Vrouwen zoals je die nu hebt, waren er vroeger niet; De ideeen van kunstenaar Robert Garcet

“De mens stamt niet af van de apen, maar van iets intelligents,” zegt kunstenaar Robert Garcet. Die intelligentie zit hem in de stenen, meent hij. Van steen bouwde hij dan ook een merkwaardige toren en in de stenen die hij verzamelt ziet hij sporen van kunstzinnige arbeid van zeventig miljoen jaar geleden. Zijn museum is beperkt geopend voor bezoekers.

Musee du Silex, Rue Istahelle 9, 4690 Eben-Emael, België. Geopend op de zondagen 4 april, 2 mei, 30 mei, 8 augustus, 19 september en 7 november. Bezoekuren met de duur van een uur: 10u45, 12u45, 13u45, 14u45, 15u45 en 16u45. Zaterdag 26 juni vanaf 14u openluchtfeest en bezoek aan de toren. Op aanvraag voor groepen vanaf ca. 20 personen het hele jaar toegankelijk. Tel. 09/3241861240.

T/m 1 mei in Simera Signe Galleries, Bogaardenstraat 40 B, Maastricht. Wo. t/m za. 13.30-17.30 (Samen met de Canadees Alex Magrini CDN).

In het Jekerdal, vlak over de Belgische grens bij Maastricht, verrijst tegen een heuvel vol doornige struiken een sprookjesachtig slot. Bij de ingang staat een halfvergaan bord waarop nauwelijks nog te lezen is: "Tourisme = vandalisme'. Bovenop de vier ronde torens slaan reusachtige beelden van een leeuw, een stier, een adelaar en een vrouw hun vleugels uit. Hier en daar wat opgelapt met een likje cement wijzen ze trots en vastberaden met hun snuit, snavel en neus ieder een eigen kant op het mergelland in. De vogel houdt het nabijgelegen plaatsje Eben-Emael in het oog.

Dit zeven verdiepingen tellende bouwwerk, dat is opgetrokken uit brokstukken keihard vuursteen - ook wel flint of silex genoemd - draagt de naam Eben-Ezer. Het werd in de jaren vijftig en zestig eigenhandig gebouwd door Robert Garcet (1912, Ghlin, Henegouwen) met steun van familie en vrienden. In Eben-Ezer huist het "Musee du Silex, Centre de recherches et des révolutions sans appartenance et sans secours'. In "de zaal der Cherubijnen' is het koud en nat. Wandreliëfs met voorstellingen en teksten die de hele wereldgeschiedenis overhoop halen, eisen alle aandacht op. In een vitrinekast liggen versteende zeepaardjes en zeeëgels netjes gesorteerd in de bruine vakjes van een lege bonbondoos.

Enkele etages hoger in een kleine ronde torenkamer zonder daglicht tekent en schildert Garcet. De ruimte ernaast is zijn werkkamer. Daar schrijft hij boeken met schitterende titels als "Eben-Eben ... helpstono ... estas limstono' en "De oorsprong der Holen', waarin hij de vloer aanveegt met alle bestaande geologische theorieën.

Op zijn werktafel ligt een "Larousse Universe' uit 1923. Op de opengeslagen bladzijde is met potlood het woord "Titan' onderstreept. Overal staan kisten met vrachten stenen, waarvan een aantal beschilderd is. Vlekjes en lijntjes die de stenen volgens geologen domweg van de natuur hebben meegekregen, maar die er naar Garcet's overtuiging zo'n zeventig à tachtig miljoen jaar geleden door mensenhanden zijn "ingeëtst', heeft hij hier en daar geaccentueerd met krijtjes, alsof ze met mascara en lippenstift zijn opgemaakt. Het bouwwerk Eben-Ezer is slechts het topje van een ijsberg. Onder het museum dat bovenop een groeve gebouwd is, bevindt zich wat Garcet noemt "de stad Thebah'. Bezoekers mogen er niet in, maar in het museum staat er een maquette van waarop een enorm netwerk van gangen en kamers is te zien.

In 1930 - Garcet was toen achttien jaar oud - vond hij als steenhouwer werk in de groeve van Eben-Emael en begon hij zijn verzameling fossielen en bijzondere stenen. De groeve, die inmiddels is overgegaan in handen van een van zijn zonen, levert vuurstenen af, die verwerkt worden als wanden voor ovens in de aardewerkindustrie. Nadat zijn vorige huis in de eerste dagen van de oorlog was platgebombardeerd, bouwde Robert Garcet in 1947 aan de rand van Eben-Emael een nieuw woonhuis. Uit armoede gebruikte hij een deel van zijn collectie vuurstenen als bouwmateriaal. Vanuit zijn nieuwe huis, waar hij samen met zijn vrouw woont, kijkt hij uit op de toren.

Helemaal onopgemerkt is "Eben-Ezer' buiten het Jekerdal natuurlijk niet gebleven. Het bouwwerk is opgenomen in "Fantastische architectuur' een standaardwerk over follies. Ook in pacifistische kring geniet Garcet enige bekendheid; na de oorlog deden enkele malen vredesmarsen Eben-Ezer aan.

