Gebrek aan bewijs

Natuurlijk wordt ook door Nederlandse sportmensen doping gebruikt. Daar past geen verontwaardiging bij.

Maar op de een of andere manier blijft de Nederlandse sportwereld deze schande vaak bespaard. Controles zijn er nauwelijks en voorlichtingsmateriaal wordt afgedaan als onnodig. Er moet een rechtszaak tegen een wat voorbarige sportarts aan te pas komen om de schaatsbond te bewegen over controles tijdens de trainingsperiode na te denken. Anecdotes over affaires, over fraudes en over door doping aangetaste mensenlichamen komen van ver van ons bed vandaan. Lekker leesvoer en niet bedreigend. Zoals het boekje met de fascinerende titel "De anabolicamannen' van Jean Nelissen. Of zoals recentelijk "Doping, het circus van list & bedrog' van Paul Keysers, een Belgische journalist die vooral voor Nederlandse bladen schrijft.

Het leest als een roman, zei Harm Kuipers (een Nederlandse dopingdeskundige die sinds kort binnen het IOC een functie heeft) bij de presentatie van het boek van Keysers. Verder wilde hij niet gaan in zijn oordeel. Begrijpelijk, want naast de verhalen over Johnson en Krabbe en hun confrontatie met de dopingreglementen, beschrijft Keysers ook de zaak-Theunisse, de Intralipid-affaire van PDM en zijn eigen onderzoek naar het "mysterie' Stalman. Hoe nauwgezet en uitvoerig Keysers de affaires ook heeft proberen te analyseren, het bewijs levert hij nooit. Dat beseft Kuipers ook.

De schrijver zit waarschijnlijk dicht bij het vuur. Maar de verhalen lijken geboren uit de machteloosheid van een man die, als een goed journalist betaamt, argwanend is. Maar hoe dichter hij de waarheid denkt te naderen, hoe groter de weerstand der belanghebbenden. Dan blijken zelfs journalisten met een bepaald specialisme belanghebbenden, omdat hun sport of relatie met een spor ter niet geschaad mag worden.

Tussen de soms suggestieve regels van het boeiende boekje door maakt Keysers duidelijk waarom veel dopinggebruik niet aan het licht komt. Niemand heeft er belang bij dat sporters betrapt worden. Sporters noch trainers, bestuurders noch sponsors, artsen noch farmaceuten. Misschien alleen dopingjagers om subsidie voor hun laboratorium te rechtvaardigen en journalisten om hun kwaliteiten als "scoop'-specialist te bewijzen. Maar Keysers toont aan dat beiden aan een ongelijke strijd beginnen. Want wie wil er nu weten dat in de topsport slechts een schijn van heiligheid heerst?

Jennings vervolgt: “Als Clinton de vliegmaatschappijen daarnaast ook nog zou steunen met subsidies, geloof ik niet dat zij zich zouden laten pressen tot de aanschaf van exclusief Amerikaanse vliegtuigen. De Amerikaanse vliegmaatschappijen hebben hun onafhankelijkheid ruimschoots bewezen. Winst blijft voor hen doorslaggevend en met onze geavanceerde Airbussen kunnen zij die winst maken. Zij zullen daarom naar ons blijven komen.” Airbus houdt dan ook vast aan een lange-termijnoptimisme en voorziet tot het jaar 2010 een wereldbehoefte aan 13.500 nieuwe vliegtuigen ter waarde van 700 miljard dollar.