Luxeprobleem

Vorige week zag ik op de tv een twee uur durend programma over euthanasie in Nederland. Ik was er wel nieuwsgierig naar, want de onlangs door de Tweede Kamer aanvaarde wet op de euthanasie kreeg hier in de Verenigde Staten vrij veel publiciteit, vooral van het hoofdschuddende soort, maar er was ook regelrechte afschuw merkbaar over die losgeslagen Nederlanders.

Het programma had een sterke opbouw, geheel volgens de conventies van het hellend vlak. Het begon met interviews met een paar terminale kankerpatiënten. Deze mensen waren oud en stelden er prijs op de beslissing over hun definitieve einde in eigen hand te houden. Ze wilden niet zozeer ogenblikkelijk dood, als wel een principiële toezegging van hun arts dat die hen bij zou staan als ze zelf vonden dat het ogenblik daar was. Tot zover niets aan de hand. De voorstanders in het forum dat commentaar moest geven, een blanke man en een blanke vrouw, betoonden hun enthousiaste instemming met het betoonde respect van de artsen voor de persoonlijke autonomie van de patiënten. De tegenstanders, een latino man en een zwarte vrouw, begonnen over de eed van Hippocrates en het veronachtzaamde middel van de pijnbestrijding.

Het tweede deel bevatte al wat meer netelige elementen. Te zien waren onder anderen twee aidspatiënten, de een in een laat stadium met tal van akelige aandoeningen, de ander nog tamelijk in het begin van de ziekte. Allebei hadden ze over euthanasie nagedacht, maar de zwaar zieke zag nog wel enig perspectief in het leven, terwijl de relatief gezonde het voor gezien hield. Hoewel de artsen hem nog minstens twee jaar gaven, had hij besloten niet eens te beginnen aan deze lijdensweg. Hij stapte er liever uit en had zijn uittree ook al vastgesteld voor een week of drie later. De bewuste datum had een symbolische betekenis voor hem.

Hier kon het forum geen waardering voor opbrengen. De tegenstanders beten zich vast in het uitkiezen van de datum (moeten we nu ook al iemand ombrengen vanwege de symboliek van een datum?) en de voorstanders hadden hun bedenkingen vanwege de op het oog geringe urgentie. Alles goed en wel, euthanasie bij ondraaglijk lijden, maar in dit geval wil iemand niet eens beginnen met lijden. Is dat niet een beetje, eh, slapjes?

Het laatste deel van het drieluik leverde de meeste onbehaaglijkheid op. Nu kwamen de wilsonbekwamen aan de orde. Dr. Molenaar van het Rotterdamse Sophia-kinderziekenhuis werd geïnterviewd en hij vertelde het verhaal van het mongooltje met de darmafsluiting, dat op verzoek van de ouders niet geopereerd werd en overleed. Hoewel het een routine-operatie betrof, was het toch een geval van terughoudend medisch handelen en niet van actieve euthanasie, legde hij uit, want twintig jaar geleden waren deze operaties nog niet mogelijk en overleefde niemand die met deze afwijking geboren werd.

Voor dr. Molenaar lag er een grens tussen iets nalaten en actief ingrijpen en om dit te illustreren haalde hij een geval aan van een baby die zonder ledematen was geboren. De ouders vroegen om euthanasie, maar hij ging er niet op in, “want de baby was verder gezond en ook mentaal in orde”. Uw kind heeft geen armen en geen benen, meneer, mevrouw, maar voor de rest is er niets mis mee. Gaat u maar naar huis en zorg er goed voor - wij kunnen niets voor u doen. Dit voorbeeld van ethische scherpslijperij, bijna terloops aan de redenering toegevoegd, schokte mij meer dan alle pijnlijke dilemma's uit de rest van de film bij elkaar. Iemand zonder armen of benen, een kale romp met een hoofd erop, dat is toch niet meer dan een menselijk kistkalf? Zo'n persoon is niet alleen voor alle lichaamsfuncties volstrekt hulpbehoevend, hij zal ook nooit door het gras kunnen rennen, een stukje zwemmen, een potlood vasthouden of een telefoon bedienen. Zelfs een ander omhelzen zit er niet in.

Het trof me als wrang dat de ouders van het operabele mongooltje wel hun zin kregen op een toevallige manier, want die darmconditie betekende een geluk bij een ongeluk, een onverwacht buut-vrij in een spelletje, waar anderen genadeloos in de val zitten. Maar het kind zonder ledematen werd veroordeeld tot het leven. Als het om kwaliteit van het leven gaat, de centrale vraag in euthanasie-kwesties, komt het me voor dat een willekeurig kind met Down-syndroom veel betere vooruitzichten heeft dan een menselijk kistkalf dat tot overmaat van ramp de geestelijke vermogens heeft om zijn kistkalfschap te begrijpen. In het geval van pasgeborenen verschuift het gewicht vanzelf een beetje in de richting van de ouders die er belang bij hebben niet de rest van hun leven zorg te moeten dragen voor een zwaar gehandicapte. De beslissing tot niet opereren wordt dan ook ingegeven door egoïsme, een alleszins verdedigbaar egoïsme, maar het blijft egoïsme. Ongetwijfeld hadden die andere ouders, die niet hun zin kregen, vergelijkbare motieven, maar in hun geval kwam er nog iets bij: het onmenselijke perspectief voor het kind zelf van levenslange opsluiting in een kerker van bewegingsloos vlees.

Terwijl ik bedacht dat je nog zulke nette regels kunt opstellen om leed te vermijden, maar dat het in individuele gevallen toch uiteindelijk neerkomt op pech of geluk hebben, was het forum al begonnen met zijn commentaar. Nu bleken ook pas goed de verschillen tussen Nederland en Amerika. Geen enkele van mijn gedachtes hoorde ik terug in de discussie. De voorstanders zaten een beetje sip te kijken (dokter Molenaars fiere uitsluiting van actieve euthanasie werd enigszins getemperd door zijn bekentenis dat er in sommige gevallen wel degelijk een spuitje werd gegeven, namelijk wanneer een opgegeven premature meervoudig gehandicapte baby ondanks het afkoppelen van de apparatuur maar niet wilde doodgaan) en de tegenstanders raasden over minderheidsgroepen.

Minderheden? Ineens begreep ik de woede. De woordvoerders van zwarten en latino's wonden zich er vreselijk over op dat er gepraat moest worden over de ethiek van de zelfbeschikking dan wel hulp bij (zelf)moord, terwijl veel minderheden maar wat graag toegang zouden willen tot de medische hulp, die door Nederlandse zelfbeschikking-freaks zo hautain van de hand gewezen werd. Euthanasie als luxeprobleem in een rijk en decadent land. Dit was weer een heel andere invalshoek. De rest van de tijd werd dan ook terecht volgepraat over de deplorabele gezondheidszorg in Amerika. Toch kon ik het beeld van de ledemaatloze baby niet uit mijn hoofd krijgen, luxe-dilemma of niet.