Protest van jonge Italiaanse componisten tegen aanslagen; Een Requiem tegen de mafia

ROME, 3 APRIL. Zeven jonge Italiaanse componisten hebben hun woede over aanslagen door de mafia neergelegd in een Requiem. Een Requiem tegen de mafia, of beter een Dies irae, de dag van de toorn, zoals een van de traditionele onderdelen van de katholieke uitvaartmis in het Latijn heet. Het was afgelopen zaterdag zo'n succes, dat het herhaald wordt. Er was gelukkig niemand om te begraven in de kathedraal van Palermo. Maar de kerk zat stampvol, net als bij de missen vorig jaar voor Giovanni Falcone en Paolo Borsellino. De componisten willen hen, en andere mafiaslachtoffers herdenken.

De zeven vaste onderdelen van een uitvaart, Kyrie, Dies Irae, Offertorio, Sanctus, Agnus Dei, Lux Aeterna en Libera Me, zijn ieder door een andere componist op muziek gezet. De Italiaanse tekst volgt het traditionele Latijn, maar de Siciliaanse schrijver Vincenzo Conso heeft er woorden ingezet die iedere Siciliaan kent. "God' wordt in het sanctus "de God van rechters en escortes'. In het Dies Irae is hij de rechter die van zijn hoge zetel alles onderzoekt en een streng vonnis velt: “En niets, niemand zal onbestraft blijven.” En Jeruzalem, de beloofde stad, wordt Palermo.

Matteo D'Amico, de componist van het Sanctus, laat een tenor en een bariton aarzelend het "heilig, heilig' zingen. Zijn drijfveer is “een behoefte aan wraak, aan een straffende in plaats van een verzoenende God”. Giovanni Sollima, die het Agnus Dei heeft gemaakt, vertelt dat hij heeft meegewerkt aan het Requiem omdat hij vorig jaar juli door zijn open raam de bomexplosie hoorde waarmee Borsellino werd gedood.

“Het is muziek om te herinneren, om niet te vergeten wat er is gebeurd: de dood, de beelden van het opengereten asfalt, de gezichten vol wanhoop,” zegt de Milanese componist Marco Tutino, die het initiatief voor het Requiem heeft genomen. Hij heeft het slot geschreven, het Libera Me. Het eindigt in een schreeuw van het koor: “Vrede, vrede Heer.” En dan niets, stilte.

Afgelopen zaterdag is dit Requiem voor het eerst opgevoerd, in Palermo, met het Siciliaanse orkest en het koor van een theater uit Palermo. Zonder sponsor, zonder beschermheer: bijna iedereen heeft gratis gewerkt. De gemaakte kosten zijn gedekt door de verkoop van de tv-rechten, aan de Italiaanse Rai, aan de BBC en aan de ARD; wat daarvan overschiet gaat naar de opvang van Siciliaanse jongeren.

Na het succes in Palermo, waar drieduizend kerkgangers uitbarstten in een langdurig applaus, zal het Requiem vrijwel zeker nog een keer worden opgevoerd in Bologna en mogelijk in het najaar in New York.