Babylonisch

Veel minder spectaculair dan zijn bouwwerk is Garcet's beeldend oeuvre. Zijn uitzonderlijk mooie tekeningen en aquarellen zijn slechts bekend in kleine kring. In 1983 nam tentoonstellingmaker Harald Szeeman Garcet's werk op in zijn tentoonstelling "Der Hang zum Gesamtkunstwerk' en onlangs toonde de Brusselse galerie van Marie-Puck Broodthaers enkele aquarellen van hem. De Maastrichtse galerie Simera Signe presenteert nu dat deel van zijn werk waarin zijn pacifistische overtuiging doorklinkt. Naast een foto- en documentenpresentatie over de aanvaringen die hij had met de wet toen hij zijn zoon uit dienst wilde houden - te zien is een foto van een demonstrerende Garcet met een tekstbord: "Respect des Droits du Père de Famille' - en enkele primitief aandoende paneeltjes waaronder "De Dienstweigeraar', voorstellende een ouderpaar, dat treurt bij een jongeman achter de tralies, toont de galerie ook een vel papier van vijf meter lengte waarop in een minuscuul handschrift de wereldgeschiedenis vanaf de Babylonische tijd staat beschreven in ingekleurde ritmische patronen die herhalingen van gebeurtenissen in de geschiedenis moeten verbeelden. Geen van deze geëxposeerde werken zijn te koop. Volgens de galerie was Garcet alleen vanwege de titel van de tentoonstelling "Armistice' - wapenstilstand - bereid zijn werk te exposeren.

Van de plaatselijke overheid heeft Garcet op voorwaarde dat hij zijn museum enkele dagen per jaar openstelt voor publiek, sinds een jaar of tien de beschikking gekregen over twee assistenten. Zij verwerken zijn geschriften, snoeien de struiken, hakken haardhout en helpen bij het verzamelen van stenen.

Garcet, een kleine oude man met een wakkere blik in zijn ogen, komt met wandelstok en baskenpet op, de kamer binnenlopen. De haard brandt, aan de muur liefdevol vervaardigde schilderijtjes van gezichten op de toren en een reusachtig wandreliëf van een landkaart van Europa en het nabije Oosten waarop een raadselachtig lijnenspel van duizenden kilometers in vierkanten is getrokken. Na een kort "bonjour' gaat hij zitten in een oude stoel en legt een plank over de leuningen waarop even later een kop koffie komt te staan. Zijn vingers zijn rank, enkele vingerkootjes staan scheef, wellicht als gevolg van jaren steenkappen.

“Ik zoek naar de oorsprong van de mensheid zoals een baby de borst van zijn moeder zoekt. Vroeger althans, want toen gaven moeders hun kind nog de borst...” “Maar meneer Garcet, dat gebeurt nog steeds!” valt zijn assistente Corry Schoenmakers hem meteen in de reden. “O ja, is dat zo? Dan moet dat gefotografeerd worden en in de krant gezet. Dat is toch zeldzaam?”

Fallocraat

Met de moderne mens heeft Garcet niet veel op. “Dat is een bruut, "een fallocraat' met alleen maar een grote bek, een berg poen en een auto.” Hij beschouwt zichzelf als een 18de-eeuwer, en ook als een man uit een veel verder verleden. “"L'homme passé' is een eeuwig mens, met een hart, grote armen, intelligentie en een hoofd als dit.” Ter illustratie brengt hij zijn handen naar zijn hoofd toe. Over zijn verleden wil hij het niet hebben, wel over de mensen die zeventig miljoen jaar geleden in de streek leefden en op vuursteen tekenden. Geen letters, maar tekens, waarin ideeën worden doorgegeven. “Vaak ben ik uren aan het turen, voordat ik hun tekens ontdek. Van de meeste begrijp ik niet veel. Ze zijn te abstract. Die stenen kneedden ze tot kleine sculpturen. Hier voel maar.” Liefdevol laat hij een steen door zijn handen glijden. “Het enige wat de mens tegenwoordig interesseert is geld, oorlog en vrouwen. Heel vroeger had men dat soort verlangens niet. Er bestond gewoonweg geen oorlog, men kende geen roem of glorie. En vrouwen zoals je die nu hebt waren er ook niet. Die waren toen nog heel natuurlijk. Het enige wat de vroegere mens wilde was scheppen, creëren.”

En hij heeft diezelfde behoefte? “Oui, exactement! C'est ça!” Dat hij een toren heeft gebouwd vindt hij niets bijzonders. De toren is geen doel op zich, maar een stuk gereedschap. “Zoals een steenkapper een houweel met een handvat nodig heeft, zo heb ik deze toren nodig als handvat.” Zijn schepping komt voort uit een hoogst eigenzinnige visie op de historie van "Het Oude Volk', waarvoor hij de bewijzen vindt in de tekeningen op de stenen. “Jullie denken alleen maar in termen van evolutie, onderzoeken niets zelf. Als ik op school was gebleven had ik er waarschijnlijk net zo over gedacht als al die wetenschappers. Maar de mens stamt niet af van de apen, maar van iets intelligents. Die intelligentie is niet uit de hemel komen vallen, maar die vind je in de grond en die heeft u nu in uw handen.” Hij wijst naar de steen die ik vasthoud. De steen heeft de vorm van een gemberwortel en een oppervlak als van schuurpapier.

Op Garcet's verzoek legt Schoenmakers een map met tekeningen op de plank voor hem. De vele tientallen vellen staan vol gekrabbeld met prachtige lijntjes die gelijkmatig verdeeld zijn over het vlak. De ene keer bibberig, dan weer beheerst. Soms bijna herkenbaar als een vogeltje, een boot of twee cijfers twee, die spiegelbeeldig samen een hart vormen. Op de vraag of deze tekeningen nu als kunst of als wetenschap gezien moeten worden geeft Garcet geen antwoord, maar zijn triomfantelijke gezicht zegt genoeg als hij zijn vingertoppen over een van de tekeningen spreidt: “C'est beau, hein?”