Woede over Noordiers geweld brengt vrede niet dichterbij

LONDEN, 3 APRIL. Als het aan de initiatiefnemers van de nieuwe vredesbeweging in de republiek Ierland ligt, zal de massale demonstratie van meer dan 10.000 mensen in Dublin, afgelopen zondag, morgen haar hoogtepunt vinden in lokale vredesbijeenkomsten over het hele eiland, ten noorden en zuiden van de Iers-Britse grens. Met een zekere verbetenheid, het produkt van jaren ervaring, wezen actievoerders uit Dublin er vorige week op dat het er nu om gaat de massale emotie tegen terroristisch geweld niet te laten wegebben. Palmzondag zal dus een volgende fase moeten worden in een campagne voor vrede, die met Pasen voorlopig zal uitmonden in een vredemars en de uitslag van een ansichtkaartenreferendum.

Hoe moeilijk het is diepgevoelde afkeer van geweld om te zetten in positieve beïnvloeding van het politieke proces, blijkt alleen al uit de agenda van de afgelopen week. Donderdag begroef het gezin Parry uit Warrington zijn 12-jarige zoon Tim, net als de drie-jarige Jonathan Ball slachtoffer van een bom in een prullenbak, met als afzender de IRA. Vader Parry sprak de hoop uit dat de dood van zijn zoon een “lichtend baken” zal worden op weg naar vrede.

In de republiek Ierland hield premier Albert Reynolds ongeveer tegelijkertijd een toespraak ten behoeve van zijn fel nationalistische Fianna Fal-partij. Daarin onderstreepte hij dat de regering, anders dan eerder door de Labour-coalitiepartner is gesuggereerd, niet van plan is haar aanspraken op een verenigd Ierland op te geven. De Unionisten in Noord-Ierland reageerden furieus.

In Noord-Ierland is intussen onenigheid uitgebroken tussen vredesactivisten over de vraag wie de vredeszondag mag organiseren.

Een opsomming als deze geeft wel aan hoe gecompliceerd en bijkans onoplosbaar het probleem Noord-Ierland is. De IRA volhardt, de loyalisten slaan terug, de slachtoffers rouwen en de politici zijn niet bij machte een inventieve stap te doen naar een oplossing.

Het doden van twee kinderen in Warrington heeft de reputatie van de IRA zeker schade berokkend. Gerry Adams, de leider van Sinn Fen, de politieke arm van de IRA, erkende dat Warrington “een vergissing” was geweest. Voor de campagne van geweld die de IRA voert om de Britten het eiland af te krijgen, maakt het effect van Warrington echter weinig uit. Oorlog, zo is haar redenering, is oorlog en in elke oorlog vallen nu eenmaal onschuldige slachtoffers.

Voor de (passieve) sympathisanten van de IRA, in noord en zuid, was Warrington misschien wel een schokkend moment. Maar dank zij het optreden van de Ulster Freedom Fighters (UFF), die in de week na Warrington zes katholieken doodschoten, zijn zij ongetwijfeld weer terug in het kamp van de IRA.

De UFF profiteert van het ongenoegen dat er in loyalistische kring bestaat over de Anglo-Irish Agreement, de overeenkomst die de regering in Dublin enige inspraak geeft in de belangenbehartiging van de katholieke minderheid in Noord-Ierland. De loyalisten zijn door de overeenkomst buiten spel gezet en hebben nu het gevoel dat Londen, ondanks beweringen van het tegendeel, langzaam aanstuurt op een elegante manier zich uit Noord-Ierland terug te trekken. In een Nieuwjaarsboodschap beloofde de UFF dat Noord-Ierland wat hen betreft kan uitkijken naar acties van een felheid die de geteisterde provincie nog niet heeft meegemaakt. Die belofte heeft de UFF tot nu toe gehouden.

