Drama op de kleinst mogelijke schaal van Ettore Scola

Che ora è. Zondag, Ned.3, 22.51-0.21 uur.

De Italiaanse cineast Ettore Scola maakte meeslepende, ruim opgezette maatschappelijke studies, zoals C'eravamo tanto amati en La terrazza, hilarische sociaalkritische films als Brutti, sporchi e cattivi en zette een kroon op zijn hang naar even bewogen als schilderachtige breedsprakigheid met het historische filmgobelin La nuit de Varennes. Maar Scola verwierf zich voor het eerst wereldwijde roem met Una giornata particolare, een klein en diep drama waarin hij toverde met bedwongen emoties, met de taal van het zwijgende detail, met het beperkte verhaal dat alleszeggend verhult. Zijn film Che ora è (1989), destijds niet in de Nederlandse bioscoop uitgebracht maar gelukkig nu te zien op de televisie, hoort tot die categorie. Het is opnieuw het verhaal van een dag en een avond, dit maal met een drama op de kleinst mogelijke schaal: dat van een vader die ontdekt dat hij zijn zoon van zich vervreemdde.

De vader, ontroerend door Marcello Mastroianni gespeeld zoals alleen hij dat kan, is een succesvol advocaat, een joviale man, een levensgenieter. De zoon, niet minder knap geacteerd door Massimo Troisi, lijkt aanvankelijk in niets op hem. Hij is een zachtmoedig mens, zonder belangstelling voor status en carrière, een binnenvetter en wars van prietpraat en opgelegde gezelligheid. Dat ze elk op hun eigen manier even gevoelig zijn, even gemakkelijk te kwetsen en even emotioneel, valt geen van beiden op. Samen scharrelen ze ongemakkelijk door de winderige havenstad Civitavecchia, waar de zoon de laatste dagen van zijn militaire dienst uitdient. De vader probeert zijn zoon te paaien met buitensporige geschenken, met mannenpraat, zelfs met vertoon van vertrouwelijkheid, maar het enige dat hij wint is het inzicht dat hij zijn zoon helemaal niet kent. Alleen wanneer hij het zware stalen vestzak-horloge van zijn eigen vader wegschenkt, wint hij terrein. "Che ora è?', "Hoe laat is het?', dat is de enige vraag die even de speelse intimiteit losmaakt zoals die hoort bij vaders en zoons.

Min of meer per ongeluk lukt het de vader een blik te werpen op wat zijn zoon verborgen houdt. 't Is weinig spectaculair wat hij ziet, maar met hem heeft het niets te maken. De climax die Scola, die zoals gewoonlijk meeschreef aan het scenario, bedacht voor vader en zoon, is bijzonder omdat hij geen ontknoping biedt, zelfs nauwelijks een confrontatie en een bevredigende verzoening zit er maar minimaal in. Het meeste blijft onuitgesproken, maar toch voelen we van alles. “Hoe laat is het?” vraagt de vader weer met zijn zachte, zekere stem. De zoon trekt glimlachend de glimmende knop uit zijn broekzak. Nog niet te laat, denken wij.