Liddell & Scott

Sinds anderhalf jaar volg ik een cursus Oud-Grieks bij een avondcollege voor volwassenen. Dit schijnt mij niet toe iets heel zonderlings te zijn, misschien een beetje ongewoon, maar geen grond voor het ongeloof waarmee veel mensen het begroeten: ""Oud-Grieks?'' stamelen zij, ""waarom in vredesnaam Oud-Grieks?'' Niet veel meer dan een generatie geleden zouden de mensen geschokt zijn geweest dat je geen Grieks had geleerd; nu schijnt het leren ervan even excentriek te zijn als een cursus netten boeten of trainen met een hondenslee.

Wat beweegt vijftien mensen op een koude natte avond uit hun warme huizen te komen en in een lokaal te gaan zitten om een dode taal te leren? Worden we gedreven door een onweerstaanbare aandrang om dead white males als Plato, Homerus, Euripides of het Nieuwe Testament in de oorspronkelijke taal te lezen? Om de oorspronkelijke betekenissen van de Griekse woorden in de moderne Europese talen te kunnen achterhalen? Dieper door te dringen in de Europese civilisatie? Ik vermoed dat het alledaagser is; ik denk dat je door dit leren, zelfs maar een paar uur in de week, een zekere gemoedsrust vindt. Weinig dingen zijn zo vredig als teruggaan naar leerling zijn - je moet "naar les', je moet je huiswerk maken, en niet veel onderwerpen zijn op een zo bevredigende manier schools als Oud-Grieks.

Al dat uit het hoofd leren, hoewel uiterst inspannend als je het niet meer gewend bent, heeft iets troostends, zoals een gebed opzeggen of versjes voorlezen aan een kind. En het is bevredigend te weten dat zoveel anderen het vóór je hebben gedaan, zij het in een ander stadium van hun leven; ik pleeg dan te denken aan een dichter als Coleridge, die prijzen won met het schrijven van Griekse verzen en die eens ook begonnen moet zijn met de tegenwoordige tijd van het werkwoord luo, "loslaten'. Gelukkig hoeven wij geen Griekse verzen te schrijven.

Met Grieks is het alsof het strenge keurslijf van de taal een soortgelijke discipline aan het denken oplegt, niet verlammend maar verlossend, in de zin dat het bevrijdt van andere preoccupaties. En dat het een dode taal is - "Words, accents not to be breathed by men / Of any country again!' - ook dat is een voordeel: niemand zal je bespringen met nieuwe ontwikkelingen: je leert het wat er te leren is en dan stop je.

Je hebt niet eens nieuw gereedschap nodig; mijn woordenboek, An Intermediate Greek-English Lexicon, is een bekorte versie van het befaamde grote woordenboek van Liddell & Scott, samengesteld "in overeenstemming met de wensen kenbaar gemaakt door verschillende ervaren Schoolmeesters', en er is geen reden waarom het over duizend jaar, lang nadat het Grieks door alle Schoolmeesters is opgegeven, niet nog steeds zou worden gebruikt. Dan is het Engels veranderd, zou iemand kunnen tegenwerpen, maar de eerste vertaling die in dit woordenboek wordt gegeven is in het Latijn (en voor het Latijn hebben we weer het beroemde woordenboek van Lewis & Short, ook L & S). De boven geciteerde Thomas Hardy, een van de velen die al lang voor mijn geboorte met Liddell en Scott vertrouwd waren, was drie jaar oud toen de eerste druk verscheen; later, in 1898, bij Liddells dood, zou hij dichten: Well, though it seems / Beyond our dreams, / Said Liddell to Scott, / We've really got / To the very end,/ (...) This sultry summer day, A.D. / Eighteen hundred and forty-three.

Studeren tussen volwassenen is heel anders dan als student; één verschil is al, zoals iemand mij vertelde die onderwijs heeft gegeven aan beide categorieën, dat de volwassenen veel harder werken. Hoe dit ook zij: niets is onwaarschijnlijker dan dat wij de bosjes in zouden gaan in het holst van de nacht om onze eigen Dionysische rituelen op te voeren: ""Zingen, schreeuwen, barrevoets dansen in de nachtelijke wouden met niet meer bewustzijn dan een dier!'' Het is in feite moeilijk een groep mensen te bedenken die minder lijkt op de decadente en moordlustige groep studenten Grieks in The Secret History van Donna Tartt.

Deze aankomende Graecisten, die volgens Tartt met elkaar in Oud-Grieks converseren, blijken onwetend te zijn van dingen waar iemand al achter is na een week Grieks te hebben gedaan. Zo is er al in het begin van het boek een scène waarin het groepje probeert de woorden "naar Carthago' te vertalen, en iemand de veronderstelling uitspreekt dat een ablativus moet worden gebruikt; dat is weliswaar de domoor van het stel, die dan ook later heel terecht vermoord wordt, maar dat de anderen niet onmiddellijk zouden opmerken dat er in het Grieks geen ablativus bestaat is onvoorstelbaar, ongeveer alsof een groepje gevorderde botaniestudenten zich zou afvragen wat Canis ook alweer voor een plant is; pas na een nummertje wild in de duisternis tasten komt iemand, een buitenstaander, met de juiste vertaling en ontleent daar dan zoveel prestige aan dat hij in het clubje wordt opgenomen.

Daarmee had het boek voor mij eigenlijk al meteen afgedaan. Je kunt natuurlijk zeggen dat deze anomalie onzichtbaar blijft voor wie geen Grieks heeft geleerd, maar dat is het punt niet. Wat het onthult is de luiheid van de schrijfster, haar ongeïnteresseerdheid in haar eigen bedenksels; zij koketteert alleen maar met dat Grieks - dat is immers de verlokking die het boek belooft: toen The Secret History verscheen leek het precies te zijn waar ik naar uitkeek: een verhaal over mensen die Grieks leren en zich inleven in de Griekse wereld.

Dat was een van de dingen waar ik mij op verheugde toen ik met dat Grieks begon - en natuurlijk het genoegen om de citaten te kunnen lezen die je tegenkomt in de literatuur en de ervaringen op te sporen van mijn voorgangers; de geheugensteuntjes en rijmpjes zoals ik me van het Latijn herinner - Hic liber est meus, testis est deus, si quis furetur, per collem pendetur, like this poor cretur, met het bijbehorende tekeningetje (van een mannetje dat aan een galg hangt), zoals nog in sommige van mijn oude schoolboeken kan worden aangetroffen - maar ook in de boeken van vroegere generaties van schoolkinderen.

Ach, nu behoor ik al tot een generatie die zelf schoolkinderen heeft. Die zal ik later met hun huiswerk kunnen helpen, maar zover is het nu nog niet: een van hen, de zoon van een vriendin, vernemend dat ik bezig was Oud-Grieks te leren, vroeg onlangs: ""Doet zij dat om naar Oud-Griekenland te kunnen gaan?''

Ja waarachtig, dacht ik toen mij dat verteld werd, dat is de werkelijke reden, daar doe ik het om.