hulp bij zelfdoding in de psychiatrie “als regel” plaatsvinden een “specifieke en zorgvuldige afweging” vereisen. Hulp bij zelfdoding in de psychiatrie wijst de ethische commissie af “als behandeling redelijkerwijs mogelijk is en de betrokkene een dergelijke behandeling afwijst”.