Een ondeugend en halsstarrig volk; Taghuti's in Iran slaan de beginselen van de Islamitische Revolutie in de wind

Iran is in een eindeloze strijd verwikkeld met zijn vijanden binnen en buiten de grenzen. De binnenlandse tegenstand, die zich heeft verbonden met "Satan en de Arrogante Machten in de wereld', is het moeilijkst eronder te krijgen. Zelfs in de rangen van hen die de Islamitische Revolutie moeten beschermen, droomt men van mogelijkheden om af te reizen naar "het Land van de Grote Satan' - Amerika. De hezbollahi's en taghuti's vormen twee gescheiden en vijandige kampen in Iran. Om te overleven zijn ze gedoemd met elkaar samen te leven. Maar van harte gaat dat niet.

Alireza is "taghuti'. Zo werden in de geschiedenis van de islam de volgelingen genoemd van anti-islamitische tirannen. De Islamitische Revolutie bestempelt dezer dagen al die Iraniërs als taghuti's die door het Westen en zijn knecht, de sjah, naar lichaam en ziel zijn bedorven. Zij noemen zich moslims, doch verspreiden, als hun niets in de weg wordt gelegd - in dienst van Satan - wat de Islamitische Revolutie het meest van alles haat: corruptie op aarde. Wie dat doet, dient ter dood te worden gebracht.

Zo ééntje is Alireza. Hij woont niet voor niets in het schone en van ruime villa's voorziene Noord-Teheran. In de groene, schaduwrijke tuinen met zwembad wandelen pauwen rond en binnenshuis - precies als in het hemelse Paradijs - stroomt de alcohol overvloedig. Zoals velen uit de gegoede klasse die na de Revolutie in de Islamitische Republiek bleven, voert hij nog steeds in het geniep en op zeer bescheiden schaal oorlog tegen de machthebbers die de wereld naar Gods hand proberen te zetten. ""Naar hun eigen hand'', verbetert Alireza, want hij en alle andere taghuti's geloven geen woord van de godsdienstige oprechtheid van hun tegenstanders. ""Zij zijn alleen uit op het handhaven van hun eigen macht, de rest is franje en volksbedrog.''

De taghuti's en hun vijanden, de hezbollahi's (de "Partijgangers van God', dat wil zeggen de strenge volgelingen van de Islamitische Revolutie), hebben ten minste twee dingen met elkaar gemeen: een zeer sterk nationalisme en een niet minder overtrokken vijandbeeld. Beide groepen vinden dat Iran één van de rijkste en machtigste landen ter wereld is, of behoort te zijn - wat een vijandige buitenwacht, genesteld in het Westen, met allerlei komplotten tracht te verhinderen. Veel taghuti's zijn er heilig van overtuigd dat imam Khomeiny door het Westen in Iran werd geplant, in een nieuwe poging het land uit te melken en te verarmen.

""Er is'', zegt Alireza, ""geen andere verklaring voor het feit dat de Amerikaanse NAVO-generaal Huyser begin 1979 de Iraanse generaals ertoe overhaalde om zich niet tegen Khomeiny en de Islamitische Revolutie te verzetten. De Amerikanen wilden van de sjah af, omdat de prijs van de olie door zijn toedoen op veertig dollar per vat was gekomen. Nu is die prijs beneden de twintig dollar, waardoor Iran in armoede leeft en het Westen in luxe.''

Brief

Er zijn maar heel weinig taghuti's die niet in duistere krachten buiten Iran de schuldigen zoeken voor de overwinning van de Islamitische Revolutie. Hoe moeilijk het is de realiteit onder ogen te zien, bewijst de brief die een Iraniër een paar jaar geleden naar de Perzische afdeling van de Britse radio-omroep BBC stuurde. ""Mijne Heren'', schreef hij, ""elke ochtend bekijk ik mij voor het scheren in de spiegel en houd een tweegesprek. Ik zeg dan tot mijn spiegelbeeld: "Jij bent het, die Khomeiny naar Iran terugbracht. Het waren niet de Engelsen, de Amerikanen of andere hondezonen. Jij was het!' Elke ochtend moet ik dat herhalen, omdat ik het elke avond opnieuw vergeten ben. Wilt u dit alstublieft doorgeven aan mijn landgenoten, die van hun fouten maar niet willen leren? Met hartelijke dank en hoogachting.''

