ANTISEMITISME VAN LINKS

The Socialism of Fools. Anti-Semitism on the Left door Michael Lerner 147 blz., Tikkun Books 1992, f 24,40 ISBN 0 935933 05 0

Onlangs nodigde een linkse Amerikaanse studentenvereniging een gastspreker uit om zijn licht te laten schijnen over het onderwerp "Jews controlling the media'; tijdens een college op een Universiteit elders in de Verenigde Staten vroeg een student zonder blikken of blozen ""Why are the Jews trying to run the world?''; op een openbare discussieavond over de Golfoorlog werden zonder ophef uitspraken gedaan als ""Israel moet vernietigd worden, en iedereen die daar anders over denkt, is deel van het imperialistisch-kapitalistische systeem''; verder is in linkse en vooral Afrikaans-Amerikaanse kringen de kreet ""zionisme is racisme'' veel gehoord (die trouwens tot 1991 een officiële VN-resolutie was); en zelfs plegen zich progressief noemende studenten op de campus regelmatig te roepen ""Jammer dat Hitler het karwei niet afmaakte''.

Dit alles illustreert, stelt de joodse Amerikaan Michael Lerner in zijn alleszins opmerkelijke The Socialism of Fools. Anti-Semitism on the Left, dat er in de Verenigde Staten momenteel sprake is van een alarmerende toename van het antisemitisme in progressieve kringen. En Lerner is niet de eerste de beste om zoiets te beweren. In de jaren zestig maakte hij furore in de "New Left' beweging. Hij was voorzitter van de plaatselijke afdeling van de "Students for a Democratic Society' (SDS) in Berkeley dat toen het ultieme Mekka van het studentenprotest was. Vanwege zijn talent voor het organiseren van massale anti-Vietnam demonstraties zou FBI-directeur J. Edgar Hoover hem tot de meest gevaarlijke criminelen van Amerika gerekend hebben.

In die tijd mocht Lerner graag uithalen naar wat hij noemde ""het comfortabele en oppervlakkige jodendom in de voorsteden''. In 1969 betoogde hij zelfs dat ""de synagogen zoals die nu bestaan in de Amerikaanse suburbia vernietigd moeten worden''. Zelf groeide hij overigens op in een intens zionistische familie en bracht in New York zijn schooltijd door aan het conservatieve Joods Theologisch Seminarium.

Nadat hij in de jaren zeventig en tachtig als "holistisch' psychotherapeut had gewerkt, deed Lerner in 1986 opnieuw van zich spreken met de oprichting van het tijdschrift Tikkun, hetgeen in het Hebreeuws "genezing' en "heling' betekent. Het blad moest het linkse antwoord zijn op het door het "American Jewish Committee' gesponsorde Commentary. Dit befaamde en voorheen zo progressief-liberale maandblad had eind jaren zestig een complete metamorfose ondergaan. Onder de scepter van de New Yorkse intellectueel Norman Podhoretz was het Amerika's meest toonaangevende neo-conservatieve periodiek geworden.

LIEFDE EN GERECHTIGHEID

De genezing van de wereld, dàt is hier op aarde de missie van het joodse volk van waaruit zij haar gevoel van "uitverkorenheid' moet verstaan, schreef Lerner in het openingsnummer van Tikkun. En die genezing was niet alleen in het belang van de wereld, maar ook in het joods eigenbelang. Alleen in een wereld van liefde en gerechtigheid had, zo beklemtoonde hij, het jodendom kans te overleven. Tikkun was bestemd voor iedereen die nog werd bewogen door ""de radicale geest van de Profeten''. Feminisme, anti-apartheid, de "Vrede Nu Beweging', ontwapening, anti-Reaganisme, homo-emancipatie, milieu-activisme en ook dierenrechten, allemaal vonden zij in het tijdschrift een warm onthaal. Bijdragen kwamen onder meer van Woody Allen, Allen Ginsberg, David Biale, Jessica Benjamin en Pulitzer-prijs winnares Annie Dillard. Menig artikel uit Tikkun vond dan ook zijn weg naar Robert Atwans prestigieuze jaarlijkse verzamelbundel The Best American Essays.

Zelf hield Lerner zijn lezers wakker met provocerende stukken als "Israel: Our Collective Guilt' en "Rabin as Pharaoh', waarin hij de Israelische regering van een neurotische belegeringsmentaliteit beshuldigde. In het licht van de joodse geschiedenis was die mentaliteit dan wel begrijpelijk, het beleid inzake de bezette gebieden en de Intifada was volgens Lerner moreel verwerpelijk en bovenal zelf-destructief.

In kringen van het "joodse Amerikaanse establishment' nam men Tikkun en Lerner niet al te serieus. Daar werd hij ongeveer afgedaan als een fossiel uit de jaren zestig die behept was met een onuitstaanbare dosis messiaanse arrogantie. Podhoretz bijvoorbeeld weigerde steevast in elk discussie-forum aan te treden waarin ook Lerner zitting had.

Wellicht dat die vooroordelen na lezing van Socialism of Fools verdwijnen. In zijn boek concentreert Lerner zich vooral op de spanningen tussen de joodse en de zwarte gemeenschap in Amerika. Het zwarte volksdeel is natuurlijk, zo stelt hij vooraf, als geen andere groep het slachtoffer geworden van onderdrukking en rassenwaan. Daarbij vergeleken was de discriminatie van de joden in Amerika nog betrekkelijk mild. In de jaren zestig waren het trouwens vooral de joodse Amerikanen die aan de zijde van de zwarten streden in de beweging voor gelijke burgerrechten. Zo waren de blanke studenten onder de "freedom riders' die in het diepe zuiden hun eigen leven in de waagschaal stelden, overwegend van joodse afkomst. Met de les van de Holocaust voor ogen, identificeerden zij zich automatisch, aldus Lerner, met de maatschappelijke "underdog'.

