Oosteuropa ook strijdtoneel Songfestival

LJUBLJANA, 5 APRIL. Onwennig staan ze naast elkaar op het podium van studio 1 van de Sloveense televisie in Ljubljana - de winnaars van de Oosteuropese voorronde voor het Eurovisie Songfestival, het festival der armen. Zeven landen deden zaterdag mee, vijf daarvan nieuw-gevormde staten. En uitgerekend de drie op de puinhopen van het oude Joegoslavië gevestigde deelnemers - Slovenië, Bosnië-Herzegovina en Kroatië - bezetten de drie eerste plaatsen, die recht geven op deelname aan het echte Eurovisie Songfestival in Ierland, op 15 mei.

Het is, zo geven sommige ex-Joegoslaven na afloop toe, een beetje alsof Joegoslavië dat ook vroeger al op het festival was vertegenwoordigd, nu met drie liedjes zal meedoen. Ze kennen elkaar ook allemaal, zoals ze daar het als eerste geëindigde, Sloveense Een rustige regendag staan mee te zingen - ze kennen elkaar nog van voor hun onafhankelijkheden. Toch kan men moeilijk zeggen dat ze elkaar de bal hebben toegespeeld. Op de receptie na afloop gaat het vooral over het Kroatische jurylid, die Bosnië-Herzegovina - overduidelijk een sterke kandidaat - het minimale puntenaantal van vijf had gegeven. Het Kroatische maximum van twaalf punten ging naar de verder door iedereen versmade Roemeense inzending.

De Oosteuropese voorronde van het Eurovisie Songfestival is een compromis dat een eind maakte aan maanden van onverkwikkelijk touwtrekken tussen de 22 westerse landen die - als leden van de European Broadcasting Union (EBU) - al sinds jaren meedoen aan het befaamde festival, en de landen die vroeger lid waren van de Oosteuropese Intervisie en nu toegang tot de EBU, en het Eurovisie Songfestival eisen.

Achtentwintig landen zijn dat er in theorie, als men alle nazaten van Joegoslavië, de Sovjet-Unie en Tsjechoslowakije als potentiële deelnemers telt. Het EBU-bestuur voorzag een concours van vijftig deelnemers en sloot de deur van het festival voor de nieuwe Eurovisie-leden - daarmee verwijten over discriminatie over zich afroepend. “Zijn wij soms minder Europees dan Israël en Cyprus die wél mogen meedoen?”, vraagt Mito Trefalt, hoofd amusement van de Sloveense televisie. Hij blijft ijveren voor toegang tot het festival voor de Oosteuropeanen. Desnoods moeten de Westeuropeanen onder elkaar ook maar zo'n voorronde houden, als het totaal aantal deelnemers beperkt moet blijven.

Dat in Ljubljana tenslotte maar zeven landen deelnamen, had vooral te maken met geldgebrek. Rusland, Wit-Rusland, Polen, Bulgarije en Tsjechië trokken zich terug toen de Sloveense televisie de kosten van de voorronde over de deelnemers wilde omslaan. Ook met de internationale verspreiding van het programma is het droevig gesteld. Behalve de zeven deelnemende landen (drie ex-Joegoslavische republieken, Hongarije, Slowakije, Roemenië en Estland) namen alleen Denemarken, Spanje, Portugal en Cyprus de uitzending uit Ljubljana op, voor uitzending op een later tijdstip.

Echt feestelijk is de stemming dus niet in Studio 1, als het symfonieorkest van de Sloveense radio er de openingsmelodie inzet. De helft van het aantal stoelen in de zaal is onbezet, zodat de beeldregie moet afzien van de voorgenomen plaatjes van een applaudisserende zaal.

De vijf man sterke formatie "Fazla' uit Sarajevo met het nummer Sva bol svijeta (De pijn van de hele wereld), die de rij opent, heeft de afgelopen dagen aan ieder die maar horen wilde de geschiedenis van de Bosnische deelname verteld. Bij tien graden vorst is op 27 februari de voorronde gehouden in de door Servische granaten zwaar gehavende studios van TV-Sarajevo. Voor het opnemen van de demo-band heeft de groep 120 liter diesel, à zeven of acht D-mark per liter, op de zwarte markt moeten kopen om de generator te laten draaien.

