"GEWELD GEEFT YANOMAMÖ STATUS'; Napoleon Chagnon over de laatste "echte wilden'

Yanomamö. De nadagen van het paradijs door Napoleon A. Chagnon 358 blz., Prometheus 1993 (Yanomamö. The Last Days of Eden 1992), vert. Marian Lameris, Peter Out en Tjadine Stheeman, f 45,- ISBN 90 5333 187 5

Borst-rammen, vrouwen meppen, hoofd beuken, ziedaar enige vormen van tijdverdrijf onder de Yanomamö-indianen. Tot voor kort leefde dit volk vrijwel volledig geïsoleerd in het regenwoud op de grens van Venezuela en Brazilië. Het wiel kennen ze niet, verder dan "één', "twee', "veel' gaat hun telsysteem niet. De enige artefacten uit de "beschaafde wereld' die hen bereikten, waren aluminium pannen, stalen bijlen en machetes.

De Amerikaanse antropoloog Napoleon Chagnon woonde en werkte dertig jaar lang temidden van de Yanomamö. Zijn werk Yanomamö geldt als een klassieker in de wetenschap der antropologie. Zojuist verscheen de vertaling van de herziene editie van dit werk, waarin veel aandacht wordt geschonken aan de vernietigende invloed die missie, zending en de tienduizenden Braziliaanse gouddelvers hebben op de Yanomamö-cultuur. De nadagen van het paradijs is een hartstochtelijk pleidooi de levenswijze van dit schriftloze volk onaangetast te laten. De Yanomamö dienen volgens Chagnon koste wat kost gevrijwaard te blijven van buitenboordmotoren, geweren - hun equivalent van de atoombom - en de diverse verschijningsvormen van het christendom.

Het is, zo blijkt uit dit boek, bijna te laat. Toch beschrijft Chagnon geen lieflijk "paradijs' dat bedreigd wordt door de moderne tijd. ""De Yano"amö zijn woest', heet het onder Yanomamö zelf, en zij hebben gelijk. Status heeft alleen degene die bereidheid toont geweld te gebruiken. Ver weg van televisie en MacDonalds vechten de Yanomamö hun borstram-duels uit, meestal met de blote vuist, maar soms met een steen in de hand. Niet zelden laat iemand bij dit "spel' het leven. Overspelige vrouwen worden zonder omhaal mishandeld. Chagnon maakte mee dat een bedrogen echtgenoot simpelweg de oren van zijn vrouw afhakte. Het vermoorden van vijandige buren en het roven van vrouwen behoort bij de Yanomamö tot de rituelen van het dagelijks bestaan.

""Met het regelmatig slaan van hun vrouw kunnen de mannen hun waiteri, of woestheid, tentoonspreiden,' schrijft Chagnon, ""Een vrouw met een knuppel bewerken, is een manier om te tonen hoe woest je bent zonder dat je veel gevaar loopt - tenzij de vrouw agressieve broers in het dorp heeft die haar te hulp komen.'

NOBELE WILDE

Wat is er eigenlijk tegen om dit gewelddadige volk te kerstenen en te temmen? Chagnon antwoordt bedachtzaam en parafraseert een collega-antropoloog: ""Het lijkt erop dat de wilde in onze ogen pas nobel is wanneer hij is getemd.'

Hij is grijs, gedrongen, vol passie en diep ervan overtuigd dat de cultuur van de Yanomamö behouden moet blijven. Zij zijn immers de laatste "echte' wilden. Volgens Chagnon vertoonden alle oorspronkelijke bewoners van Australië, Nieuw Guinea en de nieuwe wereld grote gelijkenis met de Yanomamö. Zo was ook bij Australische aboriginals en Papoea's aan de vooravond van de blanke overheersing geweld een normaal onderdeel van hun cultuur.

""Het romantische beeld van de nobele wilde die vreedzaam en in harmonie met de natuur zijn weg gaat,' zegt Chagnon, ""is pas ontstaan nadat de blanken de vechtlust eruit hadden geslagen. Moeten we daarop wachten voor we ons om de Yanomamö bekommeren?'

Voor het bewaren van de levensstijl der Yanomamö pleit volgens hem in de eerste plaats het esthetisch argument: ""Een universele cultuur is saai!' En saai kan het leven van de Yanomamö niet genoemd worden. Chagnons boek trouwens ook niet. Het laat zich lezen als een felle aanklacht tegen de pogingen tot kerstening van vooral de rooms-katholieke kerk. Chagnon - katholiek opgevoed, maar door zijn studie atheïst geworden - vindt dat de Yanomamö helemaal geen andere religie nodig hebben. Hun geloofssysteem draait om het verklaren van ziektes, waarbij de shamaan de ziekmakende geesten probeert te verdrijven. ""Wanneer de Yanomamö westerse medicijnen krijgen, zullen pillen en poeders de functie van de shamaan overnemen en desintegreert het gehele maatschappelijk bouwwerk.'

