Jan Blokker stapt op bij Productiefonds film

AMSTERDAM, 5 APRIL. Jan Blokker, voorzitter van het Productiefonds voor de Nederlandse Film, legt op korte termijn zijn functie neer. Hij is ook niet meer beschikbaar als adviseur bij de oprichting van het nieuwe Filmproduktiefonds.

De reden van Blokkers voortijdige vertrek is zijn woede over “de groezelige knoeiboel” die het ministerie van WVC zou hebben laten ontstaan bij de voorbereiding van het nieuwe fonds. Hij heeft dit in een brief aan het ministerie laten weten.

Vorig jaar juni stemde de Tweede Kamer in met de Cultuurnota '93-'96 van minister d'Ancona, en daarmee met het voornemen voor samenvoeging van het Productiefonds (voor steun aan lange speelfilms) en het Fonds voor de Nederlandse Film (low-budget-speelfilms, documentaires, korte films, etc.). Daarop schreven de voorzitters van beide fondsen, J.A. Blokker en M.J. Haks, eind december een voorstel met uitgangspunten voor het nieuwe fonds. De minister en de Raad voor de Kunst onderschrijven die uitgangspunten, zoals een meer sturend en initiërend beleid van het fondsbestuur en hantering van strengere criteria voor het verlenen van subsidie.

Vorige week installeerde d'Ancona een voorbereidend groepje, onder voorzitterschap van mr. L. Spigt, dat het nieuwe fondsbestuur juridisch en organisatorisch moet gaan vormgeven. In dit gezelschap bevindt zich ook Emile Fallaux, directeur van het Filmfestival Rotterdam, die vorige maand een eigen notitie openbaar maakte over de toekomstige subsidiëring van de Nederlandse filmproduktie.

Volgens Blokker is Fallaux' notitie geschreven op verzoek van J. Riezenkamp, directeur-generaal Culturele Zaken van het ministerie van WVC. Ook zou het "rapportje' inmiddels bekend staan als "second opinion' of "contra-expertise' naast de nota Blokker-Haks. Fallaux houdt vol dat hij zijn opvattingen op eigen initiatief geventileerd heeft; in tweede instantie lichtte hij Blokker schriftelijk toe dat het op informele basis wel voor Riezenkamp, een oude bekende van Fallaux, bestemd was. Riezenkamp had het vervolgens weer aan enkele andere ambtenaren ter inzage gegeven, waarna het stuk een eigen leven zou zijn gaan leiden.

Een woordvoerster van WVC kon vandaag de ontvangst van de brief van Blokker aan de minister nog niet bevestigen: “De heer Blokker heeft zeer recent zijn medewerking als adviseur aan de minister toegezegd. Het verbaast ons zeer dat hij zich op korte termijn zou willen terugtrekken, en nog meer dat hij de pers daarover eerder inlicht dan de minister”.

Een van de belangrijkste verschillen tussen de nota's van Fallaux en van Blokker en Haks is dat de eerste veel positiever denkt over de mogelijkheid van samenwerking tussen film en televisie. De bittere ondertoon van Blokker en Haks ten aanzien van de huidige samenwerkingsvormen ontbreekt bij hem. Fallaux is daarentegen weer minder optimistisch over een "automatische' subsidiëring van commerciële filmprojecten van succesvolle producenten. De verschillen tussen beide nota's zijn volgens Fallaux overbrugbaar, maar Blokker ziet niet in hoe iemand die het "met de door Haks en mij aangestipte beleidsuitgangspunten deels principieel oneens is', op basis van diezelfde uitgangspunten het nieuwe Fonds mee kan gaan vormgeven.

In ieder geval had Fallaux alvorens zich te laten benoemen de minister expliciet gevraagd aan Blokker, Haks en de aspirant-bestuursleden van het nieuwe Fonds zijn standpunten mee te delen. Het is onduidelijk of dit inmiddels gebeurd is, maar de inhoud van de nota-Fallaux bereikte adviseur Blokker hoe dan ook voortijdig en zeer informeel.

In een brief aan Fallaux zegt Blokker “amper heil te zien” in diens gedachtengangen omtrent een filmbeleid, al uit hij waardering voor het feit dat hij die er op na houdt. De doorslag voor Blokkers terugtreden geeft “de groezelige knoeiboel die de dames en heren van WVC zich in ieder geval ten opzichte van Rinus Haks en mij hebben willen permitteren (...) plus m'n vrees dat onder andere als gevolg van jouw (Fallaux'- HB) interventie een discussie die al bijna drie jaar duurt nog eens dunnetjes gaat worden overgedaan”.

Mondeling licht Blokker toe dat hij er genoeg van heeft: “Eerst is er twee maanden geen reactie gekomen van WVC op ons voorstel, toen bleek er ineens een nota van Fallaux te liggen. Met allerlei halve praatjes werd me te verstaan gegeven dat die nota officieel helemaal niet bestaat. Zo dom ben ik nou ook weer niet”.

Een woordvoerster van de minister meent dat Blokker zeer lichtzinnig omspringt met informatie uit niet-formele stukken: “Het hele verhaal berust op achterklap. Het is niet van belang wat ambtenaren zeggen of doen, het gaat alleen om wat de minister officieel naar buiten brengt. In de opdracht aan de voorbereidingsgroep van het nieuwe Filmfonds wordt precies gespecificeerd wat de uitgangspunten moeten zijn. De nota-Fallaux maakt daar geen deel van uit”.