MICHEL WAISVISZ OVER De Handen

Requiem ohne Tote; Waisvisz en de Marokkaanse groep Weshm. 7 en 8/4 (21.00u) in De IJsbreker, Amsterdam; 11/4 (20.15u) in Vredenburg Utrecht.

“In veel elektronische muziek wordt de klank gestuurd via een simpel toetsenbord, met een soort lichtknopjes die je alleen aan en uit kunt zetten. Maar met een hand kan veel subtielere informatie worden doorgeven. Het toucher van een pianist wordt bepaald door uiterst kleine afwijkingen in het moment waarop een toets wordt aangeslagen en de druk waarmee dat gebeurt. In Marokkaanse muziek bestaan zelfs honderden namen voor al die fysieke nuances in de manier van spelen. In veel elektronische muziek heersen de technici. Ik heb een hekel aan strakke, doorgestructureerde elektronische klanken.”

Componist en klankontwerper Michel Waisvisz (43) ontwikkelde daarom een elektronisch instrument, De Handen, waarmee hij lichamelijke expressie kan omzetten in synthetische geluiden. Met behulp van technieken uit centrale verwarmingsinstallaties, medische apparatuur en ruimtevaart ontwierp hij een soort elektronische handschoenen met toetsenborden die heel kleine bewegingen van de vingers registreren en vertalen in klank. De positie van de duimen regelt de betekenis van de vingertoesten, waardoor het apparaat in feite 127 verschillende toetsen telt. Ook de afstand tussen beide handschoenen, die voortdurend elektronisch wordt geregisteerd, beïnvloedt het geluid.

“Tussen de handen bevindt zich een soort onzichtbare strijkstok, waarmee bij voorbeeld de luidheid wordt gestuurd. Bij bespelers van traditionele instrumenten ligt het gevaar van motorische routine op de loer. Met De Handen kan ik dat voorkomen, want de duimen maken steeds wisselende koppelingen tussen lichamelijke bewegingen en klanken.

“Ik heb een voorkeur voor een "humanistische' elektronische muziek. In de twintigste eeuw heeft de belangstelling voor de formele structuur andere aspecten van muziek overwoekerd. Het muzikale moment wordt echter niet alleen bepaald door interval, timbre en ritme, maar ook door de lichamelijke spanning en ontspanning van de uitvoerder. Daarom wil ik muziek maken die in de concertzaal tot leven komt. Op een cd is geen sprake van een wisselwerking tussen publiek en musicus. Ik gebruik elektronische instrumenten die je echt moet bespelen, zodat er tijdens het concert iets te zien is. In traditionele elektronische concerten zit een technicus achter een tafel, en draait af en toe aan een knopje draait of verplaatst een schuifje.

“Ik laat tijdens concerten de computer nooit zelfstandig geluiden ontwerpen. Hij mag alleen mijn bewegingen "vertalen'. Thuis gebruik ik de computer wel als klankorakel. Mijn composities ontstaan vanuit de improvisatie. Alles wat ik speel wordt door de computer geregistreerd. Met die bevroren improvisatie ga ik aan het beeldhouwen tot het resultaat beantwoordt aan mijn voorstelling.

“Al in mijn jeugd werd ik geboeid door het geluid van de korte golf. Mijn vader was zendamateur, ik vond het ongelofelijk dat je door het draaien aan een simpel knopje de hele wereld in je greep kon krijgen. Maar ik heb ook een fascinatie voor stemmen, voor hun klank, timbre en intonatie. Je zou mijn composities kunnen beluisteren als een stem waarvan je net te ver verwijderd bent om de woorden te kunnen verstaan. Ik maak veel geluidsnotities met een kleine DAT-recorder, van slapende mensen, kraakjes, piepjes, fonteinen en ook spraak. Ik heb een hele geluidsbibliotheek van Bush, zelden heb ik een stem gehoord met zoveel dubbele bodems.

“In Requiem ohne Tote komt de paasboodschap van vorig jaar van de paus voor. Dat is de enige sample in het stuk, alle andere geluiden zijn synthetisch. De stem van de paus kon ik niet synthetiseren.”