Sanering als in Latijns Amerika werkt niet omdat Afrika nauwelijks bij banken in het krijt staat; Niemand is echt op zoek naar oplossing Afrikaanse schuld

ROTTERDAM, 3 APRIL. Mexico shockeerde de financiële wereld in 1982 met de mededeling dat het niet langer kans zag zijn torenhoge buitenlandse schulden (80 miljard dollar) af te lossen. Tien jaar na dato is Mexico in snel tempo op weg naar herstel van de welvaart en mag het zich door het Nafta-vrijhandelsakkoord in wording bijna de partner noemen van economische grootmachten als de Verenigde Staten en Canada.

De opmerkelijke stap van Mexico luidde het begin van een nieuw tijdperk in voor Latijns Amerika. Het ene land na het andere ging met de Westerse geldschieters om de tafel zitten om te praten over schuldverlichting en economische hervormingsprogramma's. Met als gevolg dat de internationale financiële instellingen het er anno 1993 unaniem over eens zijn dat Latijns Amerika de schuldencrisis te boven is. De schulden (in 1992: 447 miljard dollar) zijn beheersbaar geworden: bedroeg de buitenlandse schuld in 1987 nog 64 procent van het bruto nationaal produkt, nu is dat nog 37,6 procent. Alleen Brazilië vormt door de politieke chaos en de hyperinflatie nog een probleem-geval.

Voor een ander continent met een lange schulden-geschiedenis - Afrika - is die conclusie niet in zicht. Integendeel, de buitenlandse schuld van Afrika steeg van 139 miljard dollar in 1981 tot 289 miljard dollar in 1991, onder meer door het inzakken van de grondstofprijzen op de wereldmarkt. De Afrikaanse schuld is weliswaar kleiner dan die van Latijns Amerika, maar drukt vele malen zwaarder op het budget.

Hoewel veel Afrikaanse landen allang niet meer in staat zijn hun schulden af te lossen, zou de Latijns-Amerikaanse oplossing niet werken in Afrika, zegt Percy Mistry, voormalig medewerker van de Wereldbank en thans adviseur van diverse instellingen en regeringen op het gebied van schuldenproblematiek. Van zijn hand verscheen twee jaar geleden een standaardwerkje over de Afrikaanse schuldencrisis, African Debt Revisited. Mistry was deze week een van de sprekers op het congres "Open voor Afrika', georganiseerd door de ontwikkelingsorganisaties Hivos en Inzet.

Ten eerste, legt Mistry uit, is er een belangrijk verschil tussen de geldschieters van Latijns Amerika en die van Afrika. Latijns Amerika heeft voor 75 procent te maken met commerciële banken. Met behulp van het plan-Brady - genoemd naar de Amerikaanse oud-minister van financiën Nicolas Brady, die een plan opstelde dat nieuwe leningen koppelt aan vermindering van de oude schulden en bijstand van internationale organisaties - werd het de banken makkelijker gemaakt om te zoeken naar een oplossing. Afrika daarentegen betrekt maar een derde van zijn leningen van commerciële banken, de rest komt van multilaterale organisaties (Wereldbank en IMF) en uit ontwikkelingshulp (geldschieters verenigd in de Club van Parijs).

De commerciële banken staan niet meer te trappelen om een oplossing te vinden voor Afrika. Nu de crisis in Latijns Amerika voorbij is, is het grootste gevaar voor de financiële wereld geweken. Er gaat geen enkele bank failliet als Afrika z'n schulden niet betaalt. Het belangrijkste obstakel voor Afrika echter, zegt Mistry, is dat Wereldbank en IMF principieel weigeren te praten over herstructurering van schulden. Ze zijn als de dood dat het kwijtschelden of reduceren van schulden andere belangrijke debiteuren, zoals Rusland, op een idee brengt en dat ze uiteindelijk niets meer terug zien van hun leningen.

