De Nederlandse Opera en Forum stoppen zonder goed alternatief met reisvoorstellingen; De provincie rest bijna alleen nog goedkope import

Voorstelling: Madama Butterfly van G. Puccini door Opera Forum o.l.v. Gabriele Bellini (vanaf 5/5: August Haltmayer) m.m.v. o.a. Jung Ae Lee, Kathleen McKellar Ferguson, Valeri Kostin en Henk Poort. Decor en kostuums: Peter Rice; regie: Anthony Besch. Gezien: 3/4 Twentse Schouwburg Enschede. Herhalingen met wisselende bezettingen 17 keer t/m 17/5. Tv-uitz.: 31/5 KRO Ned. 1.

Voorstelling: A Midsummer Night's Dream van B. Britten door de Nederlandse Opera en het Ned. Kamerorkest o.l.v. Julian Reynolds m.m.v. o.a. Micheal Chance, Linda Kitchen, Alexander Oliver, Christopher Gillett, Gerald Finley, Verona James en Annegeer Stumphius. Decor en kostuums: Tobias Hoheisel; regie: Brigitte Fassbaender. Gezien: 4/4 AT&T Danstheater Den Haag. Herhalingen: 7 keer t/m 22/4.

In het volgende seizoen zal er in Nederland buiten Amsterdam nauwelijks nog fatsoenlijke opera te zien zijn. Dit weekeinde presenteerden de Nederlandse Opera en Opera Forum hun allerlaatste voorstellingen waarmee langs de theaters in grotere en kleinere steden wordt gereisd. Omdat er bij de Nederlandse Opera geen geld meer is voor voorstellingen buiten het Amsterdamse Muziektheater heeft cultuur-minister d'Ancona onlangs een eind gemaakt aan de verplichting om ook elders voorstellingen te geven. Veel hield die overigens niet in: Brittens A Midsummer Night's Dream is dan wel de laatste maar - na Rossini's Barbier van Sevilla - ook nog slechts de tweede reisvoorstelling in zeven jaar.

Opera Forum wordt straks na 38 jaar met zo'n 3500 voorstellingen door minister d'Ancona opgeheven wegens gebrek aan artistiek niveau. Het bijwonen van de Enschedese première van de mooie laatste voorstellling van Puccini's Madama Butterfly leek een tragisch en voortijdig bezoek aan het sterfbed: de patiënt zal op 17 mei te Drachten in redelijke conditie toch nog veel te vroeg overlijden. Minister en Haagse politici hebben volstrekt verzuimd bijtijds een hoogwaardig alternatief voor Forum te organiseren.

Het volgende seizoen gebeurt er in Enschede al helemaal niets. De enige opera's die dan in Nederland buiten Amsterdam worden geproduceerd zijn de drie produkties met 33 voorstellingen van Opera Zuid, op een enkele in Utrecht en Rotterdam na alle onder de grote rivieren. Het aanbod van Opera Zuid om benoorden de rivieren nog vijftien voorstellingen extra te geven werd door de minister afgeslagen.

Of de "Nieuwe Nationale Reisopera' na het volgende lege seizoen ooit kwalitatief en kwantitatief van de grond komt staat ook nog lang niet vast: het autonome voortbestaan van Het Gelders Orkest en Forum Filharmonisch gaat Tweede Kamer en provinciale bestuurders meer aan het hart dan goede opera in de provincie. Op zijn best kan de Nieuwe Nationale Reisopera na september 1994 alsnog zo'n veertig voorstellingen per seizoen gaan geven. Maar Guus Mostart, de beoogde nieuwe artistiek directeur, ziet de toekomst somber in als niet bij voorbaat vast staat dat het budget van 9.7 miljoen snel zal worden verruimd. En het ziet er niet naar uit dat hij die garantie zal krijgen. Het geld in Den Haag is de komende jaren op.

De schouwburgdirecteuren, verenigd in de VSCD, hebben becijferd dat er buiten Amsterdam per seizoen behoefte bestaat aan minstens 160 operavoorstellingen. Omdat Opera Zuid in het volgende seizoen er slechts 33 van verzorgt, zijn zij gezamenlijk op zoek gegaan naar aanvullende goedkope import, vooral uit Oost-Europa. Er komen nu 60 extra voorstellingen: een Don Giovanni van het Music Theatre London, een Don Pasquale uit Warschau, een L'Elisir d'Amore uit Timoshoara - nog bekend van de opstand tegen de Roemeense dictator Ceaucescu - en een Carmen uit Krakau, tegenwoordig Wroclaw.

