Judoka's dijen uit tot ware gladiatoren

DEN BOSCH, 5 APRIL. De imagologen van de Nederlandse judobond hebben hun werk goed gedaan. Wat eens de Open Nederlandse kampioenschappen heette, draagt nu de naam Big Boss Open Judo Championships. Want in de Engelse taal stijgt het aanzien. Dat zijn de wetten van de sportmarketing. Geef er daarnaast een Amerikaans tintje aan en een sporttoernooi is meer dan sport.

Dan worden de finales van de Open Nederlandse kampioenschappen judo afgewerkt in een sfeer die commerciële televisiezenders menen op te moeten leggen. Veel geschreeuw, weinig wol. De normale lampen in sporthal De Maaspoort in Den Bosch gaan dan uit, een machinerie van voetlichten flitst dan aan. Marsmuziek galmt dan door de arena als bij een intocht van gladiatoren. De namen van de judoka's tollen bij wijze van aankondiging langs de tribunes en dijen uit tot namen van grote kampioenen.

Rondom zetelen nu veel vip's, met hun vrouwen als decor. Naast de gebruikelijke familie en judovrienden en de 1300 genodigden en hun introducé. In een aangrenzende ruimte is een promo-dorp gebouwd, een onvermijdelijk randverschijnsel bij evenementen die zichzelf opblazen. Maar iedereen wordt gekoesterd. Er mag geen wanklank vallen. Dat is het aangename in deze atmosfeer.

De uitslag van een finale of een wedstrijd om de derde plaats galmt - omlijst door telkens weer dezelfde marsmuziek - door de hal. Voorzitters, bestuursleden en sponsors schuifelen om de beurt de mat op om de gelukkige judoka's een bekertje te overhandigen. De televisie is ingehuurd om heel Nederland getuige te laten zijn van deze moderne judo-show. Maar de regisseur negeert het wezenlijke van dit toernooi, de versiering. Hij beperkt zich tot sport.

Judo wordt in Nederland meestal niet vereenzelvigd met helden en prachtige atleten. Ze zijn er wel. Vroeger Anton Geensink en Wim Ruska, Peter en Jan Snijders. En nu Irene de Kok, Theo Meijer, Ben Spijkers, Anthonie Wurth, Jessica en Jennie Gal. Ze vormen een rij van indrukwekkende sportmensen. Maar hun prestaties worden altijd maar overschaduwd door intriges en machtsspelletjes.

Om het valse beeld te verbeteren, proberen de judobestuurders in navolging van hun Franse collega's hun sport te verlichten, door bijvoorbeeld de wedstrijden aantrekkelijker te maken. Verwen het publiek met een totaalpakket van amusement en verpozing. Want alleen moeilijk te begrijpen judopartijen brengen geen geld op en trekken geen sponsors aan.

Zo'n swingend evenement heeft wel iets. Tien minuten, dan is het over. Voor de organisatoren is het een gok. Hoe aantrekkelijk de extra 20.000 gulden is die de hoofdsponsor schenkt. De judoka's beseffen dat het hen ten goede komt. En ze voelen zich vereerd in zo'n ambiance te kunnen strijden. Het geeft een kick en beïnvloedt hun prestaties positief. Misschien zullen niet-judolievende mensen zich aangetrokken voelen tot kampioenschappen in deze gedaante. De vraag is: hoe lang? Wanneer ze merken dat lang niet alles echt is en geafficheerde prominente judoka's ontbreken.

Irene de Kok, bijvoorbeeld, heeft net afscheid genomen van het wedstrijdjudo, evenals haar aartsrivale Marion van Dorssen. Jessica Gal heeft net een armoperatie achter de rug, Monique van der Lee is geblesseerd, Anthonie Wurth heeft te weinig getraind en Ben Spijkers is een jaar verstoten omdat hij de judobond in discrediet heeft gebracht.

De Open Nederlandse kampioenschappen werden daardoor overheerst door een leger van Franse judoka's. Slechts Theo Meijer, Nancy van Stokkum en Claudia Zwiers behaalden van de Nederlandse afvaardiging een eerste plaats. Veel show en weinig reden tot chauvinisme. Maar in elk geval geen relletje.