De joods-zwarte alliantie kwam nadien echter steeds meer onder druk te staan, vooral vanwege de groei van het nationalistische zwarte bewustzijn. In de "Black Power'-beweging werd op de aanwezigheid van blanken geen prijs meer gesteld. Eerder al had Malcolm X verkondigd dat van de blanke duivels, de joden ""het allerergst'' waren. Een visie die overigens nu nog steeds wordt uitgedragen door de zwarte moslimleider Louis Farrakhan. Ook Jesse Jackson laadde enkele jaren geleden de verdenking op zich een diepgewortelde afkeer van joden te hebben, toen hij New York omschreef met het denigrerende woord "Hymie-town'. En recent nog waren er onfrisse incidenten in het New Yorkse stadsdeel Crown Heights tussen de zwarte en de orthodox Chassidische gemeenschap.

WELZIJNSWERK

Als verklaring voor het Afrikaans-Amerikaanse antisemitisme wijst Lerner erp dat in de getto's van de grote steden aan de oostkust de zwarten vanmouds waren aangewezen op de joodse middenstand en veelal ook op joodse huisbazen. Vervolgens werden zij afhankelijk van de joodse Amerikanen die tijdens Roosevelts New Deal in groten getale emplooi vonden in het welzijnswerk en het onderwijs in de getto's, maar zelf naar de riante voorsteden verhuisden. En later werd in de beweging voor gelijke burgerrechten de houding van de joodse Amerikanen veelal als betuttelend en paternalistisch ervaren.

Op die ondergrond trad volgens Lerner het aloude zondebok-mechanisme in werking. In plaats dat de agressie van de onderdrukten zich richtte op de "echte' onderdrukkers, richtte het zich op de joden die in een kwetsbare tussenpositie het "gezicht van de onderdrukking' waren. Deze verkeerd gerichte agressie is niets anders dan wat in de vorige eeuw de Duitse sociaal-democratische leider August Bebel het ""socialisme der dwazen'' noemde.

Het is ontzettend zuur, betoogt Lerner, dat op het moment dat de celebratie van de multiculturele samenleving hoogtij viert, het joodse culturele erfgoed op de grote afvalhoop van het gesmade "Eurocentrisme' wordt gegooid. Erger nog is volgens hem dat het joodse cultuurgoed ook het overgrote merendeel van de joodse Amerikanen weinig meer schijnt te zeggen. Het opmerkelijke maatschappelijke succes van de joodse Amerikanen na de Tweede Wereldoorlog heeft zich vertaald in materialisme en zelfgenoegzaamheid, en daarbij zou de joodse identiteit goeddeels verloren zijn gegaan in de culturele eenheidsworst van de "middle class'.

Van die joodse identiteit is, aldus Lerner, meestal weinig meer overgebleven dan een fraai gellustreerd boek over het jodendom op de koffietafel en een financiële donatie aan de staat Israel. Hij durft zelfs bijna te spreken van ""een collectieve culturele zelfmoord'' die de joodse Amerikanen gepleegd hebben in ruil voor maatschappelijke acceptatie. Ook de progressieve joodse Amerikanen die indertijd binnen "Nieuw Links' actief waren (zoals Abbie Hoffman) verdrongen angstvallig hun joodse identiteit om bij hun politieke medestanders geen antisemitische sentimenten op te roepen. ""Net als hun geassimileerde ouders'', sneert Lerner, ""probeerden zij zichzelf ervan te overtuigen dat er geen antisemitisme bestond door zich niet "al te joods' te gedragen en door niet ook maar de minste poeha te maken omtrent het eigen "jood zijn'.''

ZELFHAAT

Daarin wil Lerner nu verandering brengen. In The Socialism of Fools pleit hij derhalve hartstochtelijk voor de etnisch-religieuze zelferkenning en de vitalisering van de joodse identiteit. Als belangrijkste inspiratiebronnen dient weer teruggegrepen te worden op de Thora, de joodse religieuze tradities en de oude joodse wijsheden. Daarnaast zou ook geput moeten worden uit het seculiere linkse jiddische gedachtengoed en het zionisme. En natuurlijk draait alles om de idee van "tikkun'.

Voor de joden met "zelfhaat' (bedoelt zijn degenen die door verinnerlijking van het antisemitisme lijden aan een negatief zelfbeeld), heeft Lerner zelfs een soort therapeutisch bewustmakingsproces in petto. Met liefde en geduld zouden zij bekeerd kunnen worden tot positief gestemde "zichzelf bevestigende' joden. Bovenal dient, aldus Lerner, de bestrijding van het antisemitisme krachtig ter hand te worden genomen. Overigens acht hij "goyim-bashing', zoals sommige militante joodse groepen propageren, evenwel als contra-produktief, evenals het pessimistisch geloof dat niet-joden per definitie nooit helemaal écht te vertrouwen zijn.

Afgezien van een rake analyse van de ongemakkelijke verhouding tussen zwarten en joden in de VS, heeft The Socialism of Fools ook een aanhangsel te bieden waaruit blijkt dat het Lerner allemaal heel erg menens is. Daarin roept hij de lezer op om actief te worden in het door hem geleide "Committee for Judaism and Social Justice' (CJSJ). Het CJSJ is bedoeld als de educatieve poot van het tijdschrift Tikkun. In de Verenigde Staten, zo verzekert Lerner, bestaat er nu al een indrukwekkend netwerk van plaatselijke afdelingen. En ook in Israel, Canada, Engeland en Australië zouden er inmiddels bloeiende afdelingen zijn.

Wie mee wil werken aan de genezing van de wereld kan zich aanmelden: CJSJ, 5100 Leona Street, Oakland, Ca 94619, USA.