Oedipus sluimert op Oblomovs bankstel

MOSKOU, 3 APRIL. Al die lange dagen dat in het Kremlin het Congres van Volksafgevaardigden bijeen is, sjokt de filosoof Aleksandr Tsipko toegewijd door het parlementspaleis. Buiten klinken de woeste klanken van de massa. Het geluid van de meute dat over de muren van de eeuwenoude politieke vesting heen fladdert illustreert dat de top van de macht letterlijk fysiek is afgesneden van het volk.

Aleksandr Tsipko ziet het hoofdschuddend aan. Tsipko, in dienst van de Gorbatsjov-stichting, is een toegewijd wetenschapper. Al ruim een jaar roept hij om de haverklap dat president Boris Jeltsin zich allereerst met een nieuwe grondwet moet bezighouden, omdat de huidige niet méér is dan een verzameling artikelen die deels uit de Brezjnev-tijd stammen en deels in de geest van de perestrojka zijn geamendeerd.

Maar er is niet naar hem geluisterd. Niemand wil zo'n constitutie. Je zou je eens als politicus ergens aan dienen te houden. Een afspraak is er om niet na te komen. “Niets permanenter dan het tijdelijke”, zoals een volkswijsheid in Rusland luidt. De verschillende maatschappelijke facties en ideologische belangengroepen vechten hun strijd daarom liever uit op de constitutionele ruïne die het oude regime heeft achtergelaten. “Negentig procent van de bevolking begrijpt er niets van en zij hier zelf ook niet”, concludeert Tsipko opgeruimd.

Waarom zo onbezorgd? “Niemand is hier democraat”, zegt Tsipko immers zelf. Het is zijn eigentijdse variant op de verzuchting van de vroeg-twintigste eeuwse filosoof Vasili Rozanov, die zichzelf ooit de retorische vraag stelde: “Waarom maak ik me kwaad over de radicalen? Ik weet het niet. Hou ik van de conservatieven? Nee. Wat is er met mij aan de hand? Iets onbegrijpelijks!”

De verklaring voor dit onverklaarbare moet dus gezocht worden in psychologische categorieën: in het karakter van de Russische mannen, of liever, van de Russische jongens. Want die domineren de Russische politiek. De meeste mannelijke politici lijken last te hebben van een vrij gecompliceerd Oedipus-complex. Russische kinderen worden namelijk in totale bescherming opgevoed door hun moeders en vooral hun oma's. Bij twaalf graden Celsius boven nul krijgen ze al een muts op tegen de kou. Van jongetjes wordt thuis nauwelijks iets verwacht. Net als hun vaders vinden ze het de normaalste zaak van de wereld om op de bank voor de televisie te hangen en hun moeder of grootmoeder om een kop thee of een ijsje te commanderen. Dat de vaat op gezette tijden gedaan moet worden, laat hen koud.

Na hun pubertijd worden deze jongetjes met een knal op de wereld gezet. Met alle gevolgen vandien, zeker als ze zich met de maatschappij gaan bemoeien. Ze gaan door met sturing-vanaf-de-divan maar voelen tegelijkertijd een missie en weten zich bovendien geconfronteerd met soortgenoten die dezelfde emoties aan de dag leggen.

De jongetjes in de politiek, die altijd hebben mogen dommelen, leggen eenmaal buiten op straat daarom ineens een bovenmatige daadkracht aan de dag. Dit leidt tot wraakzucht. Die richt zich ogenschijnlijk op elkaar, maar lijkt ook ingegeven te worden door het diepe verlangen om al die moeders te bewijzen dat Oblomovs bankstel van een hogere orde is dan het aanrecht. Alsof de "moedercultus' in Rusland - “zonder vrouwen zou Rusland niet kunnen bestaan” - eigenlijk ondragelijk is.

De consequenties voor de Russische politiek zijn enorm: nu zijzelf wakker zijn, moet iedereen uit zijn dromen worden wakker geschud, ook de gewone burgers en buitenlui die gewoon willen doorsoezen. De dichter/schrijver Haoem Korzjavin heeft dat probleem al twintig jaar geleden bezongen. In een gedicht, dat pas deze week in de Komsomolskaja Pravda is gepubliceerd, parodieert hij op Lenins juichkreet dat de dekabristen de negentiende eeuwse verlichte denker Aleksander Herzen hebben “gewekt” en dat die op zijn beurt Rusland uit zijn slaap heeft gepord.

“Welke schoft wekte Lenin? Wie had er last van dat het jongetje sliep? Met liederen ging het onder baniers naar Golgotha. De vaders volgden, als naar een zoet leven”, aldus Korzjavin. “Laat ze die slapigerige smoelen toch vergeven. Want wij zijn kinderen van hen die niet zijn uitgeslapen. Wij willen slapen. Ach, dekabristen, wek Herzen niet. In Rusland is het onmogelijk wie dan ook te wekken.”