De hezbollahi's zijn het eens met de taghuti's dat Iran door het Westen permanent wordt belaagd. Maar zij denken dat het om veel meer gaat: het Westen wil niet alleen Iran van zijn rijkdommen beroven, maar ook en vooral van zijn revolutionair-islamitische ideologie. Want die ideologie strekt de hele wereld ten voorbeeld in haar niet aflatende strijd tegen de "Machten van de Arrogantie'.

Daarom - aldus de hezbollahi's - begon Saddam Hussein op aandrang van het Westen in 1980 de aan Iran ""opgelegde oorlog''. Om dezelfde reden maakt het Westen zich zo druk over Salman Rushdie. Die opwinding is niet anders dan een komplot om Iran en de islam in diskrediet te brengen en vervolgens te vernietigen. ""Welke andere reden kunt u bedenken voor het feit dat de westerse landen hun politieke en economische belangen in Iran voor één man op het spel willen zetten?'' vraagt de hoofdredacteur van de behoudende krant Resalaat. En de voortdurend opduikende beschuldigingen dat de Islamitische Republiek terrorisme zou bedrijven of organiseren, waaraan sinds kort ook de Turkse regering meedoet, alsmede de niet minder leugenachtige onthullingen van diverse kanten dat Iran in het geheim atoomwapens zou trachten te fabriceren, maken deel uit van het hetzelfde komplot.

Ayatollah Ali Khamenei, de Leider van de Revolutie beschreef onlangs zeer bondig wat de hezbollahi's van het Westen vinden. ""Soms verschijnen ze hier met een bedriegelijke glimlach. Ze zeggen dat ze van Iran houden en dat hun wens is, banden met ons aan te knopen. Ze vertellen leugens. De ervaring in het verleden toont aan dat ze leugens vertellen. Ze hebben een mes achter hun rug en met de andere hand staan ze klaar om te plunderen. Wij kennen hun ware natuur.''

Taghuti's kunnen precies hetzelfde betoog houden. Maar omdat zij en hun door godsdienst bevlogen vijanden op bijna alle andere punten elkaars mening verwerpen, spreken zij en de hezbollahi's onveranderlijk over zichzelf als "wij' en over de Iraanse tegenpartij als "zij'. Twee gescheiden en vijandige kampen binnen één maatschappij, die van alle kanten wordt bedreigd. Om te overleven zijn ze gedoemd met elkaar samen te leven. Maar van harte gaat het zeker niet.

De taghuti's hebben zich er uiteindelijk bij neergelegd dat de ulama, de geestelijkheid, nu en nog voor lange tijd de baas is in hun land. Zij voeren dan ook geen oorlog om de macht, maar een culturele slijtageslag, waarvan geen eind in zicht is. Zij erkennen dat zij een machteloze minderheid zijn en dat de machthebbers nog steeds op een veel grotere aanhang kunnen rekenen. ""Hoewel dat laatste ook niet helemaal waar is'', zegt een professor in de politieke wetenschappen. ""Miljoenen mensen hangen aan de islam, maar niet zo strikt als de overheid hun tracht voor te schrijven. Ze zijn traditioneel, maar over het algemeen niet fanatiek, omdat Iran in zijn lange geschiedenis altijd een veelvoud van volkeren en culturen heeft geherbergd. Daardoor raakte men eraan gewend te leven en te laten leven. Maximaal dertig procent van de bevolking, zo niet minder, heeft vertrouwen in de overheid. De fanatieke hezbollahi's zijn een minderheid van misschien tien procent. Toch is het, zeker voor de eenvoudige mensen, vrijwel onmogelijk in opstand te komen, als ze dat al - gezien het steeds beter georganiseerde repressie-apparaat - zouden kunnen. Ze zouden dan in opstand moeten komen tegen een overheid die zich voortdurend op Gods wil en geboden beroept. En wie wil er nu tegen God vechten?''