Bovendien, zegt Mistry, zijn de Westerse overheden onderling hopeloos verdeeld over een goede aanpak. Sinds medio jaren '80 hebben de bilaterale schuldeisers 12 miljard dollar aan schulden kwijtgescholden of gereduceerd (aandeel van de bilaterale geldschieters in de Afrikaanse schuld in 1991 was 116 miljard dollar). Het plan van minister Pronk om de schuld van de armste landen volledig kwijt te schelden, mits ze een aanvaardbaar hervormingsbeleid voeren, is afgeblazen in de Club van Parijs. Ook het voorstel van de toenmalige Britse minister van financiën John Major om tweederde van de schulden kwijt te schelden haalde het niet. Nu zijn er dan de zogenoemde uitgebreide Toronto-voorwaarden (genoemd naar de top van de G7 in 1988 in Toronto), waarbij de helft van de schuld van bepaalde landen wordt kwijtgescholden. Tot nu toe hebben negen landen, waaronder Mali, Tanzania, Togo en Zambia daar van geprofiteerd.

Een ander belangrijk verschil tussen het "geval Mexico' en Afrika is, volgens Mistry, dat Mexico als olieproducerend land macht had en dat de VS bang waren voor een stroom immigranten uit Mexico. Kortom, Mexico werd gehoord en er werd een oplossing bedacht. Als Afrika morgen collectief meldt dat het niets meer betaalt, zegt het Westen: je doet maar, maar dan hoeven jullie ook geen hulp meer te verwachten. En zonder import van voedsel, olie en andere goederen is Afrika reddeloos verloren.

Maar ook mèt donorhulp staat Afrika er beroerd voor. Enkele cijfers: De totale schuldenlast van het continent (276 miljard dollar) komt overeen met 90 procent van het gezamenlijk bruto nationaal inkomen. Voor de landen ten zuiden van de Sahara is dat zelfs bijna 110 procent, met uitschieters als Tanzania (250 procent), Somalië (283 procent) en Mozambique (426 procent). Het continent betaalt ongeveer een derde van wat het officieel moet betalen aan rente en aflossing en is daarmee 28 procent van de totale exportinkomsten kwijt. Zou Afrika het volle pond betalen, dan slokten rente en aflossing 22 procent van het totale bnp op en 70 procent van de exportinkomsten. De commerciële banken trekken zich meer en meer terug uit Afrika wegens gebrek aan vertrouwen, waardoor Afrika tussen 1983 en 1990 30 miljard doller meer betaalde aan aflossingen dan het aan nieuwe bankkredieten kreeg.

Als de wereld ooit verlost wil worden van de Afrikaanse schuldencrisis, dan moet ten minste 80 procent van alle schulden worden afgeschreven, zo luidt het advies van Mistry. Deze afschrijvingen zouden gefinancierd kunnen worden uit de verkoop van een deel van de goudvoorraad van het IMF en uit de uitgifte van SDR's, het geld dat de IMF zelf "maakt' om meer liquiditeit te creëren.

Bovendien, zegt Mistry, moet herstructurering van de schulden bespreekbaar worden voor de multilaterale instellingen. De aflossing van rente en schulden leverden de afgelopen zes jaar een netto geldstroom van 4 miljard dollar op van Afrika naar het IMF. Dit geld zou moeten worden geherinvesteerd in het continent, maar dat gebeurt niet omdat veel landen niet aan de voorwaarden voor nieuwe leningen voldoen. Die voorwaarden, vervat in zogenoemde aanpassingsprogramma's, zijn weinig soepel, meent de econoom, en zijn veel te veel gericht op terugbetaling van de schulden en op de wensen van het Westen. “Je kunt een kreupele toch niet vragen om 5 kilometer af te leggen in een half uur? Ik vind een meerpartijenstelsel bijvoorbeeld niet een eerste vereiste voor herstel van een land. Het levert in eerste instantie vaak zelfs meer problemen op. Kijk nou naar Japan of Korea, toch geen voorbeelden van politieke diversiteit, maar wel economische wonderen. Als het economisch loopt, volgt de politiek vaak vanzelf.”

“Stel”, zegt Mistry, dat heel Afrika morgen tegen het IMF zei "goed, we leggen ons neer bij alle voorwaarden voor nieuwe leningen', dan had het IMF een fors probleem. Dan moet het namelijk zo'n 35 miljard dollar op tafel leggen aan nieuwe leningen, omdat het continent daar dan recht op heeft. Denk maar niet dat dat lukt. Dat is nou het paradoxale van de Afrikaanse crisis.”