PRUISEN

Bij mijn weten ziet de landkaart van Oost- en West-Pruisen, het onderwerp van het in het Boekenbijvoegsel van 27 maart 1993 door A. W. M. Gerrits gerecenseerde boek van Hartmut Boockmann, er heel ander uit dan de gebieden waaraan u de naam Pruisen geeft. De geografische zwerfkei die op vijf van uw zes als illustratie afgedrukte landkaartjes is afgebeeld betreft telkens iets heel anders dan de uit Oost- en West-Pruisen bestaande landstreek, al is Oost-Pruisen een soort kerngebied dat aan al deze kaartjes, met uitzondering van het laatste, gemeenschappelijk is.

Het eerste kaartje (1411) geeft het laat-middeleeuwse Gebied van de Duitse Orde (enkelvoud; dat Gerrits telkens "Orden' schrijft en het bijbehorende werkwoord in het meervoud zet, komt natuurlijk omdat in het Duits der Orden, des Ordens, dem Orden, den Orden telkens een n bevat). Het zuidelijk deel van dit gebied is Pruisen.

Het tweede kaartje (1648) geeft het gebied van de keurvorst van Brandenburg weer. In het oosten bezat deze het hertogdom Pruisen (het oostelijk deel van het Pruisen op het vorige kaartje), in het westen o.a. het hertogdom Kleef en een deel van Opper-Gelre (een deel van ons huidige Noord-Limburg en een aangrenzende strook Duitsland met het stadje Geldern). In 1648 kreeg hij er (niet op uw kaartje aangegeven) Achter-Pommeren bij.

Ook bij het derde kaartje (1722) staat een verkeerd jaartal. Afgebeeld is het koninkrijk Pruisen na de eerste Poolse deling van 1772 (dat is, gezien vanuit ander perspectief, de vereniging van Pruisen zoals daarvan in de tekst onder het als illustratie afgebeelde standbeeld van Frederik de Grote sprake is, namelijk de hereniging van Oost- en West-Pruisen). In strikte zin is het koninkrijk Pruisen het buiten het tot 1806 bestaande Duitse Rijk gelegen Oost- en West-Pruisen. In 1701 had de keurvorst van Brandenburg, inmiddels in hertogdom Pruisen al meer dan veertig jaar soeverein vorst doordat het gebied niet meer van Polen leensafhankelijk was, zich in Königsberg, thans (nog) Kaliningrad, tot koning gekroond. Zo iemand wordt doorgaans aangeduid met zijn hoogste titel hoewel hij strikt genomen van Brandenburg nog steeds keurvorst was en in Kleef en Geldern nog steeds hertog. Ook de naam Pruisen wordt sinds 1701 gebruikt als staatsnaam voor het geheel van zijn gebied.

De volgende kaart geeft het koninkrijk Pruisen weer in 1806, het jaar van het einde van het Duitse Rijk en (in oktober) de Pruisische nederlaag tegen Napoleon, waarna Pruisen tot rompstaat ten oosten van de Elbe wordt gereduceerd. Van het kaartje dat de hieraan voorafgaande toestand moet weergeven kan worden opgemerkt dat Oost-Friesland nog steeds Pruisisch was, wat niet op deze en wel op de vorige kaart te zien is, en dat het Pruisische bezit van Hannover maar schijn is. Zonder conflict met Groot-Brittannië kon Pruisen Hannover (dat door Frankrijk aan Pruisen was aangeboden) nooit effectief in handen krijgen.

Bij het volgende kaartje is het jaartal 1918 niet gelukkig gekozen. De regeling van de nieuwe internationale grenzen na de Eerste Wereldoorlog neemt enkele jaren in beslag. Bedoeld moet zijn de toestand in het Interbellum van voordat Hitler de grenzen weer aan het verschuiven brengt. De vrijstaat Pruisen is dan de grootste deelstaat van het Duitse Rijk, grenzend aan o.a. Frankrijk, Nederland en Denemarken. Noord-Duitsland is vooral Pruisisch met daardoorheen verspreid wat kleinere landjes. Op uw kaartje is afgebeeld de van de rest van het Rijk door de zg. Poolse corridor en Dantzig gescheiden gelegen provincie Oost-Pruisen, waaraan het Duits gebleven oostelijke restje van West-Pruisen als regeringsdistrict West-Pruisen was toegevoegd. Onterecht is dat u in het noorden het Memelgebied als Pruisisch hebt ingetekend. Dat werd na de Eerste Wereldoorlog onder internationaal bestuur geplaatst en enkele jaren later door Litouwen bezet en geannexeerd (tot het in 1939 door Duitsland werd teruggepikt). Een omissietje is dat u in het westen het Duits gebleven westelijke restantje van West-Pruisen (bestuurlijk met het restant van de eveneens voor het grootste deel aan Polen verloren provincie Posen samengevoegd) niet aangeeft. Dit gebiedje is in 1938 bij Pommeren gevoegd.

Uw laatste kaartje HUIDIGE GRENZEN EUROPA geeft geen Pruisen meer aan. Maar zo ziet dat deel van Europa er niet meer uit! Tussen Tsjechië en Slowakije is nu een internationale grens. Ook hebt u niet de Oekraëns-Moldavische en de Oekraëns-Witrussische grenzen ingetekend. En Litouwen heeft u de oostgrens uit het Interbellum gegeven, waardoor de huidige hoofdstad Vilnius buiten het land zou liggen.

Gerrits heeft blijkbaar Boockmann hoogst persoonlijk gesproken. Dat volgens Boockmann Duitsland een derde van zijn gebied verloor klopt wel, maar dan als balans van twee wereldoorlogen. Gemeten aan de grenzen van 1937 is het verlies een kwart. En Boockmanns opmerking, dat na de Eerste Wereldoorlog in lang niet alle gebieden die aan Polen vielen, de bevolking is geraadpleegd, is maar zwak uitgedrukt. In de ruim 46.000 vierkante kilometer Duits gebied die uiteindelijk Pools werden, was in meer dan 42.000 de bevolking niets gevraagd.