Om hier in Ljubljana te komen hebben de leden van de groep hun toevlucht moeten nemen tot de enige route voor de bevolking van Sarajevo tussen de stad en de buitenwereld: de tocht bij nacht over het vliegveld, laverend tussen dekogels van met nachtkijkers gewapende sluipschutters en pantserwagens van de troepenmacht van de Verenigde Naties die proberen waaghalzen op te pakken en terug te sturen.

Als één van ons het niet haalt, dan doen de anderen in Ljubljana ook niet mee, hadden de groepsleden elkaar beloofd. Maar al hebben sommigen op het vliegveld hun schoenen in de modder en de paniek moeten achterlaten, ze staan er en brengen een lied dat niet anders dan als onversneden oorlogspropaganda kan worden beschouwd: De pijn van de hele wereld is nu in Bosnië / maar ik laat mij door angst niet terneer drukken / ik weet hoe te zingen, en ik weet hoe te winnen.

Ook de Kroatische inzending Don't ever cry/ my Croatian sky gaat over de oorlog, zij het wat vager en meerstemmig - muzikaal de enige interessante bijdrage. De groep "Put' uit Rijeka heeft voor enige opwinding gezorgd door het voornemen het nummer geheel in het Engels te zingen - in flagrante strijd met artikel 38 van het reglement van het Eurovisie Songfestival, dat zegt dat de bijdrage voor minstens vijftig procent van de tijd in de landstaal moet zijn.

Met de bijdrage uit Estland, Muretut meelt ja südametult (in het Engels: Just peace of mind) komen we na twee opmerkelijke bijdragen weer op vertrouwd Eurovisie-songfestivalterrein: omhoogstrevende, met veel effect gezongen melodieën, die nochtans nergens anders eindigen dan in een muzikaal cliché. Zangeres Janika, slechts 17 jaar oud, zingt over “de onbezorgdheid als de enige manier om een gelukkig leven te leiden”.

De Roemeense Dida Dragan beschikt over de enige geschoolde stem in het hele concours en is behalve zangeres ook dichteres. Nu Pleca (Ga niet) is verreweg de meest pathetische bijdrage, wijdbeens en met opgeheven armen gezongen. De keuze voor dit nummer is gebaseerd op een onderzoek van het Instituut voor Publieke Opinie, dat 110 huishoudens op 80 lokaties consulteerde. Nog beter ware geweest, ook wat huishoudens in Estland, Slowakije en andere hier deelnemende landen te ondervragen. Met uitzondering van de Kroaat, plaatsen alle juryleden Roemenië resoluut onderaan hun lijstje.

Bij die jurering suggereert de presentatrice, een oogverblindende verschijning in blauwe avondjurk die moeiteloos Sloveens, Engels en Frans door elkaar spreekt, dat naar de diverse jury's in de deelnemende landen wordt overgeschakeld. In werkelijkheid zitten ze allemaal in de belendende studio 2 in Ljubljana. De telefoon- en andere verbindingen tussen de verschillende landen in Oost-Europa laten sterk te wensen over en men wilde niet het risico lopen dat een jury plotseling niet bereikbaar zou zijn.

Na anderhalf uur is alles voorbij en vieren de drie winnende delegaties feest. Die uit Sarajevo is het uitbundigst en ziet zichzelf duidelijk als de morele winnaar. “Dit toont aan dat wij een cultuurvolk zijn, en niet een of andere stam op de Balkan”, meent zanger Muhamed Fazlagic. De Bosnische vice-president Ejup Ganic is uit Sarajevo naar Ljubljana gekomen om Fazla te feliciteren. Daarna staat hij tijdens de receptie in een hoekje met de Sloveense premier Loze Peterle. Luid lachen zij om elkaars grappen.