Wethouden in Nederland (3)

Wel eens een Engelse burgemeester meegemaakt? De Lord Mayor is een prins Carnaval die arriveert na het hoogtepunt van de feestelijkheden. De gasten kunnen niet onbelangrijk genoeg zijn of hij drinkt een glaasje mee en gaat als laatste weg. Meestal heb je pas door dat hij in de zaal is wanneer je een onwaarschijnlijke gestalte met een pollepelrek om zijn nek ziet zeulen. De snuisterijen die daaraan hangen verlenen hem een sprookjesachtige irrelevantie.

De door de gemeenteraad benoemde burgemeester, waartoe een commissie onder leiding van Amsterdams burgervader Van Thijn deze week adviseerde, moet natuurlijk een heel andere type worden. Hij is tactvol en slagvaardig, een goed communicator en procesbewaker binnen de gemeente en daarbuiten. Kortom een bestuurder die barst van de moderne talenten. En hij geniet democratisch gezag dankzij zijn uitverkiezing door de gekozen raadsleden.

De burgemeester van nu is maar een rare figuur. Daar zijn de meeste niet-burgemeesters het over eens. Benoemd door "Den Haag' om de burgers te helpen zichzelf te besturen. Een voorzittende pottekijker zonder bevoegdheden. Tot voor kort bij uitstek een blokhoofd van de Bescherming Burger Bevolking.

Maar die benoeming van bovenaf leidt steevast tot een teleurstelling wanneer de smoezende commissaris der koningin en de minister van binnenlandse zaken de zorgvuldige profielschets van de gemeenteraad negeert. Omdat zij een anders geprofileerd persoon willen, of omdat het landelijke politieke kleurenplaatje moet winnen.

Vooral de grote partijen hebben in dit schimmige spel boter op het hoofd. Nergens is de praktijk van het politiek opportunisme zo goed te zien als bij de voorselectie van liefhebbers voor een ambtsketen. Verstandige burgemeesterskandidaten solliciteren niet zomaar bij de minister van binnenlandse zaken. Als zij een serieuze gooi willen doen dan nemen zij contact op met één bepaald lid van de bevriende fractie in de Tweede Kamer.

Deze "lobbyïst' is een machtig man (in de praktijk meestal geen vrouw). Hij leest de brieven van alle gegadigden en ontvangt kanshebbers. Soms ook de hopelozen aan wie een gesprek niet kan worden geweigerd. Het zijn vaak pijnlijk opvoedende gebeurtenissen. De lobbyïst kan een gedroomde carrière maken of breken. Wie zijn steun niet weet te verwerven kan het tot nader order vergeten ergens burgemeester te worden.

Omgekeerd is een positieve indruk bij deze fractiezeef geen garantie voor een snelle benoeming. PvdA en CDA hebben bij wisselend electoraal getij altijd wel een redelijke continuïteit van gewenste benoemingen weten te behouden, maar soms moet een concessie worden gedaan aan lokale democratische oprispingen. Ook de VVD kan op een vrij constante score rekenen, al vindt men het resultaat meestal aan de magere kant.

D66 voelt zich permanent onderbedeeld: bij magere verkiezingsuitslagen onstaat bij de grote broers een zie-je-wel-effect; zolang het peilingen zijn die een groter burgemeesters-contingent rechtvaardigen, zeggen de anderen: zet dat maar eens om in zetels; en als de verkiezingsuitslag gunstig is, wordt heel makkelijk geredeneerd dat het eerst moet beklijven - in de hoop dat de ballon de volgende keer weer leegloopt.

Zo scharrelt men al jaren voort met dit stelsel. Naar wisselende tevredenheid. Bedenk zelf maar of u weet wie uw burgemeester is, en vooral of u een idee heeft wat hij/zij er van maakt. In veel gemeenten komt de burgemeester steeds meer in de vuurlinie te liggen. De commissie-Van Thijn geeft in haar bewonderenswaardig beknopte rapport De burgemeester ontketend helder aan dat de vraag "kiezen of benoemen' in de eerste plaats van belang is bij het eventueel verminderen van de vertrouwenscrisis in de gemeentelijke democratie. Want daar gaat het allemaal om.

De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen baart grote zorgen. Het gebrek aan plaatselijke strijdpunten nog meer. De commissie spreekt zelf liever niet over een "crisis', het heet “een moderniseringsprobleem van de lokale politiek” - een mooi staaltje bestuurlijke ontspanningstherapie. De in veel gemeenten levende hoon en onverschilligheid jegens de raad, B en W en het stadhuis klinken er vanzelf iets minder bijtend van.

De Britse burgemeester wordt door en uit de gemeenteraad voor een jaar benoemd. Meer is niet nodig om een machteloze ceremoniemeester in omloop te brengen. Maar ook het voorstel van de commissie-Van Thijn houdt een risico in die richting in. Sommige leden voelden het meest voor een echt door de burgers gekozen burgemeester. Nadeel was dat dan de Grondwet moet worden veranderd en dat kost jaren. Bovendien was men volgens Van Thijn bang niets te bereiken door te veel ineens te willen.

Na zorgvuldige afweging van de belangrijkste alternatieven mikt de commissie erop dat wethouders ook van buiten de raad kunnen worden benoemd - heeft PvdA-voorzitter Rottenberg twee weken geleden uit het ongepubliceerde rapport zitten voorlezen? Bovendien kiest de commissie voor verkiezing van de burgemeester door de raad maar niet noodzakelijkerwijs uit de raad. Dat houdt de mogelijkheid intact een ervaren bestuurder uit een andere gemeente aan te trekken die iets meer boven de partijen staat dan een bekende eerste elftalspeler uit de eigen politieke coterie.

Logische consequentie van benoeming van burgemeester en wethouders door de raad is dat B en/of W moeten opstappen als zij het vertrouwen van de raad komen te missen. Zoals dat landelijk bij ministers ook gaat. Voordeel hiervan is dat de burgemeester in deze gedachte zijn status aparte verliest en gewoon de leider van het dagelijks bestuur van de gemeente wordt. Geen parachutist aan wie goedgunstig door de (politiek wel gelegitimeerde) wethouders een paar grote mensen-taakjes worden toegeschoven.

Met een college dat aldus wordt gerecruteerd en benoemd, gedraagt de raad zich waarschijnlijk minder als medebestuurder en meer als controleur. De verantwoordelijkheden worden duidelijker gescheiden. Het betekent minder monisme en meer dualisme. Ook daarom is het een praktisch en veelbelovend plan. Maar, net als in de landelijke politiek, is het gedoemd te leiden tot verstolde verhoudingen als de raadsmeerderheid zich laat binden aan vergaande akkoorden-vooraf en kadaverdiscipline tijdens de rit. En andersom: het college van B en W dat zich voortdurend zijn benoeming door de raad bewust blijft zal even zwak en ondoorzichtig optreden als het nu gebruikelijke college met zijn receptie-voorzitter.