Wodka

Aan God hebben de taghuti's zoveel minder boodschap, dat zij zich veroorloven de idealen van de Islamitische Revolutie niet helemaal en soms helemaal niet na te leven. Alireza geeft een voorbeeld: ""Alles is sinds de Revolutie op zijn minst twintig maal zo duur geworden. Alleen de wodka niet, die wij onder de toonbank kopen. Cultuur laat zich nu eenmaal niet zomaar uitroeien. En in onze cultuur heeft drank altijd een belangrijke rol gespeeld. Onze grootste dichters hebben de drank bezongen. Die houden wij in ere!'' Op dat moment stuift Ardeshir, zijn neefje van elf, de kamer binnen. ""Heb ik effe geluk gehad!'', juicht hij. ""Ze controleerden weer eens alle tassen van de kinderen op school. En laat ik nou net vanochtend vergeten zijn de tapes van Keyvan, die ik hem beloofd had terug te geven, in mijn tas te stoppen.'' De aanwezigen glimlachen, niemand geeft hem een reprimande.

De halsstarrigheid van de taghuti's dwingt de autoriteiten van tijd tot tijd tot strenge maatregelen. Vorige maand bijvoorbeeld feliciteerde de minister van binnenlandse zaken de bevolking met de komst van de heilige maand ramadan; maar hij "adviseerde' in een adem respect te betonen voor deze maand en voor allen die vasten. Het publiek moest ""zich houden aan de religieuze regels en principes (...)'', terwijl de handhavers van de openbare orde de plicht hadden ""in actie te komen tegen hen die met religieus onwettige daden de heiligheid van de Islamitische Republiek Iran schaden en hen aan de rechtbanken ter beschikking te stellen''. Tenslotte deed hij een beroep op ""het altijd waakzame moslim-volk te waken over de goddelijke wetten - door de deugd te propageren, het kwaad te bestrijden en overtreders te melden''.

Harde maatregelen en straffen helpen - maar nooit voor lang. Heel vervelend voor de Islamitische Republiek, die het nu eenmaal niet kan stellen zonder de technische kennis en ervaring van de taghuti's. Ook hun financiële mogelijkheden, alsmede hun zakelijke en economische contacten met het Westen zijn - hoe verfoeilijk ook in cultureel opzicht - voor Iran van levensbelang.

Alireza vertelt ter illustratie een oud verhaal, dat iedereen in Iran allang kent: hoe imam Khomeiny, direct na de overwinning van de Islamitische Revolutie, ongeschubde zeedieren, zoals garnalen en steur, in de categorie van makrouh (sterk afkeurenswaardig volgens de islamitische wet) onderbracht. Ook kaviaar (de eitjes van de steur) was makrouh. ""Maar toen bedacht de imam zich. Ons land is altijd een grote producent en exporteur van kaviaar geweest, en er was ook nog zoiets als de economische realiteit. Dus stuurde hij een mollah naar de Kaspische zee, die naar de afgekeurde dieren in het water keek en bij hen een miniem, tot dusver door niemand gezien schubje meende te ontwaren. Vervolgens berichtte één van de kranten, die een rubriek met vragen aan en antwoorden van imam Khomeiny publiceerde, dat garnalen en steur halal (geoorloofd) waren. Zij mochten, evenals kaviaar, door goede moslims worden genuttigd.''

Alirezah slaat zich op de knieën van het lachen als hij aan die episode terugdenkt. ""Nou zie je eens hoe soepel de islam kan reageren op de uitdagingen van de moderne tijd'', zegt hij. ""Daar kunnen wij trots op zijn.'' Dan vaart hij uit tegen zijn blaffende hond: ""Als je nou niet je bek houdt, zal ik imam Khomeiny vertellen dat je een geschubde hond bent en dus goed voor consumptie!'' De hond is onmiddellijk stil. Waarop Alireza stralend uitroept: ""Nou, wat zei ik je? Dank zij de door God geïnspireerde Revolutie weten zelfs onze honden aan welke regels zij zich moeten houden.''

Hoofdhaar

Je komt ze bij duizenden tegen, die taghuti's met hun eeuwige spotzucht. Hun vrouwen en dochters plegen voortdurend hun haren tegen te kammen, zodat ze een hoog opstaande kuif krijgen en hun hoofddoek naar achteren glijdt. Dat was natuurlijk nooit de bedoeling van de hejjab, de voor vrouwen verplichte islamitische kleding, die haar aantrekkelijkheden moet verbergen. Volgens een hadith (een religieuze overlevering) zal de vrouw die slechts één hoofdhaar toont, voor straf in het hiernamaals daaraan worden opgehangen. De dienaren van de Islamitische Revolutie doen er dan ook goed aan de vrouwen voor deze eeuwige ellende te behoeden.

