Matige generale

De Nederlandse Bridge Bond voert een ambitieus beleid dat steunt op twee pijlers: groei in de breedte, gevoed door een groot contingent "social' bridgespelers, en internationaal aanzien via aansprekende resultaten van de top.

Met de aanwas van nieuwe leden zit het wel goed. In het vorige decennium steeg het ledenbestand van de NBB enorm. Een Teleac-cursus voor beginners droeg daar toen in sterke mate toe bij. Hierdoor lekker gemaakt doet het bondsbestuur er alles aan om de groei erin te houden. Onlangs werd met veel tamtam het negentigduizendste lid binnengehaald en de magische honderdduizend-grens ligt in het verschiet.

Daarnaast betoont de bond zich de laatste jaren bijzonder actief om bridge aan de top te stimuleren. Dat beleid lijkt vruchten af te werpen. Internationaal behoort Nederland op het gebied van de wedstrijdsport en wedstrijdorganisatie zo langzamerhand tot de toonaangevende landen.

Het eerstvolgende doel voor onze nationale top is om bij de bovenste vier te eindigen op de Europese kampioenschappen die in juni in het Zuidfranse Menton worden gehouden. In dat geval wacht Chili, waar in september om de wereldtitel wordt gespeeld. De vrouwen spelen daar om de Venice Cup en de mannen om de Bermuda Bowl.

Maar zover is het nog lang niet voor Oranje. Het zit op dit moment, net als zovele andere landen, midden in de selectiefase van het nationale team. Bij de vrouwen staat de deelname van Vriend-Arnolds en Van der Pas-Schippers al vast. Bondscoach Niemeijer zal binnenkort bekendmaken wie hij als derde paar aan het team toevoegt.

In het selectieproces van de mannen is dit jaar nogal wat geïnvesteerd. Niet in de laatste plaats geld, want een brede aanpak is een kostbare aangelegenheid. Geen probleem overigens, dank zij de ondersteuning van Hans Melchers, een bridge-maecenas met het hart op de goede plaats. Deze grootexporteur van kunstmest en milieuvriendelijke waterzuiveringsinstallaties houdt zes maanden lang roerende en onroerende zaken voor topbridge beschikbaar. In Gelderland, op zijn rustieke buiten, kasteel "Onstein', is het een komen en gaan van coaches, trainers, journalisten, bestuurders en natuurlijk van de vier overgebleven paren van de kernploeg zelf. Ieder eerste weekend van de maand zijn er trainingssessies onder leiding van de Canadese bridgepedagoog Eric Kokish, die daarvoor speciaal wordt overgevlogen.

Eén van de vier paren is al verzekerd van een plaats in het team, Leufkens-Westra. Kokish: ""Die jongens hoef je niets te leren. Trouwens, ze nemen toch niets meer van me aan.'' Van de andere drie paren, De Boer-Muller, Kirchhoff-Maas en Westerhof-Jansen, valt er één af. Wie dat gaat worden is nog onzeker.

Een belangrijk criterium was de oefeninterland tegen Olympisch kampioen Frankrijk, die vorige week op het kasteel werd gespeeld. Op negen sessies van veertien spellen elk mochten de vier Oranje-paren sparren tegen twee van de beste paren ter wereld, Perron-Chemla en Lévy-Mouïel. Iedere sessie was gedoteerd met tweeduizend Franse francs, terwijl de winnaar van de interland nog eens vijfduizend francs mocht opstrijken. De Franse professionals, die zes sessies en de interland wonnen, verklaarden vriendelijk volgend jaar wederom beschikbaar te zijn als boksbal.

Nederland keek vanaf het begin tegen een achterstand aan, die alleen maar groter werd. Toen deze op zeker moment zo'n 100 imps bedroeg, had Melchers het niet meer: ""Ik mag me natuurlijk niet inhoudelijk met het beleid bemoeien, maar ik plaats toch wat kanttekeningen bij de benadering van Kokish. Zo gaat hij ervan uit dat je op dit niveau de jongens over afspel niets meer hoeft te leren. Hij richt zich hoofdzakelijk op het bieden. Maar juist tegen deze tegenstander, die je continu onder druk houdt, blijkt dat een aantal contracten niet juist wordt afgespeeld of wordt verdedigd.'' Bij Melchers blijft het niet bij kritiek alleen. Hij stelt voor om de kernploeg nog een keer voor de leeuwen te werpen in een interland tegen Polen of Amerika begin mei. Daarna moeten de keuzeheren voldoende inzicht hebben om te bepalen welke twee paren Leufkens-Westra naar de Rivièra zullen vergezellen.

Een matige generale dus voor Oranje. Toch gloort er nog hoop. Zeker gezien het resultaat van de laatste sessie, waarin de Fransen met 44-7 onder tafel werden gekaart, zodat de eindstand met 258 tegen 301 nog een dragelijk aanzien kreeg. Dit spel droeg daar in belangrijke mate toe bij:

Noord gever Noord

OW kw. ß7 V108

ß6 AB10

ß5 H10984

ß4 A2

West Oost

ß7 B9752 ß7 H643

ß6 762 ß6 854

ß5 B76ß5 AV5

ß4 B10 ß4 764

Zuid

ß7 A

ß6 HV93

ß5 32

ß4 HV9853

West NoordOost Zuid

Perron Maas Chemla Kirchhoff

1SA pas 2ß4

pas 2ß5 pas 3ß4

pas3SA pas 4ß4

pas 4ß6 pas 4ß7

pas6ß4 pas pas

pas

1SA = 15-17 (Maas had zijn kaart een puntje opgewaardeerd); 2ß4 is Stayman; 2ß5 ontkent een vierkaart hoge kleur; 3ß4 is sterk, 3SA ontkent fit; 4ß4 = slamtry, 4ß6 en 4ß7 zijn cuebids (eerste controles).

Zoals u ziet is 6ß4 niet te maken omdat ß5A achter de heer zit. Na een ruitenstart is het spel meteen al down. Perron had echter uit het biedverloop opgemaakt dat noord waarschijnlijk over een vijfkaart ruiten moest beschikken en wilde het aanspelen van die kleur liever aan de leider overlaten. Hij startte daarom met wat anders: ß62. Erik Kirchhoff speelde de tien, trok de troeven, sloeg ß7A, stak via ß6V en ß6A over naar tafel en kwam in deze positie:

Noord

ß7 V10

ß6 B

ß5 H1098

ß4 -

West Oost

ß7 B97 ß7 H63

ß6 7ß6 8

ß5 B76ß5 AV5

ß4 - ß4 -

Zuid

ß7 -

ß6 H9

ß5 32

ß4 985

Kirchhoff, die vroeg of laat zelf de ruitens zou moeten gaan aanspelen, nam eerst nog een klein ander kansje mee: ß7H sec of tweede. Hij liet daarom ß710 uit dummy voorspelen. Paul Chemla, sinds jaar en dag Europa's grootmeester nummer één, moest op dat moment beslist bedwelmd zijn geweest door de king size Havanna's die hij onophoudelijk wegpaft. Een andere verklaring voor het missen door de Parijzenaar van de distributiesignalen van zijn partner, die de schoppen van laag naar hoog (is: oneven distributie) had bijgespeeld, is er eigenlijk niet. Chemla speelde dus in de tweede schoppenronde ß7H bij, waarna de rest kinderspel was voor de leider. Hij troefde ß7H, stak met harten over naar dummy en gooide op ß7V een ruitenverliezer weg. 6ß4 gemaakt leverde Nederland veertien imps op omdat op de andere tafel Bauke Muller en Wubbo de Boer 6ß4 natuurlijk wel één down kregen.