Prins

De jaren '60, jaren van bevrijding en verlangen, de jaren van de grutto ook. Ruim 125.000 broedparen telden we toen. Inmiddels 50.000 minder.

De prins der weidevogels wordt hij wel genoemd en ja, iets hoofs, iets waardigs kleeft hem aan. Met "koning' maak je hem te dik, een koning zou regeren. Met "prins' geef je zijn rankheid aan, en dat hij kwetsbaar is, prinsen staan alleen.

Wat de grutto misschien heeft onderschat is zijn afhankelijkheid van de koe. Hij kan niet zonder koe. Of om precies te zijn: hij kan niet zonder de koe van 1960. Dat was de koe die het weiland in een voor grutto's optimale conditie hield.

Sindsdien zijn delen van het land door de koe ontruimd. Elders kwamen juist koeien te veel. En er werd te diep ontwaterd. En er werd te vroeg gehooid. Al deze gebieden worden in hoog tempo ontgruttood.

Ook in kringen van natuurbescherming gaan nu stemmen op om de grutto maar te vergeten. Onbegonnen werk, zonde van de moeite, zonde van het geld. En in feite is de grutto een agrarisch bijprodukt, geen echte natuur, een toevallig dier dat van een tijdelijke situatie heeft geprofiteerd.

Dit is waar. Natuurlijk is dit waar. Wij hebben tenslotte verstand van wat geen natuur is, van wat als tijdelijk moet worden beschouwd.

Maar niet alles wat waar is is een argument.