Gedroomd Arabisch dorp in zinderende kleuren

Kleur overheerst op de tentoonstelling "Kleine beelden, grote dromen' in de Beurs van Berlage in Amsterdam. Het is een kleine expositie met recent werk van zeven in Nederland wonende moderne kunstenaars uit Arabische landen. De organisatie is in handen van het Arabisch cultureel centrum Al Farabi, in samenwerking met de Stichting De Beurs van Berlage.

Kleine Beelden, Grote Dromen, De Beurs van Berlage, Damrak 277, Amsterdam, t/m 12 april, dag 11-17 uur.

Volgens Al Farabi is het voor het eerst dat in Nederland verblijvende schilders uit Arabische landen als groep exposeren. De zeven deelnemers hebben een verschillende culturele achtergrond, onder hen zijn twee Egyptenaren, een Irakees, een Koerd, een Libanees, een Marokkaan en een Palestijn. Zij schilderen abstract, met figuratieve elementen. Een belangrijke inspiratiebron is het land van herkomst, maar tevens zijn ze beïnvloed door hun verblijf in Europa, waar ze hun opleiding voltooiden.

De Irakees Saad Ali (1953) bijvoorbeeld, die sinds 1985 in Nederland is, studeerde aan de academies van Florence en Perugia. Hij werkt met antieke, byzantijnse kleuren en schildert geabstraheerde menselijke figuren met grote, langwerpige ogen. Als ondergrond gebruikt hij oude deuren of ramen. Vaak vloeien zijn figuren in een liefdevolle omstrengeling in elkaar over. Sommige onderwerpen zijn ontleend aan de sprookjes uit Duizend en één Nacht.

Sprookjesachtig is ook het intrigerende schilderij De Denkbeeldige Stad van de Koerd Baldin Ahmad (1954). Zijn vredige droomstad met diepte suggererende poorten waaruit zacht licht straalt, is opgebouwd uit vlakken met overwegend violette tinten en hier en daar het groen van een tuin. In de diepblauwe avondhemel staat een brede maansikkel, een oosters element dat in meer van zijn schilderijen voorkomt. Het meest abstract zijn de vrouwenfiguren van de schilder en dichter Jamal Khamis, die in 1952 in een Palestijns vluchtelingenkamp werd geboren. Contouren van vrouwenlichamen zet hij af tegen in brede penseelstreken neergezette schakeringen van roze, lichtblauw, geel en wit.

Abousleiman (1953) is van Libanese oorsprong en werkt al meer dan tien jaar in Nederland. Het dorp waar hij in zijn jeugd de zomers doorbracht, is verwoest. Dat dorp speelt een belangrijke rol in zijn schilderijen. In uitbundige, zinderende kleuren "herschept' hij het dorpslandschap zoals hij het in zijn dromen ziet. Huizen zijn omgeven door wonderlijk geel licht. Bomen, die elk in een eigen richting buigen onder een straffe wind, lijken door het felle groen bijna van het doek af te komen.

Veel rustiger zijn de schilderijen van Shawky Ezzat (1953) uit Egypte. Ook hij is geïnspireerd door de natuur van zijn land, maar werkt veel met pasteltinten. Zoals in Een nieuwe rivier uit 1989, waar een ronde, donkerrode zon de brede stroom roze kleurt, terwijl op de achtergrond vaag een landschap schemert. Zijn landgenoot Essam Marouf (1958), in Cairo afgestudeerd in muurschilderen, gebruikt symbolen die voor de buitenstaander niet direct associaties met andere culturen oproepen. Zijn geometrisch gerangschikte, gestileerde afbeeldingen van lege kleerhangers, bloemen en bomen doen denken aan het patroon voor een behang. Volgens kunsthistorica Tineke Lonte in de informatieve catalogus echter is deze "ritmische herhaling een kenmerk van islamitische kunst, terwijl de elementen zelf als hiërogliefen zouden kunnen figureren op de wand van een faraonische grafkamer'.

Ook de Marokkaan Latif Abdaoui (1958) gebruikt veel grafische elementen. Van hem is onder andere een schilderij te zien waarop hij pennen als slangen laat kronkelen in sierlijke arabesken. Opvallend is een schreeuwend oranje doek, dat als een schaakbord is verdeeld in hokjes, waarin hij zwarte schorpioenen heeft getekend - beesten waarvan hij nogal afkeer schijnt te hebben.

De meeste geëxposeerde werken zijn de laatste twee of drie jaar gemaakt. Hoewel elke kunstenaar een heel andere stijl hanteert, straalt de expositie toch één gevoel uit: optimisme en vertrouwen - met hier en daar een tikkeltje weemoed om een verloren of ver verwijderd vaderland.