"Ik had gedacht mijn veertigjarig jubileum nog te vieren'

De commissie-Van Es wil dat leerkrachten anders gaan werken. Hoe denken zij zelf over hun beroep? Elly van Rij werd na 28 jaar voor de klas afgekeurd. “Het onderwijs is loodzwaar geworden.” Vierde deel in een serie portretten.

DORDRECHT, 3 APRIL. Ze heeft 28 jaar lang geprobeerd “de geest in school te laten waaien”. “Ik organiseerde talloze "buitenlesactiviteiten'. Iedere week nam ik bloemen mee naar school, ik leidde het Lief en Leed fonds, zorgde voor cadeautjes en etentjes.” Haar jaren in het onderwijs waren rijke jaren, zegt Elly van Rij (50). “Maar nu gaat de geest verloren door bezuinigingen en reorganisatie in het onderwijs.”

Per 1 januari van dit jaar werd de lerares handvaardigheid afgekeurd wegens rugklachten en omdat de werkdruk te zwaar werd. Vorige week nam ze afscheid van haar collega's van de Dordtse scholengemeenschap Dordtwijck. “Anders wilden ze me niet laten gaan. Daarom heb ik ze uitgenodigd en een taart gebakken in de vorm van de school. Ieder at zijn eigen lokaal.”

Toen ze begon met lesgeven was school één groot feest. “Ik kon er alles kwijt wat ik in me had.” Trots toont ze een album met foto's van de mooiste werkstukken van haar leerlingen: een bril van wc-brillen, ingenieuze doosjes, boekensteunen in de vorm van een roos. “Niet dat asbakkenklungelwerk, maar kunstwerkjes. Heel mijn ziel en zaligheid gooide ik er in.”

Zes jaar geleden begonnen de problemen. “De wet op de basisvorming kwam er aan en er moest worden gekozen tussen tekenen en handvaardigheid. Tegelijkertijd stond een fusie op stapel. We moesten opgaan in een school met 2300 leerlingen.” De keuze viel op tekenen. “Mijn vak is verkocht tijdens de fusie, in een koehandel.”

In maart 1991 kreeg ze een brief van de schoolleider. “Ik vormde een organisatorisch probleem. Ik was te lastig, te duur en te oud. Hij vroeg of ik het veld wilde ruimen. Plompverloren, vlak voor een rapportenvergadering.” Ze had al een afspraak met de bedrijfsarts voor haar rugklachten. “Hij stuurde me onmiddellijk met ziekteverlof. Van de ene dag op de andere werd ik op non-actief gesteld. Ik heb een uur gehuild en dacht ik doe het niet. Ik had altijd geroepen: school is mijn tweede huis. Maar een vriendin haalde me over.”

Niet lang daarna kreeg ze alvleesklier-ontsteking. Toen ze weer enigszins was hersteld, nam ze contact op met de organisatie die de omscholing van leraren handvaardigheid voor het vak techniek verzorgt. “Maar daar zeiden ze: doe het niet. De omscholing kost u 25 uur per week en u zult een totaal ander vak moeten geven.”

In overleg met de bedrijfsarts stelde ze een afkeuringsprocedure in werking. “Ik was er altijd van uitgegaan dat ik mijn veertigjarig jubileum zou vieren. Ik moest mezelf voorhouden: Je hebt 28 jaar hard gewerkt en die jaren zijn niet voor niets geweest. Nu dank ik de hemel dat ik er uit ben. Mijn vak is verdwenen en het onderwijs is puur slecht op het ogenblik. De hoofdschotel is vergaderen, zeven à tien uur per week. Alle energie gaat op aan vergaderen en ongenoegen. Zo doe je de kinderen te kort. Die hebben recht op blije leraren.”