Stan van Belkum na drie jaar afwezigheid enige routinier in waterpoloteam; Het "Leids' galmt weer door het zwembad

ROTTERDAM, 3 APRIL. Ivo Trumbic is de enige die hij goed kent. Van de Olympische Spelen in Moskou in 1980. De nieuwe generatie waterpoloërs zegt hem weinig. Het grote talent dat op zeventienjarige leeftijd debuteerde in het Nederlands zevental, maakte vorige week zijn rentree in de nationale selectie. Na drie jaar afwezigheid is hij de routinier, want 32 jaar is oud voor een poloër. Waarom hij dan toch weer de kriebels kreeg? Stan van Belkum zegt het eigenlijk niet gemist te hebben. Hij heeft gewoon meer vrije tijd. Maar hij belooft niemand iets, ook zichzelf niet. Wanneer het niet lekker loopt bij het EK in Sheffield, dan neemt hij weer even gemakkelijk afscheid.

Op weg naar de dagelijkse training in Zeist heeft hij zwaar de pest in. Waar doet hij het allemaal voor? In de file van Leiden naar Zeist. Vervolgens vreselijk afzien en 's morgens met pijn en moeite je bed uitkomen. “Maar na zo'n training krijg je toch even dat heerlijke gevoel. Het lichaam gloeit na. Even aan de bar hangen en lekker snel naar huis scheuren.” Het onvervalste Leids galmt deze avond door het zwembad. “Het water is te koud”, schreeuwt Van Belkum. Opvallend veel spelers krijgen kramp. Hij denkt de reden te weten. Maar de selectie krijgt het niet cadeau van Trumbic. Met pijp en fluit afwisselend in de mond, zit de Kroatische bondscoach langs de waterkant. Achteroverleunend geeft hij zijn bevelen, met hetzelfde Wintereis-accent als Milos Pecik bij Van Kooten en De Bie. Trumbic is blij met de terugkeer van de oudgediende. In Sheffield kan de coach de broodnodige ervaring wel gebruiken. De een na oudste speler is nog altijd vier jaar jonger dan Van Belkum.

“Er zijn zoveel redenen te verzinnen waarom ik weer meedoe. Het feit dat Jan-Evert Veer manager is geworden. Ik heb nog met hem gespeeld in Oranje. Veer kan Trumbic wat tegengas geven. Hij vroeg me afgelopen winter al, maar heeft verder niet doorgezeurd. Belangrijkste is toch, dat ik meer tijd heb dan een paar jaar geleden.” Van Belkum koos een tijdrovende studie (farmacie), maar heeft als ambtenaar bij WVC nu een soepele werkgever. Veel vakantie, atv-dagen en weinig overuren. “Bovendien wordt het eens tijd dat mijn collega's te weten komen welke sport ik beoefen.”

Hij lijkt niet de bevlogen topsporter die het nationale team te hulp schiet. Oogt nonchalant, maar kan zich verschuilen achter zijn lengte en een vermoeiende training. “Ik denk echt niet dat ik het in mijn eentje wel even zal rooien.” Van Belkum heeft de internationals nauwelijks gevolgd, sinds hij drie jaar geleden bedankte. “Ik weet niet wat de mogelijkheden zijn met dit team. De ploeg mist veel ervaren krachten. Die stopten na Barcelona. Daar begrijp ik niks van. Negende worden, dat stelt natuurlijk niks voor. Dat vraagt toch om revanche-gevoelens? Hoe kun je er dan vervolgens mee kappen? Dat gaat er bij mij niet in. Toch denk ik dat er kwaliteit genoeg is. Van de concurrentie weet ik niet veel. Italië en Spanje zijn altijd sterk. Rusland en Joegoslavië normaal gesproken ook, maar je weet niet hoe het daar nu allemaal loopt.”

Stan van Belkum wenst niet verder te kijken dan het EK, dat eind juli op het programma staat. Als voormalig Italië-ganger moet het WK '94 in Rome hem toch bijzonder aanspreken? “Dat maakt mij vrij weinig uit. Als het toernooi in Katwijk zou worden gespeeld en ik voel me goed, dan zou ik ook meedoen. Natuurlijk is het altijd weer heerlijk om in Italië te zijn. Binnen vijf minuten drink je met oude bekenden een bier, na tien minuten staat de pan op tafel en binnen een kwartier heb je een logeeradres. Van Belkum speelde vanaf 1987 twee jaar voor het provincieclubje Carnogli, in de buurt van Genua. “Dat was geweldig. Behalve waterpoloën heb ik niets uitgevoerd. Een werkstukje geschreven, de eerste dag dat ik aankwam. Ik woonde in een piepklein dorpje. Daar gebeurde helemaal niets. Ik werd als topsporter enorm in de watten gelegd, maar was geen publiek bezit zoals de voetballers. Achteraf gezien had ik veel eerder moeten gaan. Na twee jaar moest ik terug om mijn studie af te ronden.”

Het laconieke gaat gepaard met gezond verstand. De zwemmer die net niet de top haalde en daarom maar ging poloën. De student die het langdurig kalm aan deed, genoot van zijn buitenlandse avontuur. En nu in Leiden op loopafstand naar zijn werk gaat. Hij speelt na De Zijl, AZC en Carnogli momenteel bij het Zaanse Nereus. Dat wordt getraind door Jan-Evert Veer, vandaar. Vertrouwd en gezellig. Zelfs als zeventienjarige debutant in Oranje had Van Belkum het relatief gemakkelijk. “Ik reed toen nog mee met Ruud Misdorp naar de trainingen. Voor hem was iedereen bang, maar mij beschermde hij altijd.” In het water is Stan van Belkum de karaktervolle, de man ook met een begenadigde techniek. Tijdens de training kleeft de bal aan zijn grote handen. En conditioneel blijkt Van Belkum nauwelijks onder te doen voor zijn teamgenoten. Ivo Trumbic aait hem vanaf de badrand vaderlijk over de bol, alsof er in vijftien jaar tijd niets is veranderd.