De Amerikaanse cellist Yo-Yo Ma werd in 1955 in ...

De Amerikaanse cellist Yo-Yo Ma werd in 1955 in Parijs geboren. Hij gaf zijn eerste recital toen hij zes was. Yo-Yo Ma studeerde in New York bij János Scholz en Leonard Rose. Op uitnodiging van het Concertgebouw stelde hij zijn eigen serie van zeven concerten samen met de titel "Carte Blanche voor Yo-Yo Ma'. Hij begon deze serie in augustus vorig jaar met een master class in de Kleine Zaal en een integrale uitvoering van alle suites voor cello solo van Bach in de Grote Zaal. De afgelopen week was de cellist terug voor de laatste vijf concerten.

Woensdag 24 maart

's Morgens om half tien haalt Martijn Sanders me af in hotel The Grand. We rijden naar Rotterdam voor de eerste repetitie met het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Doron Nagan van het Algemeen Dagblad rijdt ook mee, voor een interview onderweg. Hij komt met doordenkertjes als ""Kunt u mij in één woord zeggen wat muziek voor u betekent?'' In de pauze maak ik kennis met Hans van den Boom van de AVRO-radio.

In mijn achterhoofd ben ik bij André Previn, die nu op Schiphol aankomt. Tot mijn grote vreugde was hij bereid een bijdrage te leveren aan de serie: ik vroeg hem iets te schrijven, en dat deed hij. En hij heeft ook nog eens vijf dagen van zijn enorm drukke bestaan uitgetrokken om naar Amsterdam te komen, waar wij zijn nieuwe sonate moeten instuderen.

Donderdag

Weer naar Rotterdam, nu om met Christian Tetzlaff het Dubbelconcert van Brahms te repeteren. Wij hebben al eens samen gespeeld, met de Junge Deutsche Philharmonie. Het is goed om mijn oude jonge vriend terug te zien, we pakken de draad meteen weer op. Onder de lunch nemen we de partituur door, kiezen onze tempi en praten over het vaderschap.

Ik keer met Martijn Sanders naar Amsterdam terug voor een klein beetje rust en verdere studie met André.

Om negen uur 's avonds word ik opgehaald om mijn gezicht te laten zien in het praatprogramma van Karel van de Graaf. Op de achtergrond zie ik en hoor ik de trams.

Daarna terug naar het hotel, waar Ernst Reijseger me opwacht. We spelen het stuk door dat we woensdag, de laatste dag van de Carte Blanche-serie, samen gaan uitvoeren op het concert van hedendaagse en geïmproviseerde muziek. Goed om hem weer eens te zien. Onder zijn handen komt de cello op een volkomen nieuwe manier tot leven, brengt geluiden voort die ik niet voor mogelijk had gehouden. Weer word ik getroffen door zijn fantasie, zijn bezieling en elan, zijn roekeloosheid en zijn karakter, want hij is een bijzonder zachtmoedig en attent mens. Maurice Horsthuis komt binnenlopen, en gedrieën nemen we de symfonie voor twee cello's door die hij speciaal voor deze gelegenheid geschreven heeft: Yo el Rey. Een titel met een verborgen boodschap!

Zo wordt het één uur. Ik smacht weer naar mijn bed.

Vrijdag

's Morgens maak ik in hotel The Grand allereerst kennis met de Russische bajan-speler Friedrich Lips en met Maarten Mostert van Nieuw Sinfonietta. We bespreken de blues die we zondagochtend op het jeugdconcert gaan spelen. Dan ga ik met André naar het Concertgebouw voor onze eerste repetitie in de Grote Zaal. De vleugel die André uitkiest, blijkt de nieuwste te zijn.

Nadat ik even heb kunnen uitblazen in de solistenkamer, ben ik om drie uur weer in de zaal voor de generale repetitie met het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Wanneer ik om kwart over acht de trap van de Grote Zaal afloop, onthaalt het Nederlandse publiek me op een warm applaus. Het orkest en Hans Vonk vormen bij dit concert één toegewijd geheel. Ze hebben het concert van Albert in heel korte tijd geleerd. Albert was een vriend van mij, die een paar maanden geleden bij een auto-ongeluk om het leven is gekomen, zodat het spelen van zijn stuk mij nogal aangreep. Hij heeft dit concert geschreven in een moeilijke periode van zijn leven, kort na de dood van zijn vader. Had hij er maar bij kunnen zijn om de Europese première van zijn concert te vieren. En dan het concert van Bartók - het laatste stuk dat hij heeft geschreven, terwijl hij zich vastklampte aan het leven. Die melodieën laten je niet los. Als je Bartók speelt, weet je dat hij volstrekt eerlijk was tegenover zichzelf en dat maakt de muziek des te schrijnender.

