Aandeelhouders beschuldigen directeur van wanbeleid; Ruzie bij uitgever van HP/De Tijd

AMSTERDAM, 5 APRIL. Geen goed woord hebben ze nog voor elkaar over. R. Glasbeek en J. Lenferink verwijten directeur en grootaandeelhouder J.G. van Brussel van de Hollandse Pers Unie, uitgever van HP/De Tijd, slecht ondernemerschap en gebrek aan informatie. Van Brussel wijst de beschuldigingen van de hand en beticht het duo op zijn beurt van “pure chantage”.

Glasbeek en Lenferink - die bekend werd als tv-presentator bij Veronica - hebben samen 24,2 procent van de aandelen in handen, Van Brussel 67 procent. Glasbeek en Lenferink maken zich naar eigen zeggen zorgen over de toekomst van het bedrijf. Zij vinden dat de directeur moet verdwijnen. Volgens Van Brussel proberen de twee de bedrijfsvoering te frustreren, met de bedoeling zich tegen een onredelijk hoog bedrag te laten uitkopen. Zij willen volgens Van Brussel elk één miljoen gulden, hun aandelen kochten ze in 1985 voor 25.000 gulden.

Van Brussel heeft schoon genoeg van de twee, “die vertrouwelijke stukken bewust naar de pers lekken”. Hij gaat de mogelijkheden onderzoeken voor een gerechtelijke procedure, waarin Glasbeek en Lenferink verplicht kunnen worden hun aandelen te verkopen tegen een door een onafhankelijke deskundige vastgestelde prijs.

De eerste problemen deden zich, volgens Van Brussel, voor in de zomer van vorig jaar toen Glasbeek op de nominatie stond uit de Raad van Commissarissen van de HPU gezet te worden. “Hij maakte zich tijdens vergaderingen onmogelijk, begon ordinair te schelden.” Van Brussel: “Glasbeek heeft toen de eer aan zichzelf gehouden en is opgestapt. Nu kan hij er maar niet aan wennen dat hij als aandeelhouder minder informatie krijgt dan als commissaris, maar dat is geheel volgens de statuten.”

In een brief van 22 maart jongstleden aan Van Brussel, leveren Glasbeek en Lenferink stevige kritiek op de directeur. “Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat u probeert de HPU voor veel geld een aantal waardeloze/failliete projecten in de maag te splitsen.” Glasbeek en Lenferink doelen op een zaak uit 1989. Van Brussel bracht destijds via een persoonlijke vennootschap 500.000 gulden in rekening “voor "activiteiten' voor het BMW-blad en het Ohra-blad Vast & Zeker (beide bladen vertrokken overigens kort daarna)”, zo staat in de brief.

Tevens probeerde Van Brussel in december 1991 het filmblad Skoop “voor een vriendenprijsje” aan de HPU over te doen. “In de kranten van 26 januari 1993 stond het bericht dat de uitgave van Skoop wegens de slechte resultaten gestopt moest worden”, schrijven Glasbeek en Lenferink.

Ook het gebrek aan informatie stoort de aandeelhouders. Toegezegde verslagen “over de ontwikkelingen binnen de HPU” worden niet verstuurd en jaarstukken zijn niet beschikbaar. In december werd de twee nog voorgespiegeld dat met het nieuwste project van van de uitgeverij, HP/De tijd op Zondag, alles “volgens plan verliep”. Twee weken geleden moesten Glasbeek en Lenferink uit de krant vernemen dat het project “om financiële redenen gestopt moest worden”.

Van Brussel moet niets weten van kritiek op zijn ondernemerschap. “Het is altijd bedrijfsbeleid geweest om in risicovolle projecten te stappen. Binnen drie jaar moet elk blad rendement opleveren, als dat niet zo is stoten wij het af. De Krant op Zondag was ook zo'n een risicoproject. Wij hebben altijd rekening gehouden met een tegenvallend resultaat en zijn op tijd gestopt.” Over de vermeende gebrekkige informatievoorziening zegt hij: “De beweringen van Glasbeek en Lenferink zijn pertinent onjuist. Glasbeek heeft op de algemene aandeelhoudersvergadering vragen gesteld en die hebben wij netjes beantwoord.”

De aandeelhouders hebben geen enkele reden tot klagen, aldus Van Brussel. Hij schat dat Glasbeek al zo'n negentigduizend gulden rendement over zijn aandelen heeft gehad.

“Glasbeek en Lenferink maken zich schuldig aan Greenmail, een praktijk die tot voor kort in Amerika populair was”, meent Van Brussel. “Aandeelhouders dreigen met publiciteit over slecht management in de hoop dat ze tegen een riant bedrag worden uitgekocht.”

“In de zeven jaar dat wij aandeelhouder zijn, hebben wij nooit de intentie gehad om onze aandelen aan u te (willen) verkopen”, schrijven Glasbeek en Lenferink op 30 maart in een reactie op uitspraken van Van Brussel. “Gelogen”, aldus Van Brussel. Een uitspraak van Glasbeek tijdens een van de roerige vergaderingen vorig jaar staat de directeur nog levendig voor de geest: “Als je een vent bent, dan koop je me uit.”

“De stelling van Glasbeek en Lenferink komt er op neer dat wanneer hun aandelen niet minstens 1 miljoen waard zijn, er sprake is van mismanagement.”Glasbeek: “Op zulke onzin hoef ik toch niet te reageren?” Hij stelt dat Van Brussel degene is geweest, die tot twee keer toe het initiatief heeft genomen om hen uit te kopen. Glasbeek en Lenferink wilden echter meer (namelijk ieder 1 miljoen gulden) dan Van Brussel wilde betalen.

De directeur vindt dat de heren maar naar de Ondernemerskamer moeten gaan, wanneer ze ontevreden zijn met de gang van zaken. “Maar nee, zij laten de mogelijkheden van onafhankelijk onderzoek, die er in Nederland zijn, liggen en kiezen ervoor rotzooi te trappen”, aldus van Brussel.