Grafiek: De markt voor verkeersvliegtuigen is ...

Grafiek: De markt voor verkeersvliegtuigen is ingestort. Bestelden de gezamelijke luchtvaartmaatschappijen tussen 1988 en 1990 jaarlijks ruim 1.100 straalverkeersvliegtuigen, de afgelopen twee jaar kwam het aantal bestellingen niet boven de 450 exemplaren uit.

Ook het aantal afgeleverde toestellen daalt, in 1991 werden nog 839 nieuwe vliegtuigen in gebruik genomen, vorig jaar was dit aantal gedaald tot 793.

Het verschil tussen bestellingen en leveringen - de orderportefeuille - was het grootst in 1990, 3.469 toestellen waren al besteld maar nog niet gemaakt. Eind 1992 bedroeg de orderportefeuille nog maar 2.710 stuks.

De vliegtuigindustrie is een sterk cyclische bedrijfstak. Groeit de wereldeconomie snel, dan groeit de vliegtuigindustrie nog sneller. Maar gaat de wereldeconomie door een dal, dan gaan de vliegtuigbouwers door een nog veel dieper dal. Vliegtuigfabrikanten als Boeing hebben getracht dit probleem te ondervangen door de leveringen van vliegtuigen over vele jaren uit te smeren. In jaren met weinig orders zouden de fabrieken toch nog op volle toeren kunnen draaien. Het idee van de vliegtuigbouwers was om tijdens de magere jaren in te teren op hun orderportefeuille, zodat geen zij geen personeel zouden moeten ontslaan. Doordat de huidige crisis in de luchtvaart veel ernstiger is dan voorafgaande crises, is de strategie grotendeels mislukt. Zo zal Boeing haar produktiecapaciteit en haar personeelsbestand met eenderde terugbrengen. Fokker kondigde vorige week aan de produktie van de F100 terug te brengen van 59 naar 40 exemplaren per jaar. De produktie van het turboprop-toestel F50 gaat van 50 naar 20 per jaar. Fokker schrapt met het oog op deze lagere produktie dit jaar 2.118 banen.

Niet geheel onvoorspelbaar besluit Twijnstra Gudde zijn onderzoek naar de recessie-analyse van ondernemers-in-het-nauw met een hoofdstukje getiteld: "Aan te bevelen maatregelen in situaties van misère'. Allereerst zijn dat de maatregelen voor de korte termijn, zoals kostenreductie, vergroten van het werkkapitaal en afstoten of 'verleasen' van niet-noodzakelijke activa. Zij bieden snel soelaas maar dat neemt op een gegeven moment ook weer snel af. “Het is als in de chirurgie”, verzekert Ton Berendsen opgeruimd. “Eerst ga je gemakkelijk door de huid en de daaronder liggende weefsels. Maar dan wordt het uitkijken geblazen, moet je voorzichtiger en selectiever te werk gaan om geen essentiële levensfuncties te raken.” Daarnaast zijn er de lange-termijningrepen om het bedrijf te revitaliseren, zoals een meer uitgekiende financiering, het ondanks alles uitbrengen van nieuwe produkten op nieuwe markten, en betere toetsing van eenmaal gestelde doelen. “Het is nu de kunst om het afnemende effect van de korte-termijnmaatregelen te laten samenvallen met het geleidelijk groeiende effect van de lange-termijningrepen”, beschrijft Berendsen. “Dat is een complexe timing-kwestie. Als je te vroeg stopt met snijden, los je de problemen niet op; maar als je te lang doorgaat, bedreig je de vitale functies van de onderneming. Als je in moeilijke tijden van buikriemaanhalen te vroeg gaat revitaliseren en investeren met het oog op de vitaliteit van je bedrijf op lange termijn, krijg je last met je personeel en de vakbonden. Maar begin je te laat, dan zien je beste mensen het niet meer zitten en zoeken die hun heil elders.”