Samenhang

Toen ik achttien was schreef ik een stel gedichten in een schrift. Dat schrift stuurde ik achtereenvolgens naar een aantal adressen in Amsterdam. Op één adres vonden ze het leuk. Sindsdien heb ik een uitgever.

Nu slaan we bijna dertig jaar over. Dan schrijf ik dagelijks een stukje in de krant. Mijn uitgever zegt: “Daar kunnen we wel een boekje van maken.” Ik zeg: “Als we die langwerpige vorm maar handhaven.”

Nu slaan we zes maanden over. Dan is dat boekje net verschenen, 10 bij 21 cm. Ik doe het cadeau aan een collega. Die stuurt me een boekje terug, een boekje met exact dezelfde afmetingen en een spiraal aan de bovenkant, een buitengewoon handig notitieboekje. Ik bel hem op om te vragen waar hij het vandaan heeft. Uit Amerika.

Nu slaan we drie weken over. Dan is er een film op de BRT, een tamelijk flauwe Amerikaanse film. Maar goed, er gebeurt een ongeluk in een kerncentrale. Bij het hek staat een verslaggever met precies dát notitieboekje, althans van dat formaat. Deze verslaggever is Tom Hulce. Tom Hulce was Mozart in Amadeus.

Nu slaan we twee dagen over. Ik leg de laatste hand aan dit stukje. Aan de andere kant van mijn kamer wordt op hetzelfde moment van Mozart een sonate gespeeld.

De dingen zijn zo moeilijk niet. Je moet alleen de volgorde een beetje in de gaten houden.