Specialisten vragen uitstel tariefsverlaging

ROTTERDAM, 3 APRIL. De vrij gevestigde medisch specialisten willen dat staatssecretaris Simons (volksgezondheid) de verlaging van hun tarieven met elf procent (voor ziekenfondspatiënten) en twaalf procent (voor particulier verzekerden) ongedaan maakt.

De specialisten eisen dat de korting in elk geval wordt opgeschort tot dertig dagen na de uitspraak over eerder door hen ingediende bezwaarschriften tegen de tariefsverlaging. Simons besloot tot de tariefsverlaging voor een periode van twaalf maanden vanaf 1 april om de groei van de uitgaven voor specialistische hulp met 369 miljoen gulden minder te laten stijgen dan werd voorzien.

Tijdens een gisteren voor het College van Beroep voor het Bedrijfsleven dienende procedure, noemden de zes advocaten die namens de specialisten optraden de voor vrijwel alle specialismen gelijke verlaging onder meer in strijd met de Wet Tarieven Gezondheidszorg, met het Europese recht op vrije uitwisseling van personen en diensten en met de Europese bepalingen tegen concurrentievervalsing. Bovendien, zo betoogden de raadslieden van specialisten als chirurgen, kinderartsen, anesthesisten, internisten en pathologen, was de beslissing van Simons "discriminerend'. Bij deze specialismen was in 1991 de omzet ten opzichte van 1990 niet, of in elk geval veel minder, gestegen dan het percentage waarmee Simons de tarieven voor 1993 kort. “De goeden, de specialisten die hebben geprobeerd zich redelijk aan het budget te houden, moeten in het beleid van de staatssecretaris lijden onder de kwaden, de specialisten wier omzet en inkomen in 1990 fors is gestegen”, betoogde een van de raadslieden. Bovendien zouden de cijfers die Simons hanteert onjuist zijn.

De Landelijke Specialisten Vereniging (LSV), en de bij de procedure rechtstreeks betrokken specialismen, vonden dat Simons bij zijn tariefsmaatregel rekening had moeten houden met de verschillen tussen de specialismen. Namens Simons betoogde landsadvocaat mr. G. de Groot dat dit onmogelijk was, omdat betrouwbare produktiecijfers van de afzonderlijke specialismen ontbreken. De LSV, die wordt geconfronteerd met elkaar daarover bestrijdende wetenschappelijke verenigingen, had bovendien geen voorstel gedaan voor differentiatie van de korting, aldus De Groot die verklaarde dat de specialisten tot dusver elke poging om betrouwbare cijfers op tafel te krijgen hadden weten te verijdelen.

Volgens de landsadvocaat konden de specialisten niet volhouden dat het voor 1 april geldende tarief een juist tarief was. Dat leverde de specialisten tot dusver in 1991 - en bij niet ingrijpen ook in 1993 - een omzet op, die met zijn gemiddelde van 413.000 gulden zo'n zeventig procent hoger is dan de "norm-omzet' van ruim 242.000 gulden, waarover eind jaren tachtig met de specialisten min of meer overeenstemming werd bereikt.

Op vrijdag 23 april doet vice-voorzitter C. de Gooijer van het College van Beroep uitspraak.