Voor de gang van zaken op déze wereld is de hejjab van niet minder groot belang. Het is een politieke noodzaak, zoals hojjatoleslam Najafabadi, hoofd van de plannings- en budgetcommissie van het parlement, nog eens onderstreepte bij de opening in Teheran van de Derde Tentoonstelling over het Prestige en de Waardigheid van Vrouwen. ""Door ons hun eigen cultuur op te leggen, beoogden de vreemdelingen onze islamitische en onze nationale persoonlijkheid en identiteit te ontwrichten. En door onze religieuze en nationale waarden te handhaven, moeten wij hen bestrijden. Zo God wil, zullen wij daarin succes hebben'', zei deze geestelijke, alvorens de zalen te betreden waar honderden foto's en etalagepoppen - soms zonder benen, maar wèl altijd met hejjab - te bewonderen waren. Slechts de duidelijk verdorven en/of onderdrukte vrouwen in het Westen droegen op de foto's geen hejjab.

De taghuti-vrouwen handhaven echter hardnekkig hun haardracht, die bekend staat als de "vlindercoupe', maar door de ulama als "naaktheid' wordt bestempeld. Niet alleen stellen zij een deel van hun hoofdhaar ten toon, zij lopen ook nog zwaar geschminkt rond. Hun oogschaduw, rouge, lippenstift en parfums kunnen zij tegenwoordig in alle winkels vrijuit kopen. Zo ook hun hoofddoeken, die steeds fellere kleuren krijgen, en hun zeer modieuze jurken en mantelpakken, die Iraanse couturiers voor hen ontwerpen.

Een enkele keer slaan ze een chador om - de grote, meestal zwarte doek, die als een tent het vrouwenlichaam letterlijk van top tot teen bedekt en die zó onhandig is dat men de lap met één hand of met de tanden voortdurend moet vasthouden. Maar zondig als de taghuti-vrouwen zijn, brengen sommigen nu een split aan in hun chador; daaronder dragen ze een uitdagende minirok en schoenen met hoge hakken. Van tijd tot tijd maakt de televisie ""de beminde kijkers'' erop attent dat zulke hakken on-islamitisch zijn, ja zelfs zondig, omdat het getik prikkelend op de mannen werkt.

Maar ook van die waarschuwing trekken de taghuti-vrouwen zich niets aan. Zoals die mooie, sjieke dame, die het over-verwarmde restaurant van het Hotel Esteghlal (het vroegere Hilton) in hoog gehakte laarsjes betrad en haar hoofddoek losknoopte om iets onzichtbaars te regelen. De obers verstijfden van schrik, want ze wisten dat ze moesten optreden. In de meeste hotels worden in zo'n geval voorgedrukte kaartjes discreet aangereikt met het dringende verzoek aan de geachte cliënte zich onverwijld aan de islamitische regels te houden. Als er geen kaartjes voorhanden zijn, moet het personeel zelf in actie komen.

Dat was nu des te noodzakelijker omdat het hotel veel officiële buitenlandse gasten herbergde, de deelneemsters aan de eerste Islamitische Internationale Vrouwenspelen. Het was een novum voor de Islamitische Republiek, die aanvankelijk sport voor vrouwen - gezien alle naaktheid, die met sportkleding gepaard gaat - als on-islamitisch had beschouwd en dus alle damessporters uit de Olympische ploeg had verwijderd. Een nieuw begin vereiste dus een strenge zedencontrole. Met name in de stadions en de zwembaden, waar de dames elkaar in allerlei takken van sport bestreden in een volledig vrouwelijke omgeving. Zó perfect werden ze door gewapende mannen afgeschermd, dat zelfs de mannelijke trainer van de volleybal-ploeg uit Kirgizistan niet bij de wedstrijden aanwezig mocht zijn.