Na het concert een verrukkelijk buffet bij Martijn en Jeannette Sanders. Wat een hartelijke, fantastische mensen! Zonder Martijn was er van deze hele serie niets terechtgekomen. Als hij een idee heeft, zet hij zich er volledig voor in, bijt zich erin vast. Zonder zijn inzet had ik het misschien opgegeven; soms lijkt het echt onmogelijk, maar Martijn heeft er met reuzenkracht en toewijding aan gewerkt. Het is heerlijk om te zien hoe het Concertgebouw zich volledig heeft ingezet om het allemaal mogelijk te maken. Als je bij een concert die trap afdaalt, krijgt het Concertgebouw door alle toegewijde mensen die er werken menselijke proporties - dan is het niet zomaar een grandioos gebouw, maar een stralende kamer, waar de musici gul hun best doen en het publiek volop betrokken is.

Zaterdag

Vroeg in de ochtend beginnen André en ik te repeteren. We hebben nog veel te doen en werken tot twaalf uur 's middags hard door. Dan stapt André met vrouw Heather en zoon Lukas op voor een hapje eten en een wandeling door Amsterdam.

Dan naar de kamer van Martijn Sanders voor uitvoerig overleg met Nieuw Sinfonietta over het jeugdconcert. Ik wil de kinderen in de zaal er zoveel mogelijk bij betrekken, en samen bedenken we een paar aardige dingen.

We hebben besloten de kinderen de kans te geven een vraag te stellen. Er zullen zo'n vijfhonderd enquêteformulieren met de tekst "Stel een vraag aan Yo-Yo Ma' worden uitgedeeld. Naar die vragen ben ik heel benieuwd. Na een middag repeteren met Nieuw Sinfonietta ga ik naar The Grand voor een heerlijk diner met André, zijn gezin en een paar vrienden, dat het hotel zo vriendelijk is ons aan te bieden.

Zondag

Om negen uur 's morgens repetitie met Nieuw Sinfonietta, om tien uur het jeugdconcert. Met groot genoegen zie ik al die kinderen in de zaal. Ik voel gemakkelijk een band met hen, omdat ik me indenk dat ik tegen mijn eigen kinderen praat. (Na elke werkdag - telkens van minstens vijftien uur - belde ik naar huis om met mijn kinderen te praten: Nicholas van 9 en Emily van 7). Bij het eerste stuk speel ik, verstopt tussen de andere cello's, in het orkest mee. Hebben ze me in de gaten? Wanneer ik voor het tweede stuk uit mijn schuilplaats kom, heten de Nederlandse kinderen me hartverwarmend welkom. De zaal zit tot de nok toe vol met gretige jonge gezichtjes.

Ergens vanochtend komen de technici van MIT op Schiphol aan. Morgenochtend gaan ze de computers en de rest van de apparatuur installeren voor het laatste concert op woensdag. Weer besef ik dat zonder de enthousiaste en energieke medewerking van al die mensen Carte Blanche onmogelijk zou zijn. 's Middags oefen ik nog eens met André in de hotelkamer. We brengen de laatste verfijningen aan in de nieuwe sonate, die telkens als ik eraan werk rijker wordt.

Om zes uur rijdt Martijn ons naar het Concertgebouw, waar we om kwart over zes weer op het podium staan voor het laatste uur zonder publiek. Na het concert trekken André en ik ons in de kleedkamer terug voor een paar tellen rust, voordat het publiek en vele oude vrienden worden binnengelaten. Het is plezierig om al die vertrouwde gezichten weer te zien en te merken hoe iedereen genoten heeft van Previns sonate. Weer stond ik versteld van André's vaardigheid op de piano. Zoveel tijd om te oefenen heeft hij niet. Zijn zoon Lukas is terecht trots op hem, en Heather had haar goedkeuring al laten blijken door na de sonate vanaf het balkon hard op haar vingers te fluiten! Ze zit dus toch bij de blazers...

We laten ons even zien op de receptie van de sponsor. Altijd goed om Wim Dik, Philip van Tijn en hun makkers van de PTT te zien. Wat zou er zonder de financiële steun van dit bedrijfsmecenaat terechtkomen van de Nederlandse cultuur? Het zijn smaakvolle, ingetogen recepties, waar je echte muziekminnaars ontmoet. Wat een gelegenheid als deze zo bijzonder maakt, is de oprechte belangstelling voor kunst, en dat is iets wat in andere landen niet altijd vanzelf spreekt.

Maandag

Vanochtend vroeg moeten de computers uit de VS aankomen. Andy Hong, Joe Chung, Tod Machover en Fumi Matsumoto zijn er al. Zij gaan in de opnamestudio van het Concertgebouw de hyper-cello en de technische apparatuur installeren, zodat we s avonds kunnen beginnen met de repetitie voor Tods Begin Again Again.

Maar eerst heb ik een repetitie met het Amsterdam Baroque Orchestra, waarbij ik voor het eerst zal spelen op de barokcello die Pieter Wispelwey mij zo gul ter beschikking heeft gesteld. Jaap bood mij meteen een van zijn strijkstokken te leen aan, die zo te voelen perfect aansluit bij dit instrument. Ik vind het frappant hoe het orkest communiceert als een kamermuziekensemble waar ieders mening telt, in een sfeer van collegialiteit. Jaap ter Linden wijst me als een leraar en een collega hoe ik het instrument moet hanteren. Hij weet de dingen zo te zeggen dat hij je ondersteunt, zonder enige pedanterie, en hij leert me op een barokcello de muziek tot leven te wekken.

