“Deze das heeft mijn moeder voor mij gekocht, ...

“Deze das heeft mijn moeder voor mij gekocht, zeer tegen haar zin. Maar ik wilde dat als de mensen aan mij zouden vragen: "Hoe kom je aan die das?', dat ik dan kon zeggen: "Die heb ik van mijn moeder gekregen.' Daarom heb ik haar gedwongen om die das voor mij te kopen, maar ze had weinig keus. Op de andere stond "Les demoiselles d'Avignon' van Picasso en die vond ze eigenlijk nog afschuwelijker.

Om en nabij de vijfhonderd dassen heb ik. Al van vijftien jaar geleden. De laatste tijd is het wat minder leuk, want de kakelbonte das is ontzettend in de mode. Zelfs mijn meest uitzinnige dassen maken geen enkele indruk meer. Ik ben nu bezig mij weer helemaal op het witte overhemd te richten en witte overhemden als het allerbelangrijkste in het leven te zien. Na de stropdas. Want die twee vormen toch wel een ideaal duo dat de mogelijkheid opent tot spannende belevenissen.

Toen ik zo'n elf, twaalf jaar was, vond ik dassen al heel leuke dingen. Ik zag veel mooie dassen, op afbeeldingen en in winkels, maar ik zag ze nooit gedragen worden. Toen ben ik ze gaan verzamelen. In die tijd had je de artistiekelingen versus de vetkuiven en de stropdas kwam bij geen van beiden voor. Omdat mijn vader had gezegd dat het belangrijk was jezelf te onderscheiden, dacht ik dat ik daar met de das een goede bijdrage aan kon leveren.

Ik ben de das altijd trouw gebleven en heb hem onder de meest vreemde bontvesten, spijkervesten, leren vesten en wat dies meer zij gedragen. "De hippie met de das' was ik een tijdje.

Ik bezit ook een stuk of driehonderd broches. Als je er een draagt, suggereert dat het lidmaatschap van een geheim genootschap. Mensen die er naar vragen, zeg ik altijd dat ik daar helaas niets over mag loslaten. "Dit moet ik dragen, ik vind het ook een beetje lullig.' ''