Ook in Hotel Esteghlal stonden en zaten overal bewakers met walkie-talkies - duidelijk afkomstig van de een of andere geheime dienst en zoals gebruikelijk ongeschoren - met boze, scherp oplettende ogen erop toe te zien dat de dames zich fatsoenlijk gedroegen en zonder mannelijke begeleiders van de liften gebruik maakten. Maar gelukkig hoefde het personeel in het restaurant ditmaal niets te doen; de vrouw die zich zo onmogelijk had gedragen en haar hoofd had ontbloot, knoopte ongevraagd haar hoofddoek weer traag en zeer losjes om. De obers die een paar Iraanse gasten in lachen zagen uitbarsten, aarzelden eerst. Toen begonnen ook zij één voor één ontspannen te lachen. Op de achtergrond zongen inmiddels de Beatles zachtjes ""Yesterday, all my troubles seemed so far away. Now I need a place to hide away'' - even later gevolgd door het chanson van Jacques Prévert: ""Les feuilles mortes se ramassent à la pelle, les souvenirs et les regrets aussi. Oh! Je voudrais tant que tu te souviennes des jours heureux où nous étions amis.''

Eén van de vrolijke vrouwen verstomde; Terwijl zij aandachtig luisterde, veranderde haar gelach in tranen, die langzaam over haar wangen gleden.

Concessies

Veel taghuti-vrouwen zijn zó door de westerse cultuur beïnvloed, waarin zij jarenlang hebben geleefd, dat ze niet weten of vaak domweg vergeten hoe zij zich volgens de regels van de Islamitische Revolutie moeten gedragen. Een bekende actrice vertelt: ""Ik heb lang in het Westen gewoond en kende van huis uit de islam niet erg goed. Het heeft mij dan ook jaren gekost de concessies te doen, die vereist waren om te kunnen doorwerken. En langzamerhand heb ik ervaren dat je op den duur zelfs met fanatieke hezbollahi's kunt samenwerken. Wij en zij moesten wel. Wij pasten ons een beetje aan hen aan, en zij een beetje aan ons. Zo ontmoetten we elkaar ergens in het midden. Ik gedraag me nu wat islamitischer en de hezbollahi's bij ons stellen zich iets minder radicaal op. Ze beginnen ècht aan ons te wennen.''

Zij heeft geleerd liefdesscènes niet naturalistisch uit te beelden, maar symbolisch, met een paar simpele gebaren. Maar ze heeft nog steeds veel problemen met een cultuur die slechts zeer ten dele de hare is. ""Mijn grootste probleem was de hejjab, die ik heel vaak vergat als ik naar buiten ging en het warm weer was. Eén keer liep ik met mijn baby op straat en zag de mensen zo gek naar mij staren. Toen pas werd ik mij ervan bewust dat ik daar zonder hoofddoek liep. Er bleef niets anders over dan de luier van mijn baby om te slaan. Helaas was die nat.''

Deze actrice heeft gedeeltelijk vrede gesloten. De 20-jarige Farzaneh, die in bonte oorlogskleuren rondwandelt, is dat zeker niet van plan. Zij vertelt hoe de meisjesstudenten op de universiteit elke dag door één van de mobilisatie-zusters op het gebruik van schmink en zedeloze, anti-islamitische kleding worden onderzocht, en hoe niettemin velen hun gang gaan.

""Mobilisatie-zusters'', legt ze uit, ""zijn vrouwen die tegen betaling of gunsten, wat een indirecte vorm van betaling is, de Islamitische Revolutie uitdragen. Ze schreeuwen leuzen en ze maken andere vrouwen het leven moeilijk. Bij de ingang van de collegezaal groeten ze je. Dan knijpen ze je vriendelijk in de wangen om vast te stellen of er schmink op zit. Zo ja, dan krijg je een tissue aangereikt om je af te schminken, en de waarschuwing het in de toekomst niet meer te gebruiken. Recidivisten kunnen worden gestraft - met geldboetes, de zweep of de gevangenis - al naar gelang de omstandigheden. Maar de omstandigheden wisselen nogal eens. Is het regime zeker van zijn zaak of onzeker, zoals de afgelopen negen maanden? Wat zijn de connecties van de overtreedster? En hoe zijn de persoonlijke verhoudingen? Wij hebben in onze faculteit een wat oudere mobilisatie-zuster, die ik altijd schattig toelach. Ik vraag hoe het haar en haar familie gaat. En ik denk: "Verzuip je, dochter van een teef'. Omdat ik zo lief doe en keihard heb gewerkt voor mijn examen in de islam, dat noodzakelijk is om voor de studie Frans te slagen - het levert twintig punten op - en omdat mijn vader door zijn werk aanzien geniet, laten ze mij nu met rust.''