Bij het middagmaal - broodjes met Ernst Reijseger terwijl we oefenen voor onze improvisatie - hoor ik dat er met de MIT-apparatuur iets is misgelopen: tussen New York en Amsterdam is de hele vracht zoekgeraakt. Dat zou de doodklap betekenen voor het laatste concert, waarvan de hele eerste helft van hun computers afhankelijk is. Na vele telefoontjes tussen Boston en Schiphol wordt de vracht teruggevonden, maar bij aankomst blijkt dat de elektrische gitaar en enkele regelpanelen ontbreken.

Dinsdag

Ik had deze keer met mijn gezin naar Nederland willen komen, maar toen ik dit twee jaar geleden plande, heb ik me met de vakantiedata van de kinderen vergist. Ik mis ze, maar ik zou werkelijk geen tijd hebben gehad om samen de stad in te gaan; het weelderige hotel The Grand met zijn attente personeel is voor mij een soort cocon, het Concertgebouw mijn stralende gevangenis... Ik had een hotel gevraagd waar ik wat aan lichaamsbeweging zou kunnen doen, maar ik heb alleen de eerste dag kans gezien even te gaan zwemmen. Ik heb zelfs op de eerste van al die zestien-urige werkdagen blaren gekregen op mijn wijsvinger en middelvinger, zodat ik de pizzicato's moest spelen met duim en ringvinger. Dan heb ik ook nog door het bespelen van drie verschillende instrumenten - cello, barokcello en "alto-violin', waarvan de barokcello andere schouderspieren belast omdat hij onderaan geen pin heeft - last van m'n spieren gekregen. Martijn Sanders adviseerde me langs te gaan bij een vriend van hem, Rob Nolet, een geweldige fysiotherapeut, die met twee behandelingen de pijn wist te verlichten.

Aan het concert van vanavond met Ton Koopman merkte ik weer eens hoe het Amsterdam Baroque Orchestra te werk gaat en met wat een ongelooflijke toewijding de leden ervan hartstochtelijk en authentiek barokmuziek maken. Op de avond van mijn aankomst had ik hen de Johannes Passion horen uitvoeren. Moe en geplaagd door een jet-lag werd ik toch zowel door het werk als door hun uitvoering sterk getroffen. Jaap ter Linden is een ware kunstenaar, die met zijn basislijnen een levend, sterk fundament legde voor de muzikale structuur. Hij heeft me in twee lessen barokcello leren spelen. Volgens hem was ik zijn snelste leerling, wat je natuurlijk op verschillende manieren kunt opvatten. Hij gaf de eerste les aan het einde van een werkdag van zestien uur; hij had tien uur lang opnamen gemaakt en ik kreeg uit de barokcello alleen maar gepiep. Wat hij me leerde kwam er in wezen op neer hoe je expressie ontlokt aan een met darmsnaren bespannen instrument. De snaren zijn veel minder vast van toonhoogte en veel minder krachtig, maar ze krijgen, als je ze goed bespeelt, een welhaast menselijke expressie die op een instrument met stalen snaren niet te realiseren valt. In zjn handen zingt de barokcello met de volle uitdrukkingskracht van de menselijke stem.

Na het concert werken we met een incomplete computeruitrusting tot half één aan Tod Machovers Begin Again Again. We duimen dat de ontbrekende onderdelen morgen aankomen.

Woensdag 31 maart

Na een ochtendrepetitie met Amsterdam Drama en een haastig broodje wordt in de Grote Zaal de complete - jawel! - computerapparatuur opgesteld. Weer geniet ik van het stuk dat Tod geschreven heeft. Die avond, bij het laatste concert van de Carte Blanche-serie, blijkt het Nederlandse publiek warm te lopen voor gecomputeriseerde en geïmproviseerde muziek. Ernst haalt nogal wat muzikale grappen uit. Zijn vader, die ernstig ziek is, volgt het concert in een rolstoel in de loge. Ik ben Michael Moore en Maurice Horsthuis zeer dankbaar voor de twee geweldige stukken die ze voor deze serie hebben geschreven, die allebei een groot succes zijn geworden. We besluiten de avond in het Concertgebouw met een afscheidsfeest met al onze vrienden. Na twee uur slaap pak ik mijn koffers, regel het een en ander en vertrek naar het vliegveld, waar ik op weg naar de uitgang dit dagboek afrond.

Volgens mij kan een serie als Carte Blanche nergens anders worden herhaald, want er zijn erg veel onzekere factoren: raken ze alle kaartjes wel kwijt, mensen zetten hun reputatie op het spel, iedereen neemt een hoop risico en er is steeds meer te verliezen.

Wat mij werkelijk heel gelukkig maakt is dat je de rijkdom van een gemeenschap kunt aanspreken en waarachtig kunt proberen te begrijpen welke schatten erin te vinden zijn. Als je ergens een geslaagd bezoek hebt afgelegd, laat je iets van jezelf achter. Ditmaal heb ik niet alleen het gevoel dat ik iets van mezelf heb achtergelaten, maar ook dat ik heel veel meer meeneem.