Geduld van Turken met Armenië "raakt op'

ANKARA, 5 APRIL. Turkije heeft het afgelopen weekeinde de humanitaire hulp aan Armenië zo goed als stopgezet in een reactie op de Armeense aanvallen op Azerbajdzjaanse dorpen buiten de omstreden enclave Nagorny Karabach. Volgens de Turkse premier Süleyman Demirel zijn de goede intenties van Turkije verkeerd begrepen. “Terwijl Ankara met name Frankrijk en de Verenigde Staten de gelegenheid bood om via Turkije hulpgoederen naar het noodlijdende Armenië te transporteren, maakte Jerevan zich op voor een nieuwe aanval.”

Demirel stemde twee maanden geleden in met de wens van de internationale gemeenschap om de Turkse grenzen open te stellen voor humanitaire hulp aan de Armeense bevolking, die wordt geteisterd door honger en kou en de economische blokkade door de Azeri. Bovendien stelde Ankara - ondanks druk vanuit Azerbajdzjan om dit niet te doen - zelf 100.000 ton graan ter beschikking aan de Armeniërs. Een woordvoerder van het Turkse ministerie van buitenlandse zaken bevestigde vanmorgen “dat de hulp over land inmiddels is stopgezet, terwijl de vliegtuigen met hulpgoederen diegebruik maken van het Turkse luchtruim, vaker dan tot dusverre zullen worden gecontroleerd op wapens”. De Turkse vice-premier Erdal Inüon zei gisteren dat Armenië niet op hulp van Turkije kan rekenen terwijl het een militaire macht in stand houdt die op Azerbajdzjaans gebied opereert.

Ankara heeft het afgelopen weekeinde druk diplomatiek overleg gevoerd met vertegenwoordigers van de Verenigde Staten, Rusland en Frankrijk om de gevechten in Azerbajdzjan en Nagorny Karabach tot een halt te brengen. Turkije heeft sterke banden met het broedervolk in Azerbajdzjan, maar laat zich er aan de andere kant op voor staan tot nu toe een neutrale politiek te hebben gevoerd wat betreft de kwestie Nagorny Karabach. In de enclave in de moslim-republiek Azerbajdzjan, die voornamelijk door christelijke Armeniërs wordt bewoond, woedt al jarenlang een oorlog waarbij tot nu toe zeker drieduizend slachtoffers zijn gevallen.

Volgens de Turkse president Turgut Özal, die inmiddels naar de Centraal-Aziatische republiek Kirgizië is gereisd, wordt het nu tijd “dat Ankara Jerevan zijn tanden laat zien”. Demirel zei gisteren dat het Turkse geduld “nu op raakt”. In de Turkse pers van vandaag wordt erop gespeculeerd dat Özal zelfs bereid zou zijn om militair in te grijpen in het conflict, ook al liet de president gisteren weten dat een militaire interventie op de lange duur tot een verslechtering van de situatie in de regio leidt.

Özal zette tevens vraagtekens bij het initiatief van de Turkse minister van buitenlandse zaken, Hikmet Çetin, om samen zijn Russische collega Andrej Kozyrev te bemiddelen in de kwestie Nagorny Karabach. Moskou heeft de afgelopen weken geen enkele haast gemaakt met dit bemiddelingsplan. “De Russen steunen Jerevan”, aldus Özal. “Waar komen anders al de wapens vandaan waarvan de Armeniërs nu gebruik maken?”

Ankara heeft - evenals Baku - de Veiligheidsraad van de VN inmiddels verzocht om in een spoedzitting de Armeense aanvallen in Azerbajdzjan te bespreken.