Kohl wil snel rust in de Oostduitse metaalsector

BONN, 3 APRIL. Bondskanselier Helmut Kohl heeft werkgevers en werknemers in de Oostduitse metaal- en staalindustrie opgeroepen hun “oorlogsgeschreeuw” te beëindigen en de onderhandelingen over nieuwe CAO's te hervatten. Kohl deed dat nadat eergisteren 90.000 en gisteren 40.000 mensen waarschuwingsstakingen hadden gehouden voor CAO-verbeteringen van respectievelijk 21 en 26 procent per 1 april.

Zulke verbeteringen zouden het Oostduitse loonpeil op nominaal 82 procent van het Westduitse brengen. Zij waren al in 1991 afgesproken als onderdeel van een etappe-plan voor gelijke beloningen in heel Duitsland, waarvan het sluitstuk in Oost-Duitsland in 1994 nog eens 30 procent extra zou belopen. De werkgevers, die veelal de leiding hebben in Westduitse metaal- en staalbedrijven, hebben die afspraken opgezegd wegens de sterk verslechterde economische toestand, ook en juist in hun sector.

In de Oostduitse metaal werken 400.000 mensen, in de noodlijdende staalsector nog 20.000. De arbeidsproduktiviteit in Oost-Duitsland is - mede door de vaak hoge leeftijd van de industriële apparatuur - minder dan de helft van de Westduitse en de Oostduitse kosten per eenheid produkt belopen 180 procent van de Westduitse. Een groot deel van de Oostduitse bedrijven is (nog) afhankelijk van subsidies van het Treuhand-instituut, dus uiteindelijk van de (Westduitse) belastingbetaler.

Anders dan de IG Metall, die de waarschuwingsstakingen organiseert, zegt is in de meerjarenafspraak wèl een clausule opgenomen die opzegging mogelijk maakt bij sterk veranderde omstandigheden. In Oost-Duitsland leeft de vrees dat de werkgevers het huidige CAO-conflict wellicht mede willen gebruiken om als het ware stakingen uit te lokken die tot het verdwijnen van complete bedrijven zouden kunnen leiden. Op die manier zou dan een deel van de in Europees verband afgesproken capaciteitsbeperking in de staal “vanzelf” tot stand komen in de ex-DDR.