Lynchen en schelden is voor boze Italianen ook vorm van rechtspreken

ROME, 3 APRIL. Zo'n tachtig jonge neo-fascisten in een dichte haag rondom de ingang van het parlement in Rome, springend zoals ze dat ook in het stadion doen. “Dieven, dieven” scanderen ze. En ook: “Geef je over, jullie zijn omsingeld.”

De schaarse parlementariërs die zich in de joelende menigte wagen, worden bekogeld met muntjes en steentjes. Een daarvan mist doel en maakt een grote ster in de kristallen ruit boven de deur. Het handjevol politie-agenten dat bij de ingang staat, probeert de menigte te verspreiden, maar neo-fascistische parlementsleden gaan ertussen staan en zwaaien met hun identificatiepapieren. Bijna een uur duurt dit pandemonium, dan komt er een teken en gaat iedereen weg.

Napels, een paar uur eerder. In de zaal waar de gemeenteraad vergadert, loeien sirenes uit spuitbussen. Een gemeenteraadslid wordt door twee anderen tegen een balustrade gegooid. Op zoek naar projectielen wurmen sommige raadsleden een microfoon los. Anderen hebben een plastic zak met water meegenomen en gooien die naar hun politieke vijanden, roepend: “Jullie moeten je eens schoon wassen.”

Pontida, een paar dagen eerder, een manifestatie van de protestpartij Lega Nord. Een man van middelbare leeftijd, kort haar, polyester jack, plaatst zich voor de tv-camera en schreeuwt: “We zullen niet rusten totdat Andreotti en al die andere dieven en bedriegers achter de tralies zitten. Desnoods zetten we ze er zelf achter.” Een ander Lega-lid probeert te sussen en zegt dat Andreotti weg moet door middel van verkiezingen, maar hij wordt overstemd door het gejoel.

Steeds vaker komt het tot dergelijke incidenten in Italië. De gevechten in de Senaat, de strop en de muntjes in de Kamer, het zijn geen geïsoleerde gevallen. Naarmate er meer wordt onthuld over het smeergeld dat de partijen hebben gekregen, over de banden met de mafia, groeit de woede. En het uitblijven van werkelijke veranderingen wakkert deze protesten alleen maar aan.

De neo-fascisten zijn als partij bezig met een campagne van fysiek protest, die al wordt vergeleken met de beruchte squadre van Mussolini. “Dit is nog maar het begin,” zegt het neo-fascistische Kamerlid Teodoro Buontempo tevreden na de omsingeling van het parlement, donderdag. “Dergelijke manifestaties zullen in heel Italië worden gehouden, bij alle paleizen van de macht.”

Individuele aanhangers van andere partijen sluiten zich hierbij aan. Sommigen zijn lid van de communistische hardliners of van de anti-mafiapartij La Rete. Anderen zeggen de Lega Nord te steunen. Had professor Gianfranco Miglio, de ideoloog van de Lega, niet gezegd: “Lynchen is een vorm van rechtspreken in de hoogste betekenis van het woord?”

Achter deze uitbarstingen van woede zitten niet alleen linkse of rechtse extremisten, niet alleen heetgebakerde jongeren. Toen premier Amato een lezing hield op de Bocconi-universiteit, het Harvard van Italië, onthaalden de keurige studenten hem op “clown” en “dief”. Toen ex-minister van buitenlandse zaken Gianni De Michelis een verklaring had afgelegd tegenover de Venetiaanse rechters, werd hij ontdekt en achtervolgd door een boze menigte en kon hij zich alleen in veiligheid brengen door in een watertaxi te springen. In Verona riepen welgestelde burgers in koor: “Ze moeten allemaal tegen de muur.” En in het dankwoord voor de Legion d'Honneur waarmee de Franse staat hem had onderscheiden, zei de wereldberoemde acteur Marcello Mastroianni: “Dat ze allemaal in de boeien worden geslagen, die dieven, die bedriegers. Herinnert u zich de Middeleeuwen? Ik zou ze allemaal in een kooi stoppen, in de wind en de regen.”

Een groot deel van de "oude' garde, zowel bij de christen-democraten als bij de socialisten, is bezig met een tactiek van vertraging en uitstel. Zij stelt alles in het werk om opheffing van de parlementaire onschendbaarheid zo lang mogelijk te voorkomen. Over Craxi en De Michelis is nog steeds geen besluit genomen. De christen-democraten bepleitten gisteren een onderzoek naar de contacten van spijtoptanten van de mafia, om te onderzoeken of die een complot tegen Andreotti hebben gesmeed - precies volgens het scenario van mafialeider Totò Riina.

“Ze zijn allemaal dood, ze doen alleen net alsof ze het niet weten”, zegt de economische commentator Giuseppe Turani. De politici die nu in diskrediet zijn geraakt kijken toe op afstand. Naar een restaurant gaan ze niet meer, want dan lopen ze het risico van een forse scheldpartij. Maar velen geloven in een typisch Italiaanse oplossing: de bui waait wel weer over.

Het steeds fysieker wordende protest laat zien dat de bui niet over waait, ook al roepen de bedreigde politici dat dit geen manier van protesteren is. Italië is langzaam maar zeker zijn geduld aan het verliezen.