Bij Farzaneh zijn er thuis - zoals bij duizenden taghuti's en zelfs bij niet-taghuti's - regelmatig feestjes, waar de aanwezigen westers dansen en alcohol gebruiken. ""Waarom niet?'' zegt haar moeder. ""Je kunt niet dag en nacht erbij stilstaan dat we naar de veertiende eeuw terug zijn gegaan. Dan word je gek.''

Maar tijdens het feestplezier zijn wèl alle aanwezigen bang voor een inval van het Komiteh, de buurtbewakers die de islam binnens- en buitenshuis moeten beschermen. ""Je hart staat even stil als er dan opeens wordt aangebeld. Wie kan het zijn? Maar de laatste tijd zijn we minder angstig. Want zelfs als er Pasdaran (Revolutionaire Wachters) binnenkomen, kun je ze bijna altijd afkopen. De prijzen daarvoor zijn zo langzamerhand bekend. En de meisjes laten zich zelfs door de jongens in hun auto vervoeren, hoewel het voor ongetrouwde stellen streng verboden is om zich alleen in één voertuig te bevinden. Op donderdagavond - dat is bij jullie in het Westen de vrije zaterdagavond - zijn er veel meer controles. Wie gepakt wordt, heeft geld klaar liggen en laat zijn ouders getuigen dat hun kinderen op het punt staan in het huwelijk te treden.''

De niet meer zo jonge Khadiyeh werd onlangs aangehouden door een ijverige Pasdar omdat ze naar zijn smaak niet netjes gekleed was. Een week tevoren had een andere Pasdar, die haar zwarte nylons te doorzichtig vond, haar gedwongen lange zwarte wollen kousen te kopen voordat ze het bureau van een luchtvaartmaatschappij mocht binnengaan. Ze had er nu schoon genoeg van. Ze schreeuwde dat de man zich moest schamen een moeder van vier kinderen zó toe te spreken. Wat zou hij ervan vinden als zijn moeder op die manier werd behandeld? Een nieuwsgierige menigte verzamelde zich. Ze riep dat de Pasdar haar onzedelijke dingen had voorgesteld, waarop de mensen zich opmaakten hem in elkaar te slaan en zij vrolijk en vrijuit in haar auto stapte en wegreed.

Stropdas

De taghuti-mannen zijn niet veel beter, hoewel de autoriteiten hen duidelijk als minder gevaarlijk beschouwen. Op straat, in de bazar en in de kantoren van privé-bedrijven ontmoet je steeds meer goed geschoren mannen met stropdas. Na de Revolutie werden geschoren wangen, maar vooral stropdassen, als een duidelijk contra-revolutionair en anti-islamitisch signaal beschouwd. De overheidsfunctionaris nieuwe-stijl schafte zich een prachtig hemd aan zonder boord. Voor de eenvoudige hezbollahi's werd het vanzelfsprekend dat de mannen er zo groezelig mogelijk bij liepen.

Natuurlijk moesten de nieuwe ongeschreven normen haaks staan op de taghuti-dracht. Om dezelfde reden - het in stand houden van de eigen cultuur en identiteit - stelde onlangs de conservatieve Britse Times de beslissing aan de kaak van het deftige Regent Hotel in Londen om niet langer dassen in zijn eetzalen verplicht te stellen. Het was ""boeren in het aangezicht van de beschaving''. ""Leden van de samenleving'', aldus het woedende hoofdartikel, ""hebben de verplichting hun mede-leden niet onnodig lastig te vallen. Beschaving kan bijeen worden gehouden door nietige zaken als dassen.''

De revolutionairen in het islamitische Iran gingen in omgekeerde richting van precies dezelfde principes uit - tot president Rafsanjani een aantal jaren geleden, toen hij nog voorzitter van het parlement was, in een vrijdagpreek de gelovigen voorhield dat wassen, scheren en een goede lichaamsverzorging helemaal niet on-islamitisch zijn. Hij stelde de Profeet Mohammed ten voorbeeld, die zich tot in de puntjes verzorgde en zich heerlijk parfumeerde.

