Israel werkt aan "scheiding' van bezet gebied

TEL AVIV, 5 APRIL. Premier Yitzhak Rabin heeft zich gisteren tijdens de wekelijkse kabinetszitting uitgesproken voor “scheiding” van Israel van de in 1967 veroverde Westelijke Jordaanoever en Gazastrook.

De regering besloot dat de afgrendeling van de bezette gebieden van Israel, waartoe vorige week om veiligheidsredenen werd besloten nadat in maart 15 Israeliërs door Palestijnen waren gedood, tot nader order zal worden gehandhaafd. Voordat de "grenzen' weer open gaan, zal de regering komende zondag beslissingen nemen over een drastische vermindering van Palestijnse arbeid in de Israelische economie.

Afgezien van de veiligheidsoverwegingen en economische gevolgen heeft Rabins besluit een scheidslijn te trekken tussen Israel en de bezette gebieden in het licht van de op 20 april in Washington te hervatten vredesonderhandelingen ook politieke betekenis. Het blad Ha'arets citeert vanmorgen enkele bewindslieden, die zeggen dat het Palestijnse geweld Rabin tot het inzicht heeft gebracht dat er een doorbraak met de Palestijnen aan de onderhandelingstafel moet worden geforceerd. “Rabin concentreert zich niet uitsluitend meer op Syrië”, zeggen zij.

De joodse kolonisten uit de bezette gebieden, die de laatste tijd een luidruchtig hebben geageerd tegen de regering-Rabin wegens de “naar een chaos galopperende veiligheidssituatie” hebben geen argumenten om zich tegen de afgrendeling van de bezette gebieden van Israel te verzetten. Veiligheidskringen zijn van mening dat langdurige voortzetting van deze politiek, met als gevolg tienduizenden werkloze Palestijnen, snel tot een kritieke veiligheidssituatie in de bezette gebieden zal leiden. De meer dan 120.000 Israeliërs die zich er hebben gevestigd gaan volgens deze kringen moeilijke tijden tegemoet.

Om de “harde kern van de Palestijnse terreur” uit te schakelen, gaat de afgrendeling van de bezette gebieden van Israel gepaard met een ongekend grote zuiveringsactie, vooral in de vluchtelingenkampen in de Gazastrook. Deze worden één voor één aan uitgaansverboden onderworpen, waarna eerst alle mannen tussen de 15 en 45 jaar worden bijeengebracht en vervolgens soldaten van huis tot huis gaan op zoek naar “terroristen en wapens”. Israels militaire leiders waarschuwen de bevolking dat er ondanks deze grote militaire inspanning geen einde komt aan de Palestijnse terreur. “Deze kan alleen worden verminderd”, is de boodschap.

Ondertussen moet de Israelische economie, in het bijzonder de bouw en de landbouw - bloemen en fruit - als gevolg van het gedwongen wegblijven van 120.000 Palestijnse arbeiders zware verliezen incasseren. De praktijk heeft al uitgewezen dat er onder de 150.000 werklozen in Israel (bijna 11 procent van de beroepsbevolking) weinig animo bestaat om de plaats van de Palestijnen over te nemen.

Minister van sociale zaken Ora Namir heeft van Rabin opdracht gekregen naar wegen te zoeken om Israelische werklozen aan het werk te krijgen. Gisteren legde zij er de nadruk op dat dit alleen kan gebeuren indien de landbouwers het minimumloon betalen en zich aan de sociale voorwaarden houden. In het bijzonder de ongeorganiseerde Palestijnse arbeid uit de bezette gebieden, tegen de 30 procent op het totaal van 120.000, werd zwaar onderbetaald.

De moeilijkheden zijn zo groot dat vooral aannemers aandringen op import van buitenlandse arbeidskrachten, uit Thailand of Kazachstan. De ervaringen met enkele honderden soldaten die bij het plukken van bloemen zijn ingezet, vallen tegen. Vandaar dat gisteren al besloten werd 1.200 zorgvuldig geslecteerde Palestijnen uit de bezette gebieden weer in de broeikassen te laten werken.