De Oost-Europese voorstellingen die totnutoe in ons land te zien waren bleken artistiek veelal rampzalig. Ze zijn wat regie en aankleding betreft uiterst traditioneel. En al vinden sommigen dat prettig, in dat soort zijn ze ook vaak heel knullig. Zo kunnen metersdikke kasteelmuren wiebelen als wasgoed dat wappert in de wind. VSCD-directeur Jan Knopper is zich ervan bewust: “De Oost-Europese opera is niet de meest indrukwekkende.” Maar de band met het operapubliek mag niet verloren gaan en hij hoopt in ieder geval op goede stemmen. Als het gat in de Nederlandse operamarkt daarna niet door eigen produkties wordt gedicht overweegt Knopper zelfs bijstand te gaan verlenen om het Oost-Europese operaniveau wat op te krikken: artistieke ontwikkelingshulp. Zou minister Pronk bereid zijn via die weg bij te dragen aan de noodlijdende Nederlandse kunstbegroting?

Als Opera Forum altijd zulke goede voorstellingen had geproduceerd als de laaste twee - onlangs Wozzeck en nu Butterfly - dan was het artistiek vaak zo wisselvallige en richtingloze gezelschap vast niet opgeheven. De vijfde Butterfly van Forum, die met Pinksteren op de tv is te zien, is een produktie van Tim Rice en Anthony Besch. Zij verplaatsen de handeling naar het door de VS bezette Japan van vlak na de Tweede Wereldoorlog.

De botsing van twee culturen wordt extra geaccentueerd door de eerste entree van de Amerikaans georiënteerde Butterfly: ze is gekleed in spijkerbroek! Voor haar huwelijk met de Amerikaan Pinkerton verkleedt ze zich nog in traditioneel kostuum, maar verder probeert ze zich zo westers mogelijk te gedragen. Als Pinkerton is vertrokken rukt het moderne Japan op: Butterfly's huisje wordt gekleineerd door steigers van nieuwbouw.

Het slot van de opera lijkt wranger dan ooit: als Butterfly zich heeft doorstoken en rondwankelt komt Pinkerton, die haar - aanvankelijk niets van haar zelfmoord bemerkend - kust. Als Butterfly dan in zijn armen sterft doet hem dat niets, het is hoogstens de oplossing van een lastig probleem. Pinkerton zoekt en vindt zijn zoontje. Een dode moeder, een trotse vader, dat is het slotbeeld.

De uitstekend zingende Koreaanse Jung Ae Lee gaf vocaal en acterend een indringende en aangrijpende uitbeelding van de de titelrol. Tijdens de komende voorstellingen wisselt zij die rol af met de Japanse Sumiko Narita. De Rus Valeri Kostin begon als Pinkerton met blikkerige fortissimi, maar dat trok later bij. De overige hoofdrollen - Kathleen McKellar Ferguson als Suzuki en Henk Poort als Sharpless - zijn adequaat bezet. Dirigent Gabriele Bellini laat het orkest van Forum excelleren in een vertolking die veel meer de diep-tragische dan de exotische aspecten van de partituur belicht.

Veel minder onderhoudend is A Midsummer Night's Dream bij de Nederlandse Opera in de regie van de zangeres Brigitte Fassbaender. Brittens versie van Shakespeares poëtische èn vileine "comedy of errors' krijgt hier een uitbeelding die vooral het karakter heeft van een keurige, nette, brave en verantwoorde schoolvoorstelling uit de jaren "60. Ouders zullen ongetwijfeld trots zijn op die elfjes, kinderen van de Amsterdamse Geert Grooteschool. Fassbaender etaleert hier een gebrek aan verbeeldingskracht, inventiviteit en spiritualiteit: met een uitbundig acterend zanger als Alexander Oliver (Puck) is waarachtig wel meer te doen.

De voorstelling is typisch zangerstoneel: alleen de partituur komt waarlijk tot leven, en dat gebeurt dan ook op schitterende wijze. Er wordt erg mooi gezongen, vooral door een fenomenale Michael Chance (Oberon) en een voortreffelijke Annegeer Stumphius (Helena). In de orkestbak laat dirigent Julian Reynolds het Nederlands Kamerorkest voortdurend prachtige dingen doen met de suggestieve sprookjesmuziek van Britten.

Maar op het podium wordt daar rond dat staketsel uit een speeltuin nauwelijks iets gedaan aan echt betoverende sfeer of humoristische profilering van de drie soorten personages: de goden en elfen, de Atheense "leisure class' en de zich cultureel verheffende arbeidersklasse. Alleen de oppervlakte van het verhaal wordt uitgebeeld en soms dat nog niet eens: zo omhangt Puck ondanks het bevel van Oberon de maan niet met wolken, noch hult hij de twee liefdesparen in muziek.

De opera is door Britten te langdradig opgezet en de urenlange handeling wordt veel te breed uitgemeten. Maar zó saai, slepend en leeg hoeft de enscenering niet te zijn om een scherp contrast te scheppen met het uiteindelijk wèl erg leuke toneelstukje van de handwerkslieden, dat tijdens de laatste twintig minuten wordt opgevoerd. Het slotwoord van Puck is deze keer erg van toepassing op het visuele aspect van de voorstelling: “Hebben wij schimmen u niet bevallen, denk dan: "k Was in slaap gevallen'.