De dodelijke ironie van de activiteiten der missionarissen en zendelingen is dat zij bij het opdringen aan de Yanomamö van de westerse religie ook allerlei nieuwe ziektekiemen overbrengen. Chagnon heeft naar zijn zeggen als eerste demografische en epidemiologische gegevens verzameld van een volk voor en na hun contact met westerlingen. Zijn statistieken zijn onthutsend. Rondom de Yanomamö-dorpen nabij missieposten bleek de mortaliteit enorm toe te nemen. ""Het was schokkend te zien dat de mortaliteit in de dorpen die incidenteel door missionarissen werden bezocht in vier jaar met 25 procent steeg.' "Westerse' ziekten als hepatitis en mazelen halen momenteel meedogenloos de zeis door borelingen en bejaarden.

KETTINGZAGEN

In 1987 maakte het Braziliaanse Amazonegebied een invasie van goudzoekers mee. Aangelokt door verhalen over goudvondsten in de jungle trokken ze in boten het oerwoud in. Daarna volgde de opmars van kettingzagen, landingsbanen, vliegtuigen, en pioniers, veel pioniers. In totaal drongen vijftigduizend "garimpeiros' het gebied van de Yanomamö binnen. Pogingen van de Braziliaanse overheid deze "ecocide' te stoppen, kwamen te laat en waren te halfhartig. Chagnon is er in ieder geval niet gerust op: ""Buitenboordmotoren en helicopters luidden de doodsklok voor de Yanomamö.'

De gegevens over de geïmporteeerde mortaliteit baseerde Chagnon op demografische onderzoek dat hij in de loop der jaren uitvoerde. Dat was een moeizaam karwei want er rust onder de Yanomamö een taboe op het noemen van namen. Dat moest hij tot zijn schande ontdekken toen hij aan het begin van zijn studie trots in een naburig dorp zijn eigenhandig vervaardigde verwantsschapslijst toonde. De mensen kenden iedereen op zijn lijst. Maar hun echte namen, vertelden ze toen ze waren uitgelachen, waren zeker niet "Scheetadem', "Lange lul' of "Arendpoep'. Na jaren verder onderzoek is Chagnon er nu van overtuigd dat zijn lijsten nauwkeurig zijn.

De Amerikaanse antropoloog meent dat zijn collega's te lang hebben verzuimd systematisch te tellen en te weinig hebben geluisterd naar de mensen die ze bestudeerden. Uit een kwantitatieve aanpak, het tellen van de levenden en het registreren van de doden, valt volgens hem af te leiden dat een bepaalde mate van gewelddadigheid eeen succesvolle strategie is voor de voortplanting en dus overleving van de Yanomamö.

Mannen die gewelddadigheid uitstralen trekken volgelingen aan en kunnen meer vrouwen krijgen dan minder gewelddadige mannen. De meest woeste krijgers kunnen dus ook meer vrouwen bevruchten. ""Iemand de andere wang toekeren levert bij de Yanomamö weinig nakomelingen op', stipuleert Chagnon. Gewelddadigheid blijkt zo een op biologische fundamenten gestoeld gedrag dat het voortbestaan van de groep ten goede komt.

""Antropologen hebben ook lang gedacht dat de Dani, een veelbestudeerde stam van de Papoea's, vochten om het gebruik van schaarse landbouwgronden,' zegt Chagnon, ""Tot een priester die daar tientallen jaren had gewoond antropologie ging studeren en al zijn aantekeningen op een rij zette. Aan zeventig procent van de gevechten bleken conflicten over vrouwen en dus nageslacht ten grondslag te liggen. De opmerkingen van de Dani over vrouwen waren door al die onderzoekers nooit letterlijk genomen. Het moest en zou strijd om schaarse grond zijn.'

Volgens de Amerikaanse onderzoeker zijn er wat de functie van geweld betreft interessante parallellen te trekken met de huidige westerse samenleving. ""Als ik met "getto-kids' praat over agressie zeggen ze steevast dat de vrouwen hun macho-gedrag prachtig vinden: "Man, the chicks just love it that we are the meanest and toughest of the whole neighbourhood'.'

Met zijn weigering om geweld onder de Yanomamö als afkeurenswaardig te verwerpen, heeft hij overigens geen vrienden gemaakt. Het volgende boek van Chagnon zal dan ook gaan over de virulente academische disputen waarin hij verzeild is geraakt. Door criticasters is hij wel onder de gelederen geschaard van de zo gesmade "sociobiologen' en in de Britse pers is de herziene versie van de klassieker hard aangevallen. Zo schreef de bekende antropoloog Nigel Barley een zure kritiek in Times Literary Supplement. Chagnon zou zich bij zijn aanpassingen en wijzigingen hebben laten leiden door wat "politiek correct' is, en daardoor onder meer zijn uitvoerige ervaring met de drugs van de Yanomamö hebben geschrapt.

Chagnon is niet onder de indruk: ""Van tevoren had ik gezegd dat als Barley een positieve bespreking zou schrijven hij op mijn kosten een week bij de Yanomamö mocht blijven. Nu ik zijn "snotty' stuk heb gelezen, mag hij van mij twee weken blijven.'