DUITSE TRANSACTIES TEGEN DE TSAAR

Verraad, lafheid en bedrog. Leven en dood van de laatste tsaar door Elisabeth Heresch 405 blz., De Arbeiderspers 1993 (Nikolaus II. Freiheit, Lüge und Verrat 1992), vertaling Tinke Davids, f 59,90 ISBN 90 295 2010 8

De leider van de Hongaarse opstand tegen de Sovjet-overheersing in 1956, Imre Nagy, had bijna veertig jaar eerder als krijgsgevangene in Rusland deelgenomen aan de moord op de laatste Russische tsaar. Dat is een van de wetenswaardige feiten die de Oostenrijkse historica Elisabeth Heresch heeft opgediept uit voorheen gesloten archieven en vergeten literatuur voor haar biografie van Nicolaas II Verraad, lafheid en bedrog.

De laatste regerende Romanov wordt doorgaans beschreven als een slappe tsaar, die echter krampachtig en genadeloos vasthield aan de voorrechten die hij van zijn voorgangers had geërfd. Dat beeld is volgens Heresch onder invloed van de communisten veel te zwart gekleurd. De regeringstijd van Nicolaas II was op veel gebieden juist een bloeiperiode. Over Nicolaas doen in haar ogen allerlei fabeltjes de ronde. Hij zou bijvoorbeeld gevoelloos zijn geweest; dat heeft men gemeend te mogen opmaken uit het feit dat hij in zijn dagboek nauwelijks een woord vuil maakte aan de rampen waardoor zijn onderdanen tijdens zijn regering werden getroffen. Maar, zegt Heresch, het dagboek had ook helemaal niet de functie zijn gevoelens uit te drukken. Het was voornamelijk bedoeld als geheugensteuntje.

Heresch ziet Nicolaas' val als het gevolg van een samenzwering waarin de neef van zijn vrouw, keizer Wilhelm II, de hoofdrol speelde. De Russische revolutie is volgens haar veroorzaakt door de propaganda en het geld van de Duitsers, door hen langs geheime wegen Rusland binnengesluisd om het Russische front in de Eerste Wereldoorlog ineen te doen storten. Met dat Duitse geld werd vooral de kas van Lenins bolsjewieken gespekt, die daardoor in staat waren in oktober 1917 de Voorlopige Regering die de afgezette tsaar was opgevolgd, te verjagen. Vervolgens sloten ze een separate vrede met Duitsland.

Maar Wilhelm II wilde ook de handtekening van Nicolaas II onder het vredesverdrag. Hij kreeg van Lenins regering de belofte dat de gewezen tsaar uit zijn ballingsoord in West-Siberië naar Moskou zou worden gehaald, aldus Heresch. In werkelijkheid bracht men hem naar Jekaterinboerg in de Oeral, waar hij in de nacht van 16 op 17 juli 1918 door het vuurpeloton met Nagy werd terechtgesteld, samen met zijn gezin en zijn gevolg.

REVOLUTIEPLAN

Het is niet niks wat Heresch beweert. Dat Lenin met Duits geld heeft geopereerd, is overigens algemeen bekend; het Duitse weekblad Stern heeft hierover onlangs nog enkele recent ontdekte stukken uit de Russische en Duitse archieven afgedrukt. Ook lijdt het geen twijfel dat de tsarenfamilie op last van de communistische regering in Moskou is vermoord. Maar dat is Heresch niet genoeg. Zij maakt van Lenin niets minder dan een Duitse agent. Aan de vooravond van zijn beroemde reis per "verzegelde wagon' van Zwitserland naar Rusland in april 1917 zou hij via tussenpersonen zijn programma voor zijn greep naar de macht aan het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken en de generale staf hebben doorgegeven. Onderweg zou hij in Berlijn met ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken een gedetailleerd revolutieplan hebben besproken. Op grond van deze ontmoeting zou Lenin hebben afgezien van zijn aanvankelijke bedoeling om met de andere linkse partijen samen te werken en zijn gaan mikken op de alleenheerschappij.

Afgezien van de vraag of Lenin voor dat idee de Duitsers nodig had, noemt Heresch geen enkele bron voor haar beweringen. In plaats daarvan is het boek doorspekt met foto's van "de documenten'. Die zijn onvertaald gelaten en de lezer kan er moeilijk wijs uit worden. Er worden wel obscure geldtransacties en contacten in genoemd, maar ze vormen niet de vereiste onderbouwing van Heresch' beweringen.

Zo zou volgens Heresch de beslissing om de tsarenfamilie terecht te stellen zijn genomen op 12 april 1918. Bij deze constatering staat bij wijze van uitzondering onderaan de bladzijde in een noot dat dit ""wordt meegedeeld door een Sovjetcommissaris die aan de vergadering had deelgenomen''. Daar moet de lezer het mee doen.

Er blijven meer vragen. Waarom wogen de betalingen die de oorlogsgezinde partijen en later de Witten van de kant van de geallieerden kregen bijvoorbeeld niet op tegen de Duitse steun aan de bolsjewieken? Waarom gingen de Duitsers door met het subsidiëren van de bolsjewieken nadat ze dezelfde bolsjewieken bij de vrede van Brest-Litovsk gedwongen hadden tot het betalen van gigantische herstelbetalingen?

Toch staat er ook veel aardigs in Heresch' boek. Bijvoorbeeld dat er in de vergaderzaal van het Haagse Vredespaleis een groot schilderij van Nicolaas II hangt, dat om Sovjet-delegaties niet voor het hoofd te stoten discreet achter een gordijn werd verborgen. Ze haalt ook een prachtig citaat aan van de Russische minister Witte, als zijn land zich opmaakt voor Servië de Eerste Wereldoorlog in te gaan: ""Deze oorlog is waanzin! Waarom moet Rusland vechten? Om ons prestige op de Balkan, om onze vrome plicht tot hulp aan onze bloedbroeders? Dat is een romantische, ouderwetse hersenschim. Geen mens hier, geen denkend mens althans, geeft een rooie cent om dat opgewonden, ijdele Balkanvolk, de Serviërs, die niet eens Slavisch bloed hebben, maar niets dan Turken zijn, onder een valse naam gedoopt. Wij moeten de Serviërs de straf laten ondergaan die ze verdiend hebben.'' Net als in 1914 stuiten dit soort argumenten ook dezer dagen in Rusland weer op sterke tegenwind.