Walen zijn Hollandse verwijten zat

LUIK, 3 APRIL. De Waalse industriëlen aan de Maas en de Sambre zijn het goed zat, de steeds weer terugkerende verwijten uit Nederland over ontoelaatbare lozingen op het rivierwater. Die kritiek is volgens hen voor een belangrijk deel ingegeven door ordinaire concurrentie-overwegingen.

Vertegenwoordigers van grote Waalse ondernemingen als Cockerill-Sambre, Centrale nucléaire de Tihange, Fabrique Nationale, Tubes Meuse en Cellulose des Ardennes hebben dit gistermiddag gezegd op een persconferentie in Luik. De bedrijven stellen dat zij bij hun lozingen op de Maas en de Sambre aan strengere voorwaarden voldoen dan hun Nederlandse collega's.

De boosheid over de Nederlandse beschuldigingen - actueel geworden door het voornemen van minister Maij-Weggen om afzonderlijk met Vlaanderen te gaan onderhandelen over het uitdiepen van De Schelde - was duidelijk te merken in het Luikse Maison de la Presse. Vanachter een tafel, verbeten trekkend aan hun sigaren, legden de vertegenwoordigers van de bedrijven uit dat de norm ("geschikt voor de kwekerij van vis en karperachtigen') die Wallonië hanteert voor de zuiverheid van het water, geheel overeenkomt met Europese richtlijnen. De Waals bedrijven houden zich daar aan en presteren zelfs beter, dankzij allerlei investeringen die de afgelopen jaren zijn gedaan in het zuiveren van het afvalwater. De industriële verontreiniging van de Maas is de afgelopen jaren dan ook verminderd (in tegenstelling overigens tot de vervuiling door de landbouw en huishoudens).

Dat Nederland strengere normen hanteert voor de zuiverheid van het rivierwater, is zijn goed recht. Maar Nederland moet niet proberen om die norm in Wallonië op te leggen, vinden de industriëlen. Daartoe heeft het geen enkel juridisch argument. Bovendien is het hypocriet dat de milieuvoorschriften waaraan de Nederlandse bedrijven moeten voldoen bij hun lozingen, minder streng zijn dan in Wallonië. Dat wekt de indruk dat de Nederlanders “economische bijgedachten” hebben.

Zwaaiend met een rapport van de Samenwerkende Rijn-en Maaswaterleidingbedrijven (RIWA) verweet een bestuurslid van GIMPE (Groupements des industriels pour la protection de l'environnement) dat aan Nederlandse zijde uiterst selectief te werk wordt gegaan bij onderzoekingen naar de waterkwaliteit van de Maas. De indruk wordt gewekt dat de vervuiling sterk oploopt tot de grens bij Eysden om daarna niet verder toe te nemen. In de praktijk is het tegendeel het geval: de Nederlandse bedrijven vervuilen meer dan de Belgische, voor een belangrijk deel ook voorbij het punt waar de waterleidingsbedrijven drinkwater innemen.

“Een wetenschappelijke schande” is het, fulimineerde het bestuurslid, dat de Nederlandse waterleidingsbedrijven zich in een veel besproken studie uitsluitend hebben gebaseerd op metingen gedurende twee dagen in september 1991. Iedereen weet dat de Maas een erg turbulente rivier is met een zeer uiteenlopend debiet. In september is de waterstand doorgaans extreem laag is. Geen wonder dat dan relatief veel vervuling wordt aangetroffen. Maar in feit, zei hij, is de Maas “één van de schoonste rivieren in Europa”.

De ondernemers wilden niet rechtstreeks reageren op de uitlatingen van Maij-Weggen. Dat is een zaak voor “de politiek”, zeggen ze. Wel stellen ze voorstander te zijn van internationaal overleg (in het kader van de conventie van Helsinki inzake grensoverschrijdende waterwegen). Overleg is beter dan het dreigen met processen, zoals Rotterdam doet, want met het voeren van processen wordt het water van de Maas niet schoner, werd gisteren gezegd.