Franse socialisten spatten uiteen na actie Rocard

PARIJS, 5 APRIL. Op 17 februari kondigde de Michel Rocard, de "natuurlijke kandidaat' van de socialistische partij voor het presidentschap, een 'politieke big bang' aan. Een maand voor de Fransen een nieuwe Nationale Vergadering zouden gaan kiezen, voorzag Rocard dat de socialistische partij een electorale afgang tegemoet ging. Met zijn oerknal, die na de verkiezigen zou moeten tot stand zou moeten worden gebracht, kondigde Rocard alvast het einde van de socialistische partij van François Mitterrand aan. De Parti Socialiste zou in zijn visie moeten opgaan in een “nieuwe, brede en open beweging” die alle progressieve krachten zou moeten verenigen: socialisten, centrum-groeperingen, hervormingsgezinde communisten en de twee milieupartijen, Génération Ecologie en de Groenen.

De verkiezingen leverden voor Rocard meer nederlagen op dan de ene die hij voorzag. Er kwamen er nog drie bij. De eerste was zijn persoonlijke nederlaag: hij werd niet herkozen als afgevaardigde in zijn kiesdistrict. De tweede was dat de meeste van de slechts 72 socialisten die een zetel in de Nationale Vergadering wonnen, behoren tot de aanhang van partijleider Laurent Fabius, die zijn parlementszetel in een voorstad van Rouen wel behield. De derde was dat de milieupartijen, die aanvankelijk op een ruime aanhang bij de kiezers mochten rekenen, geen factor van betekenis bleken met slechts 7,7 procent van de stemmen en geen enkele zetel in het parlement.

De nieuwe premier, Edouard Balladur, bezorgde Rocard een vierde nederlaag. Bij de vorming van zijn gaullistisch-liberale regering ruimde Balladur een ruime plaats in voor vertegenwoordigers van de centrum-groeperingen. Met prominente centrum-politici als Alphandéry op Economie en Mehaignerie op Justitie zijn de centrum-groeperingen binnen de liberale UDF (zoals het Centrum voor Sociale Democraten) stevig verbonden met de gaullistische RPR en de UDF. De lokzang van Rocard van half februari had kennelijk geen enkele aantrekkingskracht uitgeoefend.

Bij het tellen van zijn nederlagen kon Rocard vervolgens ook nog geluiden uit het Elysée meenemen. Mitterrand, die al vele jaren een "kalme haat' koestert tegen Rocard, liet via medewerkers horen dat Jacques Delors, de voorzitter van de Europese Commissie, over twee jaar als kandidaat van links meer kans in de race om het presidentschap maakt dan Rocard, de man die niet eens in zijn eigen kiesdistrict kon winnen. De oud-premier begreep dat hij snel moest handelen: met een "big clash' (kop in het dagblad Liberation) in de Parti Socialiste om zijn 'big bang' te redden.

Rocard verzekerde zich van de steun van oud-premier Mauroy voor een confrontatie in het partijbestuur met als doel eerste secretaris Laurent Fabius, de "prins' van Mitterrand, ten val te brengen. Zaterdag stelde Rocard formeel voor dat alle partijbestuurders hun verantwoordelijkheid voor de verkiezingsnederlaag zouden nemen door af te treden. Een nieuw, voorlopig bestuur zou dan zo snel mogelijk, nog voor de zomer, een "staten-generaal' van links moeten houden, het forum waarop de oerknal van de hervorming van links zou moeten klinken en het startschot voor de “grote, open beweging” zou kunnen worden gegeven.

Fabius die pas veertien maanden geleden partijleider werd, wilde niet zoals hij zei “als zondebok” fungeren en meewerken aan de opheffing van de partij die zijn grote beschermer Mitterrand in 1971 aaneen smeedde. In de "nacht van de kleine messen' (zoals partijveteraan Jean Poperen zei) werd Fabius zaterdag uiteindelijk met een kleine meerderheid weggestemd. Maar na deze "clash' vlogen de scherven in alle richtingen. De meeste stromingen - de PS telt er acht - wezen Rocards uitnodiging af om zitting te nemen het voorlopig bestuur. Vanuit het Elysée, waar Fabius gisteren zijn oude leermeester inlichtte, kan een tegenoffensief worden verwacht onder het motto "alles behalve Rocard'.

Op het "kerkhof van de olifanten' (jargon voor de leiders van de stromingen binnen de PS) toonde de voorlopige winnaar geen medelijden. “De arrogantie is verslagen”, zei Rocard, die eraan toevoegde dat het nieuwe bestuur “aan de reconstructie van links gaat werken en niet aan persoonlijke avonturen”.

Dat laatste zal anders zijn als Jacques Delors uit de luxe van zijn Brusselse schaduw treedt. De voorzitter van de Europese Commissie is voor velen, binnen en buiten de socialistische partij, de enige geloofwaardige (en populaire) politicus van links die de "rechtse vloedgolf' kan keren voor de Fransen in 1995 weer gaan kiezen - voor het presidentschap maar ook voor de gemeenteraden. Rocard vecht voor zijn laatste kans, hij moet naar voren vluchten aangezien er geen weg terug is. Maar wie ook zal winnen, Rocard of Delors, de partij van Fabius en Mitterrand is dit weekeinde uiteengespat.