Reces en retraite

DE TWEEDE KAMER is de laatste tijd opmerkelijk actief als het om 'meedenken' gaat.

Het ene idee is nog niet geuit of er volgt al weer een ander. In het land blijft het niet onopgemerkt. De opdrachten in de sector onderhoud stagneren in afwachting van de aftrekregeling die PvdA-fractievoorzitter Wöltgens in het vooruitzicht heeft gesteld en de beurskoersen weerspiegelden begin deze week de reacties van beleggers op het initiatief-wetsvoorstel van de Kamerleden Vermeend (PvdA) en Vreugdenhil (CDA), om de rente-groeifondsen fiscaal minder aantrekkelijk te maken. Ondertussen staat de verantwoordelijke staatssecretaris erbij en kijkt ernaar hoe vanuit de Kamer de belastingkerstboom weer wordt opgetuigd.

Of er een causaal verband bestaat, zal waarschijnlijk nooit kunnen worden aangetoond, maar een feit is dat de opbloei van het parlementaire initiatief zich voordoet in dezelfde periode dat de Tweede Kamer besloten heeft minder plenair te vergaderen. Bij wijze van proef komt de Kamer sinds het nieuwe jaar nog maar twee dagen in plaats van drie dagen per week bijeen in de nieuwe vergaderzaal. Een riskant experiment, want in een klimaat waarin de scepsis ten aanzien van 'Den Haag' toch al groot is, leidt het besluit om minder te vergaderen gemakkelijk tot een versterking van de anti-stemming. Mede om die reden keerde VVD-fractievoorzitter Bolkestein zich ruim een jaar geleden al tegen het idee van zijn collega-fractievoorzitters Wöltgens en Brinkman. Het zou slechts het beeld oproepen van een “vakantievierende volksvertegenwoordiging”, waarschuwde de oppositieleider. Een argument dat blijk geeft van weinig geloof in eigen overtuigingskracht. Want functioneert de parlementaire democratie alleen maar als de vergaderzaal zo lang mogelijk is gevuld? Het Nederlandse parlement behoorde met zijn dertig zittingsweken per jaar jaar van gemiddeld drie dagen tot één van de langst vergaderende ter wereld.

Het is dan ook niet vreemd dat er eens wordt gekeken naar een efficiënter vergaderschema. Zeker niet als 'Europa' aan de ene kant en de 'regio' aan de andere kant steeds meer taken van het nationale parlement overnemen.

NU VOOR DE Tweede Kamer het Paasreces is aangebroken, kan een eerste voorzichtige balans worden opgemaakt. De ervaringen tot nu toe zijn weinig bemoedigend. Er wordt weliswaar minder vergaderd, maar niet doelmatiger. Debatten worden of uitgesteld of niet afgemaakt. Het meest trieste voorbeeld wat dat betreft is het debat over drugsbeleid en criminaliteit dat vorige week op de agenda stond. De verwachtingen waren hoog gespannen, zeker na wat er over dit onderwerp door diverse politici tijdens spreekbeurten in het land was geroepen. Het debat is echter niet verder gekomen dan de eerste termijn van de Kamer en daarna vier weken verdaagd, omdat er geen ruimte meer op de agenda was. Op zo'n moment werkt het besluit van de Kamer om korter te vergaderen als een boemerang. De bedoeling was dat er hierdoor meer ruimte zou komen voor de noodzakelijke contacten in het land om de band met de kiezer te verstevigen. Maar als de kiezer merkt dat het werk in Den Haag blijft liggen, is er sprake van een averechts resultaat.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat in de Tweede Kamer steeds meer stemmen opgaan om terug te keren naar het oude vergaderschema. Dat zou inderdaad de eenvoudigste weg zijn, maar tevens de minst wenselijke, want daarmee wordt het euvel van het detaillisme niet bestreden. Details kunnen belangrijk zijn, maar te vaak zijn in debatten de hoofdzaken door de bijzaken verdrongen. Vandaar ook de benaming 'mierparlement' die voormalig Kamervoorzitter Dolman ooit bezigde. Langer vergaderen hoeft niet, beter wel. Een gedachte om te overwegen tijdens het Paasreces.