Voorzitter W. van Velzen bij koperen jubileum CDA

Al weer wat te vieren bij het CDA. Na tien jaar Lubbers, na het breken van het na-oorlogs regeerrecord van Drees door dezelfde Lubbers wordt vandaag overal in het land het koperen jubileum van de partij herdacht. Tijd voor bezinning. Een gesprek met partijvoorzitter Van Velzen.

DEN HAAG, 3 APRIL. Het jubileum wordt sober gevierd. Feesten is leuk maar er moet ook gewerkt worden. Bovendien, is er wel reden voor een uitbundige feeststemming? Ook voor het CDA naderen de verkiezingen en de toekomst is ongewis. In de peilingen staat de partij al geruime tijd op flink verlies. Daarbij komt het CDA in de persoon van fractievoorzitter Brinkman met een "nieuw gezicht' de verkiezingen ingaat. Een gezicht dat bij de steeds grotere groep zwevende kiezers nog niet echt is aangeslagen. De waardering voor Lubbers is hoog, zo blijkt uit de onderzoeken maar Brinkman roept de nodige reserves op. Was het daarom dat partijvoorzitter Van Velzen begin vorige maand besloot tot een “versnelde procedure” om de lijsttrekker aan te wijzen?

De partijvoorzitter antwoordt resoluut. Allereerst: het was zjn initiatief om het partijbestuur om vooruitlopend op de samenstelling van de kandidatenlijst fractievoorzitter Brinkman nu reeds voor te dragen als lijsttrekker. Dus niet van Lubbers? “Nee.” Ook niet van Brinkman? “Nee.” Hij heeft beiden slechts van te voren van zijn voornemen op de hoogte gebracht, zegt Van Velzen. De speculaties in de media over de vraag of Brinkman echt de geschikte opvolger van Lubbers was, hebben daarbij zeker een rol gespeeld. Maar er was volgens Van Velzen meer aan de orde: “De programmacommissie van onze partij is druk bezig. Die heeft er behoefte aan dat tussentijds knopen worden doorgehakt over belangrijke vraagstukken. Bijvoorbeeld wat de financiële randvoorwaarden van dat programma zijn. Je kunt niet hebben dat zij in een heel andere richting denken dan de lijsttrekker.” Het nemen van dergelijke besluiten is in de ogen van Van Velzen een taak voor de eerste man van de partij. Zoals deze figuur eveneens nauw betrokken moet zijn bij het samenstellen van de kandidatenlijst. Ook om die reden was helderheid over de naam van de lijstrekker gewenst.

"Samen verder met Lubbers en Brinkman', is de komende tijd het devies. Het partijblad CD/Actueel van vorige week bracht dat treffend in beeld met op de omslag een kleurenfoto van de komende en gaande man peinzend lopend langs de Haagse hofvijver. Cynici merkten op dat één kleine beweging van Brinkman voldoende was om Lubbers in het water te duwen. Illustratief voor de huidige politieke situatie? Als Brinkmans machtige hand het wil, staat het regeringsraderwerk stil. De gesprekken over de begroting verlopen weer uiterst moeizaam. Het totaalbedrag aan bezuinigingen dat minister Kok heeft voorgesteld, betekent dat de norm uit het regeerakkoord niet wordt gehaald. Daarbij komt dat een fors deel van het pakket van Kok bestaat uit eenmalige besparingen. Niet iets om gelukkig mee te zijn voor het CDA. Van Velzen hoort het allemaal gelaten aan. Het is de laatste tijd al zo vaak gezegd. “Is een kabinetscrisis dan de oplossing”, vraagt hij retorisch. “Dat zou betekenen dat er niets gebeurt”, zegt hij om vervolgens de “majeure” problemen van de coalitie nog eens op te sommen. Stagnatie in de groei, dalende werkgelegenheid en oplopende werkloosheid. “Met een kabinetscrisis veranderen die dingen niet”. Hij “vertrouwt” er op dat het kabinet eruit komt.

Maar de liefde moet van twee kanten komen. Van Velzen reageert geïrriteerd op pleidooien voor een paarse coalitie (zonder het CDA) zoals het prominent PvdA-lid Van der Louw onlangs deed. Van Velzen vindt dat een geval van ontrouw. “Het heeft te maken met ethiek in de omgang van de coalitie. Rottenberg was òf naïef toen hij Van der Louw binnenhaalde als voorzitter van een heel belangrijke partijcommissie, òf hij wist ervan dat Van der Louw die voorliefde zou uiten.”