Brede sectoren van de bevolking negeren het terroristische geweld en kunnen zich dat permitteren, omdat ze er - tot nu toe - zelden mee in aanraking komen. Een van de redenen van de IRA om haar acties naar het vasteland van Engeland te verplaatsen, is om aan de gezapigheid daar een eind te maken. Noord-Ierland, hoewel een provincie van het Verenigd Koninkrijk, ligt voor de gemiddelde Brit op een andere planeet. In de republiek Ierland geldt een soortgelijke houding, getuige het feit dat er een bom in Warrington nodig was om de publieke opinie te mobiliseren voor vrede. Maar ook in de republiek begint nu de angst te ontstaan dat de Ulster Freedom Fighters het in hun macht hebben het conflict uit te breiden naar het zuiden.

De broedplaats voor sectarisch geweld ligt nog steeds in het noorden en de beslissing tot beëindiging van dat geweld moet ook daar vandaan komen. Het Ierse Republikeinse Leger is alleen in naam een nationaal-Ierse organisatie. In feite heeft het “noordelijk commando” van de IRA in de laatste vijfentwintig jaar de dienst uitgemaakt. Sinn Fen, haar politieke vertegenwoordiging, kreeg bij de laatste verkiezingen in de republiek gemiddeld een pathetische 1,7 procent van de stemmen.

Dat neemt niet weg dat nationalistische sympathieën in de republiek voldoende zijn om het gevluchte terroristen uit het noorden niet al te moeilijk maken om in de republiek een onderkomen te zoeken. De Sunday Times noemde vorige week de namen van vijf terroristen die zij verantwoordelijk achtte voor de bommen in Warrington en zei dat alle vijf in Dublin waren ondergedoken. De nieuwe minister van justitie van Ierland, Maire Geogeghan-Quinn, beloofde deze week dat haar regering de wetgeving voor uitlevering zal aanscherpen.

In Noord-Ierland is het beeld deprimerend duidelijk. Van alle nationalisten stemt meer dan 40 procent voor Sinn Fen. Die stemmen komen uit de gesegregeerde arbeiderswijken in Belfast en Londonderry, die steeds meer op getto's gaan lijken. Een gemeenteraadslid in Belfast voor de SDLP, de niet gewelddadige nationalistische partij, rekende onlangs voor dat in 38 van de 51 kieskringen in Belfast meer dan 90 procent van de inwoners tot één groepering behoort. Dat betekent dat hele gemeenschappen nauwelijks meer licht van buiten toelaten en verkiezen te leven in een omgeving die hen alleen maar bevestigt in hun eigen percepties. In de katholieke wijken heeft de IRA zich de rol van beschermer en rechtsverlener aangemeten. Politie en leger worden hier diep gewantrouwd, ook al doordat recentelijk bewijzen aan het licht kwamen dat leden van deze overwegend protestantse veiligheidsdiensten gegevens aan de UFF hadden doorgespeeld over veronderstelde IRA-terroristen. De blindelingse moordpartijen van de UFF - voor wie het vermoeden "katholiek' al voldoende is om de trekker over te halen - drijft deze bevolking nog verder in de armen van de IRA.

Moeizame driehoeksbesprekingen tussen partijen in Noord-Ierland onderling, tussen partijen en Dublin en Londen en tussen de regeringen van Dublin en Londen onderling, zijn tot nu toe niet erg ver gekomen. De gesprekken over gesprekken zijn blijven steken op een punt, waarvan minister Mayhew van Noord-Ierland zegt dat hij daar de draden van het overleg zo weer kan oppakken. De nieuwe Ierse minister van buitenlandse zaken, Labourleider Dick Spring, leek enige hoop op creatieve vooruitgang te bieden toen hij kort geleden aangaf dat de beruchte artikelen 2 en 3 van de Ierse grondwet “niet in brons gegoten zijn”. Dat was een gebaar naar de Unionisten, die vrezen dat de regering in Dublin met het Anglo-Irisch Agreement een breekijzer aangeboden hebben gekregen om eenwording te kunnen forceren. Maar premier Reynolds heeft het alweer nodig gevonden de onrust in zijn eigen diep-nationalistische achterban te bezweren, door te beweren dat eenwording inderdaad op de agenda blijft. Hervatting van de besprekingen, zeggen alle partijen, moet “spoedig” plaatshebben. Dat is code, naar iedereen weet, voor "niet vóór 9 mei aanstaande'. Dat is de dag van de plaatselijke verkiezingen, die elk der partijen een sterkere positie moet opleveren om de eigen agenda te pushen.