Sinds Rafsanjani president werd, heeft de overheid haar ijzeren controle op het doen en laten van de burgers wat verminderd. De Komitehs deden steeds minder huiszoekingen en de taghuti's konden steeds meer hun gang gaan. De regering probeerde namelijk de miljoenen naar het Westen gevluchte taghuti's naar Iran terug te lokken en daarmee twee vliegen in één klap te slaan. In de eerste plaats hen ertoe over te halen hun vroegere bedrijven, die na de Revolutie in beslag waren genomen en door mismanagement in de rode cijfers waren beland, weer terug te nemen, waarbij hun wel werd verzocht een ruime vergoeding te betalen: voor het langdurige beheer. In de tweede plaats hoopte de regering dat hun terugkeer het nodige vertrouwen zou wekken bij de Westerse kapitaalverschaffers dat Iran kredietwaardig en een uitmuntende investering is.

Dat proces van relatieve ontspanning werd versneld na de grootscheepse sociale explosie, die zich vorig jaar zomer in diverse grote steden voordeed, toen duizenden mensen hun woede luchtten en overheidsinstellingen aanvielen. De onlusten werden weliswaar keihard, onder andere met executies, afgestraft. Maar daarna werd de rigoureuze afbraak van illegale krottenwijken - de directe aanleiding voor de onlusten in een land waar de woningnood torenhoog is gestegen - een halt toegeroepen. En fabrieksstakingen worden niet langer, zoals voorheen, onmiddellijk met geweervuur de kop ingedrukt.

""Het is de gebruikelijke evolutie van een revolutie'', zegt een kenner. ""Alle revolutionairen zijn aanvankelijk bezeten van hun idealen. De realiteit heeft voor hen geen betekenis Daarna zien ze langzamerhand in dat ze niet bij alles kunnen zeggen: "Het geschiede zo' - en het dan ook zo gebeurt. Hier is het niet anders. Elke keer als er een sociaal-economische crisis is, zoals nu, en de idealen van de Revolutie moeilijker afgedwongen kunnen worden door onvoldoende middelen en financiën, moet de overheid zich op tal van gebieden terugtrekken. Daarom zijn de taghuti's nu minder bang.''

Amerika

Dat blijkt bij de ontmoeting met een 20-jarige jongeman. Hij en zijn broer rijden, zodra ze vrije tijd hebben, in hun oude auto door Teheran - op zoek naar passagiers die ze tegen betaling vervoeren. Hij lijkt met zijn islamitische baard op een hezbollahi. Maar onderweg scheldt hij naar hartelust op de mollahs en ayatollahs. ""Ik haat ze'', roept hij, een hoek omscheurend. ""Ze zijn gek!''

Zijn ouders zijn nog traditioneel-religieus. Maar hun zoons hebben niet meegedaan aan de grandioze festiviteiten ter gelegenheid van de veertiende verjaardag van de Islamitische Revolutie, die in alle grote steden met grootscheepse feestverlichting in de kleuren van de Iraanse vlag, met vuurwerk en met massa-demonstraties werd gevierd. ""Natuurlijk niet! We zijn niet gek. Wie heeft er nou zin elk jaar opnieuw dezelfde onzin aan te horen?'' Dan lachend: ""Ik kan het weten. Want ik ben Pasdar, één van die terroristen waar jullie zo bang voor zijn. Wees dus maar héél voorzichtig met me.'' Als dienstplichtige had hij de keus, vertelt hij: in het leger te gaan of bij de Pasdaran. ""Ik koos voor de Pasdaran, want daar hoef je niks te doen, je mag je alleen niet scheren. In het leger moet je veel harder werken.''

Hij en zijn broer willen over een paar jaar weg uit Iran - naar Amerika. Daarvoor sparen ze nu. ""Vaak droom ik ervan'', zegt de Pasdar, die zich grijnzend Mohamed Ali Hossein noemt - duidelijk een fantasienaam. ""Hoe heet u eigenlijk? Ach werkelijk - Michael? Dat is één van de prachtigste namen die ik ken. Michael Jackson!''