Mocht het pleidooi voor paars van de kant van de socialisten achter de rug zijn, wordt dan het huidige kabinetsbeleid voor het CDA inzet van de verkiezingen? Van Velzen: “Dat is wel een hele snelle conclusie.” Natuurlijk, er zal “verantwoording” worden afgelegd voor het gevoerde beleid, want het waren per slot van rekening “eigen mensen” in het kabinet. Maar, zo voegt hij er onmiddellijk aan toe, “je zal als CDA moeten laten zien wat je had willen bereiken en wat er is bereikt. In de sociale zekerheid is niet bereikt wat we wilden. Dat zal in een nieuwe periode moeten gebeuren. Mijn uitgangspunt daarbij is een fundamentele herstructurering van de verzorgingsstaat.”

Op dat moment is ook de discussie over de individualisering weer aan de orde. Van Velzen noemde onlangs tijdens een symposium dit punt als een onderwerp bij uitstek waaruit de scheiding der geesten in het politieke krachtenveld zou moeten blijken. De manier waarop nu het debat over individualisering wordt gevoerd is niet goed, vindt hij. Het blijft steken op een “symbolisch niveau”. Van Velzen: “De advocaten van de individualisering - Groen Links, VVD, D66 en bij de PvdA Van Dam - komen niet aan een samenhangende visie toe, maar pakken er telkens een onderdeeltje uit zoals het kostwinnersbeginsel. Bovendien schrikt men terug voor de consequenties van de eigen voorstellen. Het minimumloon dat nu nog op "man-vrouw en kinderen' is ingesteld, gaat dertig procent naar beneden als je dat zou individualiseren. Maar daar praat iedereen vrolijk overheen.”

En zo kan de CDA-partijvoorzitter nog wel een paar bezwaren tegen alle "ad-hoc ideetjes' opvoeren. “De mensen die met een verwijzing naar individualisering versimpeling van de bijstand voorstaan moeten ook allerlei toeslagen aanbrengen om aan de variatie in leefvormen tegemoet te komen. Dat lokt weer fraude uit, enzovoorts. Bovendien is ons fiscale stelsel, waar tegenwoordig weer zoveel over te doen is, tot nu toe geen voldoende belemmering geweest voor arbeidsparticipatie voor vrouwen. Ik zie daarin niet direct een reden om dubbele basisaftrek voor alleenverdieners maar meteen af te schaffen.”

Dus? Nee, van Van Velzen heeft geen uitgewerkt tegenplan. Hij wil slechts waarschuwen voor overhaaste acties. “Ik pleit voor een nieuw, samenhangend debat waarin niet enkele bouwsteentjes, maar het hele bouwwerk vanwege de inkomenseffecten opnieuw wordt besproken. Daarin sluit ik niets uit, ook de afschaffing van de basisaftrek niet, maar dat moet dan wel een uitvloeisel zijn van dat debat over individualisering. Daarbij moet je vier dingen in een nieuwe onderlinge samenhang zien te brengen: de eigen verantwoordelijkheid, het arbeidsmarktperspectief, de draagkracht en de handhaafbaarheid/bestrijding van fraude. Je kunt daarin niet een van de vier elementen verabsoluteren.”

Niet de vorm staat voorop, maar de inhoud zegt Van Velzen keer op keer. Vandaar dat hij de vraag "wie-met-wie' niet belangrijk vindt. Maar, zo luidt de tegenwerping, voor het CDA is voor het verwezenlijken van de eigen idealen toch belangrijk met wie in een kabinet wordt samengewerkt. Van Velzen: “Zeker.” En het is met de PvdA toch niet geworden van wat men zich in 1989 had voorgesteld? “Nee, ik had niet verwacht dat de overgang van de PvdA als oppositiepartij naar regeringspartij die partij zo zou opbreken.”

Een identiteitscrisis overkomt de coalitiepartner van het CDA wel vaker. Eerst de VVD, nu de PvdA - het begint structurele trekken te krijgen. Volgens Van Velzen gaat het echter om twee verschillende zaken. “Bij de VVD ontstonden de problemen over personen, bij de PvdA zit de spanning in het programmatische aanpassingsproces.” Iets wat D66 ook bedreigt, waarschuwt hij. “Van Mierlo is een expert in het meehuilen met het koor dat het in Den Haag allemaal zo slecht is. Maar analyseren is wat anders dan een oplossing bieden.”

Wellicht krijgt D66 niet met het probleem te maken, want het is voor Van Velzen nog helemaal “geen uitgemaakte zaak” dat D66 automatisch van een volgende coalitie deel zal uitmaken. Allereerst verwacht hij dat de PvdA zich tussen nu en de verkiezingen nog enigszins zal herstellen. Een herstel dat ten koste zal gaan van D66. Kunnen twee partijen op een meerderheid in de Kamer steunen, staat Van Velzen niet te springen om een derde partner in de vorm van D66. “Een drie-partijen kabinet is instabieler. Alle discussies die we met de PvdA sinds 1989 hebben gehad zullen, als D66 erbij komt, zich herhalen. De bestuurskracht van het kabinet zal